2 mei 2012

Wat te eten in... Ibiza


Een 'traditie' is volgens het woordenboek een 'overlevering van generatie op generatie van gebruiken of gewoontes'. Strikt genomen mag ik het dus geen traditie noemen dat The Husband en ikzelf besloten hebben om ieder jaar in het voorjaar te gaan voorproeven van de zon onder de vorm van een mini-tripje naar het buitenland. Een aangezien we dat voornemen nog maar twee maal gerealiseerd hebben, kan er al helemaal niet van een 'traditie' gesproken worden maar ja: dichterlijke vrijheid blablabla...



Dus: S en S bevonden zich in een typische november-altijd-grijs-altijd-regen-ik-haat-België-bui toen we in een opwelling voor de computer plaats namen en op Ryanair naar een 'verre en goedkope' bestemming zochten. Bleek dat Ibiza te zijn. Niet bepaald my first choice zo op het eerste zicht (spontaan nestelen de Venga Boys zich in mijn hoofd gepaard gaande met tamelijk afschrikwekkende beelden van roodverbrande Nederlanders die bier uit elkaars navel drinken). Desalniettemin, soms is het 'living on the edge' en een vliegtuigticket werd geboekt.

Afgelopen paasvakantie was het na maandenlang verlangen eindelijk zover. Vliegtuig op en richting zon, zee, palmbomen en cava. Zee, check. Palmbomen, check. Cava, dubbelcheck. Zon: not so much. Dat kon echter de pret niet drukken want het mag gezegd zijn: Ibiza is een streling voor het oog. Het eiland stond helemaal in bloei en zover het oog kon reiken, waren er velden vol wilde bloemen en kruiden de zien én te ruiken, konden we genieten van bloeiende amandelbomen en heerlijk geurende pijnbomen. Met een mini-motor verkende we het eiland en het was net alsof de kleur van het water in iedere baai van tint verschilde. Kortom: best wel te pruimen.

Maar genoeg romantisch gezwets over fauna en flora. Waar gaat het hem écht om? Eten en drank natuurlijk. En dat was er. In grote hoeveelheden zelfs. We hadden onderling beslist dat een quotum van minimum één fles cava per dag behaald diende te worden. En dat is gelukt (bleek ook helemaal niet zo'n uitdaging te zijn).

Wat eten betreft, had ik natuurlijk het nodige opzoekwerk verricht. Iedereen kent wellicht de Spaanse 'tapas' maar wie heeft al gehoord van 'pinchos'?

Voor diegenen onder jullie die het nog niet kennen: Pinchos zijn kleine hapjes op prikkertjes (pincho= prikker) die worden uitgestald in de toonbank van een café/bar-achtig iets. De bedoeling is dat je het je gemakkelijk maakt in het betreffende etablissement, iets bestelt om te drinken, een bordje neemt en daar naar eigen zin en vermogen wat pinchos oplaadt. Op het einde van je persoonlijke smulfestijn ga je naar de kassa, worden je prikkertjes geteld en betaal je dus het totaal aan prikkers (reken op 1.40 euro per pincho).

Natúúrlijk, beste lezer, zou je jezelf geen rechtgeaarde Belg mogen noemen als je nu niet spontaan denkt: Wow, daar kun je die eigenaars wel mee in't zak zetten. Helft van de pinchos verdwijnen stiekem in de broekzak en je eet het dubbele van wat je betaalt. Dat is zo. Daar heb je gelijk in. En dat zou je kunnen doen. Maar laten we voor één maal pretenderen dat de wereld geen grijze, donkere plaats is waar wantrouw en bedrog heerst maar dat we met zijn allen leven in een bruine, gezellige, Spaanse kroeg waar jong en oud samen komen om van een hapje en een drankje te genieten en waar we allemaal lief en vriendelijk voor elkaar zijn en iemands ambacht eer aan doen door eerlijk ons deel te betalen.












Afgesproken? Ok, op dan naar El Zaguan. Een pinchosbar in Ibiza-stad (oftewel Eivissa), de hoofdstad van het gelijknamige eiland, Ibiza. Ik had deze tip op het wereldwijdeweb zien passeren als 'verborgen pareltje'. Een typisch, niet van toeristen vergeven etablissement dat zeker en vast zo zou moeten blijven. Gezien mijn twee volgers op dit moment (waaronder één mijn schoonzus is) kunnen we gerust stellen dat El Zaguan omwille van mijn blog niet bepaald overspoeld zal worden door toeristen...

Goed, wat hebben we gegeten? 100 000 verschillende pinchos. Echt, je kan niet stoppen. Daar zit je dan, met je geliefde, in een romantische bui, aan het genieten van een flesje cava met van die heerlijke hapjes zo maar vlak voor je neus tentoongespreid. Ze roepen je: 'Neem mij! Proef mij! Ik beloof dat je me lekker zal vinden!' En dat doe je dan. En masse. En wat gebeurt er nadat je twee borden hebt volgestauwd met de gepresenteerde pinchos uit de toonbank? Uit de keuken komt een vriendelijke serveerster met op haar hand balancerend een bord met verse, warme pinchos waar net toevallig gemarineerde paprika (mmm) in verwerkt zit. Of ze presenteert je een kunstig nestje van aubergine met ricotta en een soort kleine visjes waar je nog nooit van gehoord hebt maar die absoluut moet proeven.
Of wat te denken van een vers inktvisje of een stukje tortilla met aspergers. Of misschien toch liever één van die artisanale kroketjes?
Allemaal even lekker, verleidelijk én insipirerend. Want sinds kort heb ik er een nieuw favoriet, snel hapje bij voor als er op het onverwachts volk over de vloer komt. Schaamteloos gekopieerd uit El Zaguan, geen werk, vrijwel kosteloos en superlekker. Recept volgt later!

Tapasbar, move over. Here comes the pinchosbar!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen