1 april 2014

Het Gat in de Markt

Er zijn verschillende redenen voor mijn stilzwijgen van de afgelopen maand(en). De één al belangrijker dan de ander maar laten we ze samen eens overlopen.


Dit zijn sobanoedels. Die doen er voorlopig nog niet toe maar straks wel. Ik dacht gewoon dat u het wel aangenaam zou vinden mocht er af en toe eens 'een prentje' tussen staan.


1. Ik heb moeten onderduiken omdat er schijnbaar een soort van huurmoordenaar op pad is met maar één doel: mij van mijn fiets rijden en het op vluchtmisdrijf doen lijken.
 
 Ik weet niet wie deze persoon is, waarom hij mij moet hebben of wie hem ingehuurd heeft maar één ding is zeker: hij is gewiekst. Zo vermomt hij zich constant. De ene keer is hij een oude man die achteloos zijn portier open zwaait terwijl ik gezwind kom aanrijden. De andere keer een vrouw die onder het populaire motto 'vrouw aan het stuur, bloed aan de muur', zonder te kijken het rondpunt op rijdt waar ik juist kom aansjezen.
 
Wanneer het regent of donker is, is mijn kwelduivel bijzonder actief. Iedereen haast zich om zich te kunnen verschansen in de behaaglijke warmte van hun huisjes en hij kan ongestoord zijn gang gaan: zijstraatjes uitrijden zonder te kijken of juist een zijstraat inslaan en heel slim geen pinker gebruiken zodat anticiperen van mijn kant quasi onmogelijk lijkt.
Evenmin deinst hij ervoor terug om subtiel van zijn rijvak af te wijken, zich op het fietspad te begeven en me als dusdanig van de baan te rijden. Heel af en toe schuwt hij de grove middelen niet en tracht hij mij met een oplegger te pletten.
 
Gezien de vrees voor mijn leven, deze moordritten mijn constante waakzaamheid vereisten en ik me niet al te zeer in de spotlights wilde stellen, besloot ik dan ook me eventjes uit het publieke leven terug te trekken.
 
Maar nu is het lente en is alles wat eens donker, somber en duister was, licht, vrolijk en vol leven. Donkere, natte avonden komen nog maar zelden voor en ontdoen mijn kwelduivel aldus van zijn sluwe dekmantel. Misschien vindt u me een beetje paranoïde maar geef toe: gemiddeld drie keer per week bijna omver gereden worden? Dat kan geen toeval meer zijn. Ik weiger te geloven dat automobilisten een dermate onverschilligheid tentoon spreiden ten aanzien van de zwakke weggebruiker....
Toch?
 
(voor de moeilijke verstaander onder u: Dit ben ik, elk greintje menslievendheid in mijn ziel aansprekend. Wat ik heel subtiel wil vragen is het volgende: Of je verd**me een beetje beter uit je doppen wil kijken als je je op de rijbaan begeeft. Ik ben tegen fysiek geweld en in principe ook tegen verkeersagressie maar als ik nog 1 keer bijna over een portier gesmeten wordt omdat iemand weigert de spiegel naast zijn kop te gebruiken, dan sta ik niet in voor de gevolgen).
 
Bedankt.
 
Goh, ik voel me al veel beter.
 
2. Ik heb me tijdens mijn afwezigheid ook een beetje onledig bezig gehouden met marktonderzoek. U weet wel, het soort waarbij je 'De Bedenkers-gewijs' op zoek gaat naar Het Gat in De Markt zodat je rijk kan worden en de rest van je leven op een wit strand cocktails kan gaan slurpen. Ik heb het gevonden denk ik.
 
Goed opletten.
 
Hier komt het.
 
Een KOOKBOEK!!!
 
Stel je voor: een naslagwerk waar allemaal recepten in staan en dat je kan gebruiken om inspiratie op te doen, om bij te watertanden of eventueel -voor de durvers onder ons- iets uit klaar te maken en aldus vrienden, geliefden of familie (drie aparte, niet overlappende categorieën) te verwennen. 
Ik heb er dan maar meteen een patent op genomen en er werk van gemaakt.
 
Half mei ligt het in de winkel: mijn kookboek.
 
Het wordt wel een beetje vervelend zoeken natuurlijk. U zal naar de boekhandelaar moeten gaan en vragen naar 'een naslagwerk waar recepten en foto's van die recepten instaan' en dan zal die arme man/vrouw eens diep zuchten en het opdiepen van onder de toonbank omdat er natuurlijk nog geen sectie in de winkel bestaat waar dergelijke nieuwigheden kunnen uitgestald worden....
 
... 
 
Kijk, ik besef terdege dat een kookboek nu niet bepaald dé uitvinding van de eeuw is maar ik persoonlijk kan er maar niet genoeg van krijgen. Van kookboeken in het algemeen hé, niet specifiek van het mijne. Dat zou narcistisch en onsympathiek overkomen mocht ik zoiets beweren (want ik heb me natuurlijk gewéldig populair gemaakt door elke automobilist daarnet uit te kafferen en dat positieve effect wil ik niet teniet doen).
 
Mensen gaan altijd blijven eten toch? En dus ook blijven koken. Ik zie het fenomeen 'kookboeken' een beetje gelijkaardig aan het fenomeen 'mode'. Tenzij je een statement wil maken en vanaf nu naakt door het leven hupst, zal je ook altijd kleren nodig hebben. Je kan kiezen om elke dag worst met appelmoes aan te trekken (jeans en t-shirt) of je kan de ene dag kiezen voor een  quinoasalade met rode biet en prei (skinny jeans en cropped t-shirt), de andere dag voor een in aromatische olie gekonfijte zalm (little black dress) of misschien volledig 'lös gehen' en je baden in de weldaad van een chocoladetruffel (baggy jogging en hoodie).
 
De persoonlijke meerwaarde van dit eigenste boek? Het is niet enkel ingrediëntenlijstjes en lekkere foto's wat de klok slaat. Nee, minstens de helft zal bestaan uit verhaaltjes zoals u ze kan lezen op deze blog:
Persoonlijke levensbeschouwingen over het nut van tahin in onze samenleving/ Mijn eerste ontmoeting met de schoonfamilie en hoe die dag nog steeds te boek staat in de Dikomitis archieven als 'Zwarte Zondag' / en natuurlijk eindeloos gewauwel over mijn eigenste kindertrauma's.
 
Als ik nu niet in aanmerking kom voor 'verkoper van de maand', dan weet ik het ook niet meer hoor...

(*) Jep, al deze recepten zijn terug te vinden in het boek.

Heel spannend allemaal.



In afwachting daarvan, moet ik jullie misschien nog wel een receptje meegeven. Niet één uit het boek maar wel eentje dat afgelopen maand in de Krant van West-Vlaanderen is verschenen (ook wel bekend als de enige krant die er écht toe doet). Daarin post ik maandelijks een paar receptjes en  afgelopen editie bracht ik dit noedellekkernijtje. Een gerecht waar de lente simpelweg van af spat: De kleur! De ingrediënten! De smaak! Dit is Vivaldi op je tong. Gewoon maken.
 
Ingrediënten
-          twee handenvol morieljes (of meer als je rijk bent)(*)
-          een pakje groene asperges of aspergepunten
-          een bosje kervel
-          een handvol bladpeterselie
-          een handvol jonge bladspinazie
-       een koffiekopje groentenbouillon (of water met half blokje groentenbouillon in)
-          een pak sobanoedels (dit zijn boekweitnoedels dus ideaal voor onze glutenintolerante medemens. Je vindt ze in de biowinkel. Neem anders gewone noedels uit de supermarkt)
-          peper en zout
-          optioneel: een beetje truffelolie (als we dan toch decadent gaan doen, dan beter ‘all the way’gaan)
 
Maak de morieljes grondig schoon en dep ze voorzichtig droog (Morieljes mag je -in tegenstelling tot andere champignons- wat wassen. Ze bevatten namelijk tonnen zand.)
 
Snij de asperges in drie (in de breedte snijden is hier praktischer dan in de lengte).
 
Maak de kervelsaus: Mix de kervel, de spinazie, de bladpeterselie en de bouillon tot je een felgroene saus bekomt. Kruid af naar smaak.
Kook je noedels.
Verhit wat olie en een nootje boter in de wok. Stoof hierin kort de asperges beetgaar en voeg de morieljes de laatste minuut toe. Bak ze kort aan op een hevig vuur.
Schep de noedels in een kom, lepel er de groenten over en nappeer met de saus.
 (*) Dit zijn morieljes:
 
 
Zo ongeveer de aantrekkelijkste champignon ter wereld. Maar helaas ook de duurste. Stel dat je iets hebt van: ik houd bij voorkeur ook nog wat geld over om de rest van de maand te kunnen eten, dan kan je de morieljes natuurlijk vervangen door shiitakes, kastanjechampignons, van die dunne Aziatische dingetjes... Dat is geen ramp. Ik heb mijn morieljes ook niet zelf betaald hoor (in tegenstelling tot wat algemeen aangenomen wordt, is de sociale sector niet de aller-lucratiefste). Het was een cadeautje van mijn favoriete groentewinkel.
 
En nu we toch aan de sponsering bezig zijn: Mocht je je afvragen waarom mijn voedsel er eens niét uitziet alsof de kat het heeft uitgekotst, dat komt onder meer door het prachtige servies waarop het geserveerd wordt. Servies dat tevens in mijn boek te bewonderen zal zijn of hier.
 
 

29 januari 2014

Over Don Quichot, vallen en weer opstaan

Allerhande cowboyverhalen doen de ronde over sport en hoe dat je gelukkig kan maken. De mediërende factor hier zouden 'endorfines' zijn. Een soort van natuurlijke drugs die je hersenen vrijgeven tijdens het sporten waardoor pijn onderdrukt wordt, je je minder vermoeid voelt en algemeen beschouwd dus gelukkiger bent.
 
Er bestaan mensen die graag uitspraken doen als 'Goh, man, lopen is toch ZO verslavend, ik kan écht niet meer zonder!'
Zo'n mensen zijn eerder griezelig en kijk je best niet rechtstreeks in de ogen. Ik, persoonlijk, zou met geen stokken te bewegen zijn wanneer je van hangen in de zetel en brownies eten strak en slank zou worden.
Maar dat is dus niet het geval en daarom ga ik lopen. Niet altijd met even veel goesting maar wel plichtsgetrouw. Toegegeven, achteraf voel ik me steevast blij en opgeruimd maar dat kan evengoed te maken hebben met het feit dat ik 'er weer vanaf ben voor een paar dagen'.

 
 
Echter.
 
Af en toe gebeurt het wel degelijk dat mij tijdens het lopen een soort van euforie overkomt. Je voelt het al tijdens de eerste meters: de benen zitten goed, je hebt een vlot ritme te pakken, de muziek in je oren is aanstekelijk. Kortom je lichaam werkt als een perfect-geoliede machine. Je voelt je atletisch, sterk, gezond en onkwetsbaar. Het sporten gaat gepaard met iets wat verdacht veel op 'plezier' lijkt.
 
Zo ook vrijdagmorgen laatstleden. Het lopen ging fantastisch vlot, de douche achteraf was verkwikkend en het weekend stond voor de deur. Dus sprong ik energiek op mijn fiets en peddelde aan een rotvaart richting werkplek (ik voelde me nog steeds atletisch en goed-geolied). Nu had ik die morgen al wel een paar keer op de radio horen passeren dat de wegen er gevaarlijk glad bij lagen en dat iedereen dus een beetje moest opletten. Om de één of andere reden besloot ik daar absoluut geen aandacht aan te schenken, nam ik gezwind mijn bocht en ging vervolgens keihard op mijn bek.
 
Hierbij enkele bedenkingen over 'vallen':
 
- Heb je ook al gemerkt dat, wanneer je valt, je in die extreem korte tijdsspanne toch altijd de tegenwoordigheid van geest lijkt te hebben om tegen je zelf te zeggen: 'Shit, ik ben aan het vallen'? Vreemd fenomeen, vind ik dat.
 
-  Als ik val, dan doe ik dat bij voorkeur op plaatsen waar veel mensen zijn. Die vrijdag koos ik voor een zeer strategisch kruispunt waar s' morgens heel mijn hometown passeert, op weg naar de autostrade.
 
- Ondanks die zorgvuldig uitgekozen plekken, valt het me op dat er zelden iemand zal stoppen om te vragen of het een beetje met je gaat. Dat is een meevaller omdat ik op zo'n moment niet per sé in de spots hoéf te staan.
 
- Behalve vrijdag. Het betrof dan ook een eerder spectaculaire val. Mijn fietsband schoof weg over een ijsplek waardoor ik met mijn heup tegen de grond kwakte (waarlijk een prachtig kleurenspel ter grootte van een meloen siert mijn rechterdijbeen momenteel), daarna boorde het stuur van de mountainbike zich in mijn ribben om tenslotte met mijn hoofd tegen de stoeprand te slaan. Kwestie van het hele gebeuren nog dat tikkeltje méér mee te geven, koos ik ervoor neer te gaan ter hoogte van een wegverzakking waar zich een plas modder en gruis met een diepte van 15 centimeter had opgehoopt. 
 
Het beeld dat je nu eventjes voor ogen moet nemen: ik, in kreukels op een kruispunt, een fiets onder mij (waarschijnlijk met zo'n wiel dat maar blijft draaien), natte strengen haar tegen mijn hoofd geplakt en een gezicht dat beklad is met zwarte vegen modder.
Op dat flatterende moment stopt een auto, draait een mevrouw haar raam open en maakt volgende scherpe observatie: 'Zije gevallen tè?'
Wat zeg je daarop? 'Nee, ik ben een beetje aan het uitrusten...'
Dat doe je niet want die mevrouw is duidelijk een lief mensen-exemplaar, begaan met haar soort dus   mompelde ik: 'Ja maar 't zal wel gaan hoor, bedankt'.
 
Nu, los van de gekneusde rib, gaat het allemaal prima dus waarom vertel ik dit allemaal?
 
1. omdat mensen die tegen dek gaan altijd grappig zijn (net zoals dansende huisdieren en kindjes die van de trampoline vallen) en we allemaal een beetje humor kunnen gebruiken in deze donkere maanden.
2. omdat ik een parallel wil trekken naar een recente faalervaring in de keuken.
 
Net als op mijn fiets vrijdagmorgen, heb ik de laatste tijd de neiging nogal overmoedig te zijn op culinair vlak. Een zeker zelfvertrouwen heeft zich in mij genesteld waardoor ik denk dat, alles wat ik onderneem, een smaakvol succes wordt.
Wanneer ik iets wil maken, dan gaat daar eerst een bepaald denkproces aan vooraf. Toegepast op de specifieke faalervaring:
 
Zondagmiddag. Zus komt op bezoek. Ik denk: 'Ik wil iets voor bij de koffie. Pannenkoeken zijn altijd lekker maar ik wil niets dat vergeven is van suiker en vet.' Idee: ik maak van die Amerikaanse 'pancakes' maar dan met pompoenpuree in plaats van suiker en boter en ik vervang de bloem door havermoutbloem'.
Vervolgens sla ik aan het googelen op van die gezonde hippie kookblogs waar zeewier en onkruid ten overvloede bejubeld worden, maak ik een synthese van de meest aantrekkelijke recepten en ga ik aan de slag.
Een halfuurtje later ben ik ronde dingen aan het afbakken die er wel degelijk uitzien als 'pancakes'.

 
 
Zuslief (ok, toegegeven, niet bepaald een avonturier op smaakvlak) komt binnen, breekt een stuk pancake af en kotst de hele boel nét niet weer uit.
 
Ik stamel: 'Jah ,euhm, tis met pompoen, maar ze zijn héél gezond hoor...' en snij met een rood hoofd vlug een plakje botercake in stukken..

 
 
'Waar zit nu de parallel?', hoor ik u denken. Wel, die is ver te zoeken. Maar ergens heeft het te maken met af en toe op je bek (kunnen) gaan en dat dat eigenlijk niet erg is. Dat je zo'n dingen wel overleeft. Dat je daar zelfs waardevolle lessen uit kan trekken. In mijn geval:
 
Les 1. Het is niet omdat je 'on a runners' high' bent, dat je immuun bent voor ijsplekken op de weg. Een minimum aan voorzichtigheid is altijd aangewezen.
Les 2: Winterbanden zijn ook praktisch op tweewielers.
Les 3. Sommige zaken in het leven zijn nu eenmaal niet geschikt om in een gezonde versie te gieten. Pannenkoeken zijn wat ze zijn: gebakken plakjes vet en koolhydraten, bestrooid met suiker en dat is OOK goed.
Les 4: Een dergelijke filosofie past perfect in mijn voornemen voor 2014, namelijk om te stoppen met vechten tegen windmolens en de dingen te aanvaarden zoals ze zijn.  
Les 5: Iets wat niet bijzonder lekker is, kan er wel nog altijd smakelijk uitzien. (Geef toe?)
Les 6: Als je iets dik besmeert met Nutella, dan wordt het altijd lekker.
 
Behalve kak, denk ik.
 
Mocht je alsnog de behoefte voelen om een pompoen-pancake te bakken, dan raad ik aan te vertrekken vanuit een basisrecept voor pannenkoeken (dus bloem, eieren en melk) en daar een beetje pompoenpuree aan toe te voegen. 
Succes ermee.

Ps: op de laatste foto zie je hoe ik de hele boel nog heb proberen te redden door er een sausje van Griekse yoghurt en honing op te smeren. Helaas.

 





16 januari 2014

Ode aan het schaap dat zich hond waande

Een tiental jaar geleden, toen Tentman amper enkele weken mijn leven verrijkte met zijn aanwezigheid en we beiden nog aan het parasiteren waren in ons ouderlijke huis, togen we samen na één of ander feestje in de vroege uurtjes naar zijn casa. Tentman hield even halt voor de poort en sprak de woorden:
 
'Niet schrikken hé, maar ik heb een hond. Ze ziet er een beetje gevaarlijk uit maar dat is ze niet, hoor! Ze zal nogal enthousiast naar je toe komen lopen en ze zal ook blaffen maar je moet gewoon niét in haar ogen kijken en vooral niét tonen dat je bang bent'.
 
Een paar bemerkingen kwamen toen bij me op:
 
1. Als iemand tegen je zegt 'niet schrikken', geven ze je prompt daarop een perfecte reden geven om je wezenloos te schrikken.
2. Echt iederéén met een hond zegt 'ze ziet er gevaarlijk uit maar ze is braaf hoor' en ik geloof dat dus  nooit. Honden zijn dieren, dieren zijn onvoorspelbaar, honden zijn onvoorspelbaar dus IK zal wel uitmaken of ze gevaarlijk is of niet.
3. 'niet in haar ogen kijken en niet tonen dat je bang bent'.... Prachtige uitspraak, Tentman en qua haalbaarheid op gelijke hoogte met wat ze je in de natuurparken in Amerika meegeven voor het geval je een puma tegen komt: 'If it attacks, fight back'.
 
Indien ik toen niet onder invloed was geweest van een hevige en irrationele verliefdheid, had ik onmiddellijk mijn kar gekeerd, de volledig driehonderd meter naar mijn huis gestapt en nimmer meer omgekeken.


Maar ik wilde Tentman en die kwam blijkbaar in een twee-in één-pakket. Dus ik raapte al mijn moed bijeen, haalde diep adem en stapte hem achterna in de donkere garage. Ongeveer 1 seconde na mijn intrede vlamde er een zwarte schaduw op me af, wild blaffend, met vurige ogen en een bek vol vlijmscherpte tanden.
 'Niet tonen dat je bang bent', was geen optie.
Ik sprong op Tentmans ' rug en smeekte hem me te redden maar dat was zo ongeveer het domste wat ik kon doen. Bleek dat ik niet zijn enige 'bitch' was en dat het harige monster aan zijn voeten geen enkele intentie had om Tentman met mij te delen.
 
Dat was mijn eerste kennis making met Hera, Tentmans' hond. Liefde op het eerste gezicht? Not so much...
 
Maar wat Hera en ik van elkaar niet wisten was dat, wanneer het om Tentmans' hart ging, we twee koppige pitbulls waren die niet zouden lossen. Indien we in zijn leven wilden blijven, moesten we het maar leren doen met elkaar.
 
 
 
Maanden verstreken en mijn lichaam bleef intact. Bleek dat Hera veel liever knauwde op een gedroogd varkensoor dan op mijn vingerkootje/scheenbeen. Haar bloeddoorlopen, wilde ogen waren bij nader inzien eerder zacht hazelnootbruin en ik kreeg een licht vermoeden dat haar roekeloze bestorming van iedere bezoeker geen aanval was maar eerder een enthousiaste begroeting.
Langzaam maar zeker ging onze relatie over van 'elkaar dulden' naar 'stille waardering'. Zo leerde ze bijvoorbeeld dat, wanneer ik in de keuken stond, er meestal wel iets te rapen viel en ook dat ik een verborgen talent had voor 'achter-het-oor-strelingen'. Op dergelijke momenten lag ze onbeweeglijk op haar matje, tong uit haar bek, oren plat en hield ze zich zo stil mogelijk. Je zag ze gewoon denken 'niet bewegen en dan stopt ze waarschijnlijk nooit, niet bewegen en dan stopt ze waarschijnlijk nooit'.
 
Helaas was 'niet bewegen' quasi onmogelijk voor haar. Ziet u, Hera leed namelijk aan ADHD. Daar kon ze natuurlijk zelf niets aan doen maar het maakte het leven met haar er niet altijd makkelijker op.
 
Stel u het volgende tafereel voor: Man, vrouw en hond liggen op een lome zondagmiddag te soezen in het zomerzonnetje. Man ligt reeds vredig een boompje te zagen want hij heeft dan ook niet veel nodig, vrouw zakt langzaam weg, omgevingsgeluiden verdwijnen naar de achtergrond, de zon verwarmt haar huid en maakt haar slaperig, gras-en zomergeuren prikkelen haar neus, alles is rustig en vredig tot opeens:
 WAFWAFWAFWAF
Hera recht springt, als een zot over het grasplein begint te crossen en zich te pletter blaft tegen, ja, wat? Een vlieg of een mier wiens kop haar niet aanstond waarschijnlijk. Dag vredevolle, soezerige bui. Hallo bijna-hartaanval.
 
Verder had ze de reputatie eerder dominant te zijn. En dat mag een understatement heten. Hebt u wel eens een koe van dichtbij gezien? Dat zijn redelijk grote beesten. Nu is een Duitse Herder niet bepaald iets wat je chihuahua-gewijs onder je voetzool kan pletten maar wanneer het louter op  volume aankomt, moeten honden over het algemeen de duimen leggen tegen vee. Grootheidswaanzin of een perceptiestoornis, ik laat het in het midden maar feit is dat Hera absoluut niét onder de indruk was van een gemiddeld koebeest. Wat zeg ik? Een kudde koebeesten. Ergens in de Ardennen moet nog steeds een boer die hondsdolle herder vervloeken die zijn 20-koppige veestapel de stuipen op het lijf joeg en verantwoordelijk was voor een wekenlange productie van karnemelk.
 
In die optiek mogen we de man met het -voormalig- witte hondje die dacht: 'Ik maak eens een rustige wandeling langs de Leie op een kalme zondagmiddag', ook niet vergeten.
 
Kort geschetst: zondag, regen, Leie. Veel modder. Oude man die het gore lef heeft om me een prettige dag te wensen. Wit, klein hondje dat het zich intussen permitteert om aan de kofferbak te snuffelen. Diezelfde kofferbak waarin Hera ongedurig zit te wachten om haar wandeling te beginnen. Stephanie laat man + hond laat passeren en opent vervolgens de kofferbak. Woeste, Duitse Herder stormt op man + witte hond af,  tackelt beide in één vlotte beweging en start aldus een moddergevecht waarbij herder + hondje + oude man zeker vijf minuten in de natte, bruine drek aan het worstelen zijn. Aan de zijlijn: uw nederige blogster die tevergeefs haar hond tot orde tracht te roepen.
Resultaat? Oude man + trauma. Wit hondje dat niet meer wit is en zich op bevende pootjes van de scène verwijdert. Meisje met schorre stem, de schaamte voorbij en tenslotte Duitse Herder die met zo'n 'opgeruimd-staat-netjes-attitude' trippelend aan haar wandeling begint.
 
Echter, een relatie werkt aan twee kanten. Ik mocht mijn bedenkingen hebben bij bepaalde van haar karaktereigenschappen. Zij van haar kant was zeker en vast ook niet onverdeeld enthousiast over mijn persoontje.  
 
Zo vond ze bijvoorbeeld dat Baas en Vrouwtje (of hoe ze ons ook mocht noemen in gedachten, Kluns en Klungel waarschijnlijk), lang niet voldoende deden in het huishouden. Gelukkig stond ze, zoals het een trouwe viervoeter betaamt, altijd paraat om ons daarbij te helpen.
 
Een voorbeeld. Op een doordeweekse avond vond Hera blijkbaar dat er wel eens een stofzuiger over de vloer mocht gaan. Daar ze mij al een beetje kende en wist dat een spontane stofzuigeractiviteit even zeldzaam was als een witte tijger in het Leiebos, beraamde ze een gewiekst plan. Ervaring leerde dat het kussen waarop ze uitrustte, een verzameling van duizenden isomobolletjes was, slechts omgeven door een dun, nylon omhulsel. Niets waar haar scherpe nagels makkelijk korte metten mee zouden maken. Dus bekeek ze het koppel luiwammesen in de zetel nog eens neerbuigend, nam ze een fikse aanloop en liet ze zich met haar volle 35 kilo op het desbetreffende kussen neerploffen. Het effect had iets weg van de Vesuvius die isomobolletjes spuwt in plaats van vuur. Mission Accomplished.
 
 
Of die keer waarop ze dacht dat ik als zelfverklaarde hobbykok mijn echtgenoot wel iets beters mocht voorschotelen dan een stapel crocques en ze de nobele taak op zich nam om ze zelf allemaal op te vreten. Een hondenjob, zeker,  maar iémand moet het doen....
 
U merkt, zoals in iedere lange relatie hadden Hera en ik onze ups en onze downs. We waren vrouwen van dezelfde man en durfden wel eens om zijn aandacht te vechten maar wanneer we gezellig met zijn tweetjes waren, begrepen we elkaar vaak met één enkele blik.
 
En dan nu even een woordje tot de hond in kwestie (ja, ik weet dat honden over het algemeen niet kunnen lezen maar ook honden gaan naar de hemel en daar kunnen ze het vast en zeker wel. Zeker een uitzonderlijk begaafd exemplaar als Hera. Zie foto hieronder, de intelligentie straalt er gewoon van af):
 
Je (opvallende) aanwezigheid in huis was voor mij even vanzelfsprekend als die van Tentman dus mag je wel stellen dat ik vandaag bijzonder veel moeite heb om een decennium 'Hera' af te sluiten.
 
 
Dag schaap, het was een waar genoegen.
 
 
 
 
 
 

9 januari 2014

Over bezinning en detoxen

Laat ik maar beginnen met wat dezer dagen een populaire begroeting schijnt te zijn en u allen een gelukkig nieuwjaar wensen. Al weet geen hond meer wat dat precies betekent.
 
Naar het schijnt bestaan er mensen die een nieuw jaar beschouwen als een nieuw begin, een kans om fris en schoon te starten.
 
Ik en mijn ziekelijke onvermogen om ergens afscheid van te nemen doen daar niet aan mee. 2013 was verre van een slecht jaar. En ik zie tot nog toe totaal niet in waarom 2014 het beter zou doen (Inschrijven voor Hobbykok 4 zou gewoon raar zijn).
 
De miserie begint voor mij al met het hartverscheurende verschil tussen december en januari. Waar december licht, gezellig, feestelijk en overvloedig is, dan contrasteert januari daar spectaculair mee door grijs, eenzaam en detox te zijn. In december surf je goedgemutst mee op de vrolijke belletjes van de arreslee en bedek je alle eventuele existentiële vragen met het warme deken der dronkenschap. In januari zorgt de opgelegde zelfonthouding ervoor dat die kwesties je keihard in je smoel slaan op een donkere maandagmorgen.
 
In januari worden er balansen opgemaakt.
 
Van het vorige jaar maar ook van datgene dat eraan zit te komen. Dit jaar lijkt die nood tot (zelf)evaluatie extra groot en ik vermoed dat het te maken heeft met het feit dat ik enkele weken geleden mijn laatste jaar als twintiger heb ingezet.
 
In 2014: The big 3 0.
 
De speeltijd is gedaan en het blijkt steeds moeilijker om me te verschuilen achter jeugdige onbezonnenheid bij het maken van verkeerde -of juist geen- keuzes. Het is alsof ik vriendelijk verzocht word om de cruise control af te zetten en de omgeving waarin ik terecht ben gekomen eens deftig onder de loep te nemen.  
 
Het afgelopen decennium ben ik afgestudeerd, heb ik werk gevonden, een huis gekocht, datzelfde huis verbouwd en me als dusdanig financieel verbonden met een andere mens. Tenslotte ben ik ook nog eens getrouwd waardoor ik me emotioneel verbonden heb met een andere mens (dezelfde als diegene van het huis, wat wel zo praktisch is).
Als je het zo bekijkt, dan heb ik dus in een tijdsspanne van 10 jaar ongeveer 80% van alle belangrijke levensfasen doorlopen. Hypothetisch gesteld dat ik zo'n 80 jaar zal worden, dan ja.... kom je mathematisch op iets onevenredig uit
(Mijn excuses maar vanaf het moment dat er cijfers aan te pas komen, gaat het van *tuuuuuuuut* in mijn hoofd)
 
Komt daar nog bij dat je in je twintigerjaren niet bepaald bulkt van levenswijsheid en bedachtzaamheid dus mag je er van uit gaan dat ik die 80% belangrijke dingen op een nogal onbezonnen manier doorlopen. Nu kijk ik nu in de spiegel en ik zie niet langer een giechelende tiener zie maar een bijna (!)  dertiger (met een veel betere huid, weliswaar) die al een jaar aan het dubben is over welke kleur haar nieuwe zetel precies moet hebben.
 
'Angstaanjagend' is denk ik het woord dat hier de lading het best dekt.
 
Want wat dit alles bijzonder ironisch maakt is dat, wanneer ik terug blik naar de tijd waarin het me geen hol uitmaakte welk kleur mijn zetel had, maar ik euforisch het goedkoopste model uit de kringloopwinkel mijn van schimmel vergeven studentenkot in sleepte, ik schijnbaar véél en véél gelukkiger was dan nu.
Dus dan volgt nu een vraag:
 
Is het niet de bedoeling dat je slim en wijs wordt met de leeftijd in plaats van dom en oppervlakkig?
 
Of vertoon ik alle symptomen van een midlife crisis? Ik kan me met de beste wil van de wereld niet voorstellen dat een Porsche hier enig soelaas kan bieden....
 
Laten we de cirkel voor de fun nog even rond maken (want jahaaa, het is hier lachen, gieren en brullen geblazen vandaag).
Aan het begin van dit stemmige relaas heb ik u een gelukkig nieuwjaar gewenst. Misschien moet ik me dat dit jaar zelf maar eens toewensen:
 
Een GELUKKIG 2014.
 
Maar dan niet opgemeten in termen van thermomixen (alhoewel die dingen écht gewéldig zijn) of een zesde paar zwarte schoenen ('de veters zijn bij dit paar rond in plaats van plat') maar gewoon, als in het gevoel 'geluk'.
 
Voor u bedenkt dat dit wel heel Ingeborgiaans klinkt, wil ik expliciet benadrukken dat ik nooit of te nimmer de behoefte zal hebben om uw chakra's te reinigen.
Elk zijn chakra, zegt mijn grootmoeder altijd.
 
En daarbij, ik vind de redenering eerder logisch en rationeel dan zweverig:
 
Geluk is een gevoel.
Een gevoel is geen ding.
Een thermomix is een ding.
Dus dat maakt van een thermomix geen geluk.(*)
 
Samenvattend: wanneer ik geluk wil nastreven in 2014, dan zal dat minder (**) zijn door mooie dingen te kopen maar eerder door mooie dingen te beleven.
 
Dus opnieuw:
 
Laat ik maar beginnen eindigen met wat dezer dagen een populaire begroeting schijnt te zijn en u allen een gelukkig nieuwjaar wensen.
 
 
(*) Je hoort het Tom, een thermomix is geen geluk hé. En als je vriendin wil ik dat je boven alles gelukkig bent. Dus ok, je hoeft niet verder aan te dringen. Ik hou je thermomix wel. Zo ben ik. Eén en al opoffering in het kader van het geluk van anderen.
 
(**) Tentman, ik zei dus wel degelijk 'MINDER' dingen kopen hé, niet 'GEEN' dingen.
 
 
Nu we dit mysterie weer eens even fijn hebben opgelost, kan ik het met het restje mensen dat nog overschiet, eventjes over eten praten.
 
We schrijven januari dus iedereen is weer massaal aan het detoxen geslagen veronderstel ik? We gaan er opnieuw voor in het nieuwe jaar? Voor die gezonde 'mijn lichaam-is-mijn-tempel- opvattingen'?
 
Dat komt bijzonder goed uit want ik heb vandaag een receptje voor u in petto. Met name mijn gezonde versie van frietjes met mayo
 
(trrrrrrrromgeroffel)
 
Pastinaakfrietjes met frisse tahinsaus!!!

 
 
Ik zweer het: de teleurstelling op Tentmans' gezicht toen hij gretig naar de frietjes greep en ik hem vertelde dat het hier geen gefrituurde patatjes betrof maar wel ovengebakken pastinaakreepjes. Onbetaalbaar...
 
Uit protest weigert hij er nu natuurlijk van te proeven, de koppige ezel. Maar dat vind ik eigenlijk niet erg want zo zijn er meer voor mij.
 
Ik maak deze combi zo ongeveer twee keer per week. En daar is alles mee gezegd denk ik.
 
(Behalve dan ter verduidelijking dat ik alles ook effectief op eet hé. Omdat ik het lekker vind. Dus niet luisteren naar Tentman. Zijn interpretatie van een tempel is trouwens de koepel van de Taj Mahal.)
 
Bonus: Naast lekker zijn deze groentenfrietjes ook nog eens super gezond en simpel!! Poeh!  Dat kan je bijna niet geloven. Ik schat dat er zo'n 25 minuten overgaan (5 minuten maken, 20 minuten bakken) voor je je tanden kan zetten in deze weldaad voor smaakpapillen en lichaamsstructuren. Denk: de aardse, knapperige smaak van een pastinaak, krokant gebakken en een beetje spannend gemaakt door de toevoeging van wat pittige kruiden, gecombineerd met het rokerig aroma van tahin, verfrist met citroen en verse, groene kruiden.
 
Detoxen is LEUK!!!
Aan de slag!!!
 
Voor de frietjes:

 
 
- een pastinaak (1 dikke/ 2 dikke/ een hele hoop kleintjes. U kiest! Dat is het voordeel van gezond eten, lieve mensen: on-ge-limiteerd boefen!!)
- een beetje polenta of maïsmeel
- gedroogde kruiden naar keuze (bijvoobeeld: een beetje chili. Of wat gerookt paprikapoeder. Of misschien wat ras-el-hanout)
 
Voor de saus:
- 3 eetlepels tahin (oftewel: sesampasta. te koop bij de sympathieke Marokkaan/Syriër/Pakistaan om de hoek of in uw dichtstbijzijnde bio-winkel)
- een kneepje citroensap
- een scheutje water
- een snuifje zout
- een geutje olijfolie
- een handvol frisse, verse groene kruiden (mijn voorkeur gaat uit naar 2/3 platte peterselie en 1/3 koriander)
 
Hoe begin je eraan?
 
Voor de frietjes:
 
Schil de pastinaak en snij in frietjes. Mik ze in zo'n diepvrieszakje en strooi er wat polenta/maismeel en droge kruiden naar keuze over. Bind het zakje toe. Shake er eens mee zodat alle frietjes bedekt zijn met kruiden en polenta/maismeel en zet eventjes weg. Verwarm je over voor op 190° (boven en onder verwarming). Schud de frietjes uit op een bakplaat en besprekel genereus met olijfolie/kokosolie/ghee (geklaarde boter) Bak gedurende 15-20 minuten of tot ze goudbruin en knapperig zijn (het kan dat je de knapperigheid een handje moet helpen door er eventjes de grillstand op los te laten)
 
Voor de tahinsaus:
 
Mik alle ingrediënten in een blender en meng tot een gladde saus (voeg eventueel wat water toe indien niet lopend genoeg). Proef en kruid bij waar nodig. Je streeft naar een mooie balans tussen fris-zuur-rokerig.
 
Smakelijk, vrienden van de gezonde levensstijl!
 
 
Nawoord: de trouwe lezers onder jullie zullen zich misschien herinneren dat ik vorig jaar een kerstboom ben misgelopen en toen gezworen heb om wraak te nemen.
Min of meer dus. Ik had het dit jaar in mijn bolle hoofd gehaald dat een kale struik met witte kerstlichtjes eigenlijk veel strakker en stijlvoller stond dan zo'n van roze/groene ballen vergeven boom. Dus toog ik op een mooie zondagmorgen in december naar het tuincentrum in de buurt en sleepte een forse, kale struik onze huiskamer binnen. Ik drapeerde vrolijk enkele lichtslingers rond de takken en stak er- gewoon voor de frivoliteit- een vogeltje of twee in. Genoegzaam over zo veel vindingrijkheid, nestelde ik me avond na avond in de zetel om mijn toonbeeld van ingetogen elegantie te bewonderen.

 
 
En toen gebeurde het volgende:
 
Blijkt dat een kale struik in combinatie met vloerverwarming, licht en water de neiging heeft om in bloei te schieten. Waardoor ik nu dus beschik over een met-kerstlichtjes-behangen-roze-groene magnoliastruik waar isomo-vogeltjes in verscholen zitten. 
 



 
Klasse, Coorevits. Pure klasse.  

8 december 2013

When life gives you lemons ... make lemoncurd

Bovenstaande titel doet wellicht vermoeden dat nu een verhaal volgt waarbij ik vertrek vanuit een tegenslag, vervolgens besluit om me niet te laten doen en dapper verder strijd zodat uiteindelijk, zoals het een goed verhaal betaamt, alles samenkomt in een harmonieus geheel, ik een wijze levensles heb geleerd en doorheen het hele proces ook mooier en slanker ben geworden. Helaas. Wat ik zal vertellen heeft geen hol met de titel te maken. Ik heb namelijk bitter weinig problemen ervaren de laatste tijd. Alles kabbelt zo'n beetje gezapig verder en dat is wel een beetje jammer want shit meemaken doet echt wonderen voor het creatieve proces.


Maar goed, ik vond het wel een catchy titel en uiteindelijk gaan we allen aan de slag om lemon curd te maken dus dacht ik dat jullie me het wel zouden vergeven wanneer ik in plaats van een tegenslag, vertel over Vriend Konijn.

Op vrijdagmorgen sta ik steevast voor dag en dauw op om een uurtje te gaan lopen. Ja, zo zeg ik dat, heel losjes weg, ook tegen mensen die ik pas leer kennen. Op die manier verzeker ik me ervan dat ze me al haten nog voor ze alle boeiende facetten van mijn persoonlijkheid kennen en kan ik mijn vriendenkring mooi overzichtelijk houden.

Met uitzondering van die twee maanden bikini-seizoen, ben ik op dat Goddeloze uur meestal alleen op de piste en dat vind ik wel zo aangenaam. Tenslotte, wanneer je zonder een likje make-up, met een net-uit-bed-kop loopt te hijgen als een mops met mucovisidose, heb je geen nood aan publiek.
Behalve dan wanneer dat publiek bestaat uit Vriend Konijn.

Wie is Vriend Konijn nu precies? Wel, zoals de naam het een beetje weggeeft, spreken we over een konijn. Ik noem hem vriend, omdat ik hem al een paar maanden routineus elke week ontmoet, hij me ziet in mijn meest onflatteuze staat maar nimmer een oordeel velt en dat dus meer is dan ik van de meeste mensen kan zeggen. Voeg die twee samen en je komt als vanzelf bij mijn hoogst spitsvondige benaming. Dat wordt lachen wanneer ik ooit een mens van een naam moet voorzien...

 Ik weet niet precies waar Vriend Konijn vandaan komt maar ik geloof dat ik hem ooit eens gespot heb op het erf van een nabijgelegen woning waar allerhande pluimvee placht rond te lopen. Misschien woont hij daar.
Misschien komt hij alleen af en toe eens 'aanwippen' voor een kort bezoekje aan Mr. en Mevr. Pauw. Maar wellicht is Vriend Konijn ontsnapt aan een jarenlange ballingschap in een veel te klein celletje waar af en toe een dik kindervingertje door de tralies verscheen om hem te porren.

Volgens mij dacht Vriend Konijn op een mooie dag: 'Dit hoef ik niet te pikken, jullie kunnen mijn wollig achterste kussen' en knabbelde hij zich traag maar gestaag een weg naar de vrijheid. HJij is er precies het dier voor om zich aan dergelijke baldadigheden over te geven. Ik denk dat Vriend Konijn nu hij vrij is, als een soort van missionaris het land door hopst, op zoek naar dieren in ballingschap onderwijl zijn Blijde Boodschap verkondigend: 'Ja, jij daar, lekker kippetje, bevrijd je zelf van de slavernij van het dagelijks eierleggen! Werp de ketenen der dwangarbeid van je af en vlieg! vlieg lekker kippetje! Vlieg jezelf naar een mooier, beter en vrijer bestaan.'

Dat kan allemaal hé. Tot iemand mij kan bewijzen dat dieren niet tot hogere gedachten in staat zijn, blijf ik Disneygewijs stiekem hopen dat ze allemaal wél kunnen spreken en rationeel kunnen redeneren maar dat ze er gewoon voor kiezen om dat niet te doen in onze nabijheid. Om deze reden wens ik dan ook te blijven geloven dat de reden voor Vriend Konijns' afwezigheid afgelopen vrijdag niets te maken heeft met het feit dat hij als een klein wit tapijtje uitgespreid ligt in de Menenstraat maar eerder dat hij zijn missie in onze gemeente voltooid heeft en onderweg is naar onbekende, barbaarse horizonten waar voor pluimvee allerhande een vrij bestaan nog slechts een ijdele droom lijkt.

Vaarwel dus, mijn zachte Vriend. Het ga je goed. Vaarwel! vaarwel! Adieu!

Dit gezegd zijnde. Nog een dikke drie weken en ebay zal weer overuren draaien met het verhandelen van ongewenste, foute of gewoon spuuglelijke cadeaus.



Vandaar volgende suggestie: schenk een ander eens een eetbaar cadeautje. Er zijn tal van voordelen aan verbonden:
1. Je kan niet missen met iets lekkers. Ik persoonlijk ben bijvoorbeeld nog nooit iemand tegen gekomen die iets had van: 'Iets lekkers, nèh, geef mij maar dat niet te fretten hoopje voedsel dat eruit ziet als kots'
2. Je houdt er geen financiële kater aan over. Een paar basis ingrediënten en je bent er weer van af voor dit jaar.
3. Mensen appreciëren het als je moeite doet voor hen. Pluspunt je houdt er zelf zo'n heerlijk zelfvoldaan, superieur gevoel aan over ('Jaaah, tuurlijk zijn die slaapsokken van de Hema leuk maar ik heb je de gift van Persoonlijke Kostbare Tijd geschonken! Ik ben, met jou in gedachten, aan de slag gegaan en heb iets gecreëerd wat je genot zal schenken. GENOT! Mijn beste') .

En zo komen we dan uiteindelijk bij de titel uit en geef ik u graag het supersnelle, super gemakkelijke recept voor lemon curd mee.
(Ps: Onnodig om dat 'snel' en 'gemakkelijk' te laten weten aan diegene die de eer heeft je eerbaar cadeautje te mogen verorberen. Laat ze maar denken dat jij gezwoegd hebt voor hen. Misschien krijg je dan volgend jaar eens iets terug wat je wel degelijke léuk vindt en/of kan gebruiken).

Wat hebben we nodig?



- citroenen zijn altijd een goed begin wanneer je citroencrème (aka lemon curd) wil maken. Neem er zo'n stuk of 5 (gelijk aan 200 ml citroensap)
- de zeste van 3 citroenen
- 200 gram kristalsuiker
- 4 eieren
- 4 eierdooiers
- 180 gram koude boter in kleine brokjes

Werkwijze:

Neem een pot met een dikke bodem en doe daar alle ingrediënten, met uitzondering van 100 gram boter in. Stook een matig vuurtje onder die pot en breng het geheel aan de kook, onderwijl roerend met een klopper. Als je voelt dat de massa dik aan het worden is op de bodem, zet het vuur lager. Wanneer je luchtbellen aan de oppervlakte ziet verschijnen, roer nog een minuutje goed door en zet dan de pot van het vuur.
Vervolgens roer je er al even krachtig de overgebleven boter door, giet je alles door een fijne zeef, laat je de crème afkoelen tot kamertemperatuur en breng je hem vervolgens over naar zo'n visueel aantrekkelijk  weckpotje. Laat de 'curd' nog een uur of zes opstijven in de koelkast en dan ben je alweer helemaal klaar om vriend en vijand te verbazen met je kookkunsten.



Ben je in het bezit van een thermomix, dan kom je er wel bijzonder gemakkelijk van af want dan ben je op zo'n minuutje of vijf klaar en dat zonder dat krachtig roeren en al.

Want dan doe je:

- alle ingrediënten (behalve de boter) tegelijk in de Thermomixkom en mix je ze gedurende 10 seconden op snelheid 8.
- vervolgens plaats je de vlinder in de kom en mix je  5 minuten op snelheid 4, temperatuur 70 graden.
- daarna stel je de machine in op 2 minuten, snelheid 2, temperatuur 70 graden en mik je tijdens die twee minuten de stukjes boter door het gaatje in het deksel.
- Tenslotte meng je alles nog eventjes gedurende 20 seconden op snelheid 9.



Giet het geheel door een zeef, kap in een potje, laat afkoelen op kamertemperatuur en plaats vervolgens gedurende een paar uur in de koelkast.

'En nu?' hoor ik je denken, 'Ik ben nu in het bezit van lemon curd en ok, dat is op zich een enorme verrijking voor mijn leven maar wat kan je er allemaal mee doén?'
'


Wel, lieve lezers, dat zal ik je nu eens gaan vertellen:

1. Je kan de lemon curd zo, met een lepel, rechtstreeks uit het potje lepelen. Dat kan. Dat mag.
2. Je kan hem (haar? het? Iemand een idee over de geslachtsbepaling van lemon curd?)  in een taartje verwerken, aldus een heerlijk citroentaartje bekomend (Hoe? Een muffinvormpje bekleden met bladerdeeg of kruimeldeeg, afbakken, vullen met lemon curd en opdienen naar wens met een toefje opgeklopte room)
3. Je kan hem combineren in dessertglaasjes met een laagje Griekse yoghurt en wat speculooscrumble zoals ik  hier deed:

4. Je kan de crème verwerken in koekjes (zie internet)
5. Je kan een ordinaire cake bakken en die pimpen door ze doormidden en te besmeren met een dikke, romige laag lemon curd.
6. Je kan het potje op je gezicht smeren, een filmpje kijken en je wederhelft wijsmaken dat het een gezichtsmasker is. Intussen kan je lekker snoepen zonder dat je moet rechtstaan en dingen uit de koelkast moet halen. Handig én lekker.

Man, ik zou zo voor Libelle kunnen schrijven....




5 november 2013

Over appeltaart en andere antidepressiva

Zelfkennis is naar't schijnt het begin van alle wijsheid. Dus voel ik me niet te beroerd om toe te geven dat ik soms een beetje van een klager kan zijn. Je weet wel, zo iemand voor wie het glas eerder half leeg dan half vol is(*)
Sommige mensen storen zich daaraan en dus probeer ik oprécht het leven van een zonniger kant te zien. Alleen is dat een beetje moeilijk wanneer het al 20 uur aan een stuk aan het strontregenen is.
Let op, ik ben niet altijd een zwartkijker geweest. Eens was ik dom, naïef en 10 jaar oud en toen kon ik zeker wel de romantiek van de seizoenen in zien.

De herfst was in mijn beleving een aaneenschakeling van prachtige, gouden dagen waarin de blaadjes dansend rond mijn dikke hoofd naar beneden dwarrelden. Rond me heen geurden vochtige bossen dierlijk naar mos, humus en wel ja, bloed van bambi's en hun moeders waarschijnlijk aangezien het jachtseizoen volop bezig is. Er waren lange, zondagse herfstwandelingen die een roze blos op je wangen toverden en je ogen deden glanzen. Daarna was er sprake van knappende haardvuren alwaar in flanellen pyjama's warme chocomelk werd gedronken.

En dan de winter! Oh boy! Als er één seizoen is waar Hallmark een patent op heeft, is het wel die! Spontaan verschijnen voor mijn geestesoog een helderblauwe hemel waarin een schitterende, laaghangende zon zijn  stralen werpt over een wit winterwonderland aldus miljarden sterretjes in de fonkelende sneeuw toverend. Na dagen vol sneeuwbalgevechten en sleetochten was het thuis komen in de geur van sinaasappels en kruidnagel, stond op het aanrecht een dampend appelgebak te prijken en pruttelde op het vuur een hartverwarmend stoofpotje.
Verder waren er spannende avonden waarop de schoen gezet werd en het geluid van hoopvol zingende kinderstemmetjes weerklonk onder een sikkelvormig maantje. En het hield maar niet op want daarop volgde een familiezoektocht naar de grootste, mooiste, dikste en heerlijk geurendste dennenboom. Eens deze baadde in het licht van (compleet smakeloze roze-rode-groene-gele-oranje- kerstlichtjes) werd rond zijn stam een toren aan cadeautjes gebouwd die stuk voor stuk in zich de belofte droegen van vele toekomstige uren pret en plezier.

Vervolgens word je groot, vallen de schellen van je ogen en zie je de wereld zoals ze écht is.

Neem nu die zogezegde herfst. Ik weet niet hoe het bij jullie zit maar mijn tuin is op zijn best een stadsparkje met grootheidswaanzin. Je kan er in gaan wandelen maar tenzij je bereid bent om een stuk of vijftig keer van voor naar achter en terug te lopen, zal je er niet snel glanzende ogen en rode wangen van krijgen. Een bos is in een straal van 20 kilometer niet te bespeuren en dan nog, heb ik als actief aan de economie bijdragende mens op zondagen wel betere dingen te doen dan te gaan rondhossen zonder schijnbaar doel. Het huis kuisen bijvoorbeeld. Immers, als volwassene zit je leven tjokvol boeiende en intellectueel uitdagende bezigheden.
Evenmin besef je als kind dat je notie van 'tijd' ongeveer even goed is als die van de gemiddelde alzheimerpatiënt. De periode 'van het vallende blad' duurt in je onderontwikkelde kinderhoofdje een eeuw terwijl het in werkelijkheid in een vingerknip voorbij is. Het ene moment verbaas je je (in een zeldzaam optimistisch moment) over de gele, rode, bruine en paarse blaadjes die vrolijk rond dwarrelen. Bam! Het volgende moment word je, samen met die vrolijke kleurtjes van je fiets/stam geblazen door een rukwind aan zo'n 100 per uur en is het uit met de pret.
WANT -en dat zeggen ze er OOK niet bij- veel zon komt er na september niet meer aan te pas. Wat je wél kan krijgen is 150 liter water per dag en bijhorende rukwinden. Ook interessant aan die laatste is dat ze nogal wispelturig zijn dus als je je 's morgens aan een duizelingwekkende snelheid van 5km/uur naar je werk fietst en je je troost met gedachte dat de terugkeer dan op zijn minst wel vlot zal lopen, wel dan ben je gewoon dwaas want veel kans dat die noordoostenwind zomaar opeens een zuidwester is geworden.
Indian summer, mijn gat.

Maar breek me vooral de bék niet open over de winter! Sneeuw, ze mogen er voor mijn part in stikken want vorig jaar heb ik er genoeg gezien voor de rest van mijn leven. In een periode van januari tot pakweg april kende ik zo'n 5 bijna-dood-ervaringen per dag. Probeer eens met je fiets van Wevelgem naar Kortrijk te fietsen in 30 centimeter bruine drek. Want veel wit schiet er van dat 'winter-wonderland' niet over hoor na 30 000 kilo strooizout. Helemaal te gék zijn ook die geniepige bandensporen in de sneeuw waarvan je aanvankelijk denkt: Aha! Een PAD! Laat ik daar even in gaan rijden. Maar dan blijkt dat pad gewoon 60 kilo geperste sneeuw waar de nachtvorst nog eens is overgegaan dus begeef je je, met je slaapdronken kop, op een soort van zwarte schaatspiste. Slapstick op zijn best noemen ze zoiets.
Verder is er zo'n 2 uur per dag licht en als je denkt dat daar veel zon aan te pas komt, think again. 'Licht' is gedurende de komende maanden gewoon één tint grijs. En om het helemaal af te maken is er ook het chronische 'ik-heb-geen-gevoel-meer-in-alle-uiteinden-van-mijn-lichaam-gevoel'.

Ik persoonlijk zou denken dat er genoeg redenen zijn om de komende maanden niet al huppelend tegemoet te treden maar goed, ik had beloofd mezelf een positieve ingesteldheid aan te meten. Hier gaan we:

In de herfst zijn er veel lekkere appels.
....
Wat een feest.

Ok, ok, sarcastisch zijn is leuk maar je moet weten wanneer te stoppen. En dat is wanneer we bij het onderwerp 'herfstvoedsel' komen. Want als er één iets is wat mijn aanleg voor seizoensdepressie ietwat kan dempen, dan zijn het wel boschampignons, truffels, butternutpompoenen, pastinaken en Bambi en zijn mama.
En ja, het duurt nog eeuwen voor we weer mogen genieten van een aardbei die de naam waard is maar een appeltje af en toe is ook niet mis. En toevallig biedt dit seizoen de lekkerste appels. Wanneer je er dan nog volgende werkelijk overheerlijke appeltaart mee maakt, dan regresseer ik heel even weer naar de tienjarige dikbol die ik eens was en denk ik dat het allemaal best wel meevalt.

Onderstaand recept vergt enige inspanning maar geloof me, u bent het waard.

Voor het deeg:

- 350 gram patisseriebloem
- 15 gram suiker
- 5 gram maldon (of gewoon zout)
- 225 gram KOUDE boter in blokjes

--> Meng alles onder elkaar tot een homogeen deeg. Verdeel dat deeg in twee gelijke helften. Wikkel beide deegballen in folie en plaats gedurende minimum een uur (liefst twee) in de koelkast. Het is belangrijk dat je deeg koud genoeg is zodat je het straks makkelijk kan uitrollen.
Tip: je kan je deeg de dag op voorhand maken en 's morgens de rest van de taart afwerken. Of je kan zelfs je deeg een maand op voorhand maken en het invriezen en laten ontdooien wanneer je er klaar voor bent. Indien je iets hebt van, geef mijn portie deeg maken maar aan fikkie, dan kan je natuurlijk ook twee cirkels zanddeeg van Herta gaan kopen en daar mee aan de slag gaan. Zoveel mogelijkheden! Zo weinig tijd!

Voor de confituur.

Noot: inderdaad, mensen, ik ben zo iemand die zelf confituur maakt en dan nog het gore lef heeft om die in zelf gemaakte taarten te verwerken. Je hoeft dat allemaal niet te doen hoor maar ik persoonlijk vind mezelf helemaal te gek wanneer ik een taart maak die volledig uit eigen gemaakte ingrediënten bestaat. Elk zijn fetisj zegt mijn oma altijd.

Nuja, ik nu dus toevallig pruimenconfituur bij de hand en die heb ik erin gekwakt, gewoon omdat me dat wel funky leek.
Jullie mogen ook zelfgemaakte confituur gebruiken maar ik kan me perfect voorstellen dat een potje Materne goed genoeg is want die is naar't schijnt 'mmmmm zooooo lekker!' (Misschien ben ik de enige hoor maar veel effect heeft die reclame niet op mij, ze genereert namelijk spontane braakaanvallen).

Wat de keuze van confituur betreft: we maken een appeltaart dus denk ik dat je altijd goed zit met de confituurcombinatie van andere herfstvruchten (ergo: pruimen, peren) maar ga vooral eens wild hé, dat schijnt ook trending te zijn in deze tijd van het jaar.... (haha ha)

Voor de topping:

- appels (3 grote)
- een klontje boerenboter
- een beetje (vanille)suiker
- optioneel: vleugjes kaneel/nootmuskaat/gember
- sap van een halve citroen

Schil je appels, verwijder het klokhuis en snij ze in dobbelsteentjes. Meng er de suiker en het citroensap onder evenals de optionele kruidenmix. Zet aan de kant.

Voor de afwerking:

- een handvol hazelnoten (of walnoten/ of amandelen). Werp deze in de blender, pulse een paar keer en wees trots op uw zelfgemaakte notenpoeder.

De samenstelling:

Beboter en bebloem een springvorm met een doorsnede van 20 centimeter.
Neem de ene helft van het deeg (of het ene Herta-vel) en bekleed hiermee de bodem van de springvorm. Snij over-de-rand-hangend-deeg niét weg!
Besprenkel de bodem van je deeg met een beetje van het notenpoeder.
Lepel vervolgens het (kleine) potje confituur over het notenpoeder en zorg dat de hele bodem bestreken is.
Daarna bedek je de confituurlaag met de appelblokjes.
Laatste stap: Neem je tweede helft deeg en rol dit uit (of sla dit over en neem je tweede vel herta-zanddeeg).

Nu zijn er twee opties: of je gaat voor de retrockonfituurtaartlook OF je gaat all americain.
In geval nummer 1 snij je de tweede lap deeg in stroken en creëer je zo, losjes uit de pols, een confituur-taart patroon. Tussen de ruitjes door, leg je op de appels spelenderwijs wat klontjes boter uit de 'toppinglijst). Bestrooi het geheel met een beetje vanillesuiker.

In geval 2 neem je het extra klontje boter uit en verkruimel je dit over de appels. Vervolgens drapeer je integraal deeglap 2 over de hele taart en maak je een kleine kruis-insnijding in het midden (je weet wel, even met de punt van je mes een kruisje tekenen in het deeg zodat de stoom kan ontsnappen).

Bijna klaar!

Nu alleen nog even je hele creatie in een voorverwarmde oven op 180° gedurende een uurtje en je kan genieten van een stukje huisgemaakte appeltaart waar je vriend en vijand mee zal verbazen. De taart is helemaal onweerstaanbaar wanneer je ze warm serveert met een bolletje vanille-ijs of een toefje (lees: kolenschep) slagroom.



* nog even over dat halfvolle-halflege glas: ik wil nu niet bepaald een lans breken voor zwartkijkerij maar een glas is toch altijd halfleeg??? Ik ga ervan uit dat eens vol moet geweest zijn en het feit dat het dat niet meer is, wil zeggen dat het leger is dan daarvoor. Ergo: het glas is half léég. Ik persoonlijk vind het jammer dat halfleeg zo'n negatieve connotatie heeft. Het is HALF leeg hé, niet HELEMAAL leeg. Halfvol klinkt in die zin volgens mij dan ook pessimistischer dan halfleeg want het glas is maar HALF vol in plaats van HELEMAAL vol. En dat is jammer. Behalve wanneer het gevuld is met pis. Vergeet dan alles wat ik hiervoor zei.

20 oktober 2013

Bagels in Paris

Twee weken geleden was ik in Parijs voor de fashion week.

En als u denkt, deze zin kan onmogelijk nog cooler worden, hou u dan maar vast voor de volgende:

Twee weken geleden was ik in Parijs voor de fashion week om deel te nemen aan één van de modeshows.

Het is het volgende: Ik ben iemand met meerdere interesses in het leven. De oplettende lezer onder u had wellicht al fits dat 'koken' en 'eten' er twee van zijn.

Maar ik heb er nog! Zoals daar zijn:

- op reis gaan. Bij voorkeur naar exotische bestemmingen waar de zon altijd schijnt en de mensen mooi en lief zijn.
- alcohol consumeren. Bij voorkeur in grote hoeveelheden.
- een dansje placeren. Bij voorkeur met een compleet verlies voor decorum waarbij ik mijn armen slap naast het lijf laat hangen, mijn rug lichtjes krom gebogen is en ik losjes door de knieën ga, dezelfde move uren aan één stuk uitvoerend, de blik op oneindig. (Vergeet 'hobbykok', 'so you think you can dance', hou jullie maar klaar)
- sarcasme. Voorbehouden voor die dagen waarop ik de wereld en al zijn bewoners vervloek (Grofweg van maandaag-vrijdag)
- lezen. Ik schijn een voorkeur te hebben voor boeken die later verfilmd worden en waarbij Hollywood acteurs selecteert die in de verste verte niet lijken op de gecreëerde personages in mijn hoofd zodat ik nooit en te nimmer nog een lievelingsboek kan herlezen omdat ik dan altijd weer één of andere gladde melkmuil voor mijn geestesoog zie.
- warme baden (zo warm dat ik kippenvel krijg als ik erin kruip en duizelig op mijn bed moet gaan liggen om erna te bekomen)

En dus mode. Helaas. Want eten, drinken en een maatje 00 gaan niet altijd even goed samen. Nu goed, de wereld hangt aaneen van imperfecties dus moeten we daar maar leren mee leven.

Maar nu dus even over hoe ik in die Fashion Week ben terecht gekomen.

Ik heb een vriendin, Stefanie genaamd. Zij is niet ontsproten uit mijn zieke brein en bestaat echt. We hebben toevallig dezelfde naam. Stefanie zingt (zeer mooi) in een (zeer goede) band. Ze ziet er tevens zeer goed uit waardoor ik haar een beetje haat. Maar dat zeg ik haar natuurlijk niet want ik heb niet zo veel vriendinnen en diegene die ik heb, wil ik houden. Dus kies ik ervoor mijn ware persoonlijkheid voor hen verborgen te houden.

Maar goed. Naast goed zingen, succesvol en mooi zijn weet mijn vriendin telkens ook erg stijlvol en origineel uit de hoek te komen. Een dergelijke combinatie trekt natuurlijk snel de aandacht van modebewuste mensen zoals daar zijn 'ontwerpers' en dan met name een zekere Belgische in Parijs wonende man genaamd: Jean-Paul l'Espagnard.

Zoals het iedere zichzelf respecterende modeontwerper in Parijs betaamt is Jean-Paul 'as queer as a clockwork orange' (dat is een uitdrukking, ik heb het opgezocht want ik kon zelf niet zo gauw een goeie Vlaamse bedenken) en eerder nonchalant. hij vond het bijvoorbeeld wel een strak plan om zijn modellen niet eerst te screenen waardoor hij aan Stefanie vroeg of ze zin had om mee te lopen in zijn modeshow (als zijn muze) en als ze nog iemand kende, ze die ook mocht meenemen. Dat bleek ik te zijn. Ik voelde me op dat moment heel erg mooi, speciaal en uniek.

Echter, wanneer een dergelijke gelegenheid zich voordoet, dient men zijn ego aan de kant te schuiven. Vrolijk toog ik mee richting Parijs waar we op maandag verwacht werden op de show van mr. L'Espagnard in Le Marais (de wijk in Parijs waar je, tijdens de Fashion Week, over de hippe en trendy mensen struikelt).

Ter voorbereiding werden internationale teams visagisten en 'hair stylists' ('kapper' voor de gewone mens) aan het werk gezet om ons er na 3 uur te laten uitzien alsof we geen make up op hadden en recht uit ons bed kwamen (de na te streven look was een rood verbrande toeriste in Mexico).

Vervolgens was het 'concept' dat we een beetje moesten ronddwalen in een ronde ruimte alwaar een filmpje van ons gemaakt werd. Aanwezig waren een cameraman en een 'art director' die ons instructies gaf maar waar we in GEEN GEVAL naar mochten kijken. Wel dienden we te flirten met de camera, de ronde muren van de kunstmatige ruimte te strelen en tegelijkertijd 's mans instructies op te volgen : 'Lachen! Stop met lachen! Terug! In het licht blijven!' Maar dan dus in het Frans. Mijn Frans is niet abominabel maar het feit dat ik een gigantische koptelefoon op mijn kop had, gemaakt uit reuzenschelpen, maakte me niet alleen 'lost in translation' maar ook 'lost voor de camera'. Vermoedelijk gingen ze voor 'fliterig, onschuldig en lieftallig'. In de plaats daarvan kregen ze 'waggelend, zweterig met een licht mongoloïde frons op het gelaat'.

De schelpen waarvan sprake. Die krengen deden PIJN! Maar de Japanners waren er DOL op. Kitsch is blijkbaar hip in het Oosten.

In een volgende fase werden we naar een zaal gebracht waar pers en belangstellenden van een glaasje konden nippen en intussen werden wij geacht ons tussen het volk te begeven en ons te laten betasten door vreemde mensen. Ook mochten we antwoorden op vragen indien die ons gesteld werden. Toen twee Japanse dames aan mij vroegen (in het Frans) wat ik vond van mijnheer L'Espagnards collectie, heb ik -onder het motto 'scoor eens bij je opdrachtgever- een lofzang afgestoken voor Dries van Noten en AF Vandervorst.

Eskimopakjes: it's gonna be big!

Na een uur of drie, liep de show op zijn einde, bedankten wij een euforische ontwerper en begaven we ons met de metro richting slaapplaats alwaar we ons overgaven aan een middernachtelijke Libanese vreetpartij. Waarmee ik heel vlot de link maak van 'mode' naar 'eten' en eraan toevoeg dat we de middag voor de show bagels waren gaan eten. Zo beland ik op geheel natuurlijke wijze bij het recept van vandaag: bagels.

Terug thuis dacht ik: waarom maak ik zelf eens geen bagels? Daadkracht is my middle name dus toog ik onmiddellijk aan de slag en serveerde op een herfstige zondagmorgen deze:



Wilt u eens even daadkrachtig uit de hoek komen, volg dan volgende instructies:

Neem:

- 280 gram melk of water
- 15 gram instant gist
- 20 gram suiker
- 25 gram boter
- 480 gram bloem (ik gebruikte suprima plus van de aveve)
- 1 tl zout

Zo lang ik hem nog te leen heb, ben ik van plan er alles uit te halen dus nam ik mijn trouwe thermomix (aka 'Stephie's little helper')  en mengde melk (of water), gist, boter en suiker in de TMX gedurende 3 minuten op 37°, snelheid 1. De artisanale manier kan natuurlijk ook.
Vervolgens ging er bloem en zout bij en kneedde de machine 2 minuten op 'interval' snelheid (dat is dat graanstokje vanonder rechts). Opnieuw: menselijke kracht kan de machine even goed vervangen.

Mik het deeg vervolgens in een kom, bedek het met een handdoek en laat het gedurende 30 minuten rijzen op een warme, droge plaats.
Verdeel het deeg daarna in 10 porties en rol iedere portie in een worst. Vorm ringen door de uiteinden met elkaar te verbinden tot je de typische 'bagel' vorm krijgt.


Laat deze beauties nog een twintigtal minuutjes rusten terwijl je de oven voorverwarmt op 220°.

Vervolgens zijn we aanbeland bij een essentiële stap in de kunst der bagel-bakken. Bagels werp je namelijk niet zomaar in de oven, nee, je kookt ze eerst. Blijkbaar verzekert dit de typische structuur van het broodje zijnde ' ultra krokant aan de buitenkant, sappig vanbinnen'.

Neem dus een kookpot, doe er water in, breng aan de kook en drop je bagels er per 4 (of vijf, afhankelijk van de de grootte van je pot) in. Laat ze anderhalve minuut koken aan beide kanten.

yummie!

Je kan je bagels puur natuur eten maar ik wilde er zaadjes op. Dus nam ik een mengeling van chiazaad (u merkt, ik schuw geen enkele foodtrend), sesamzaad en geroosterde pompoenpitten.

Vervolgens raakte ik helemaal op drift en besloot er nog enkele te maken met rozijnen en bicky-uitjes (niét gecombineerd in 1 bagel, de gekte moet ergens stoppen).

Tip wanneer je voor de rozijnenversie gaat: doe niét zols ik en schik ze er na het kookproces op want dat werkt niet. In de oven blazen de gedroogde druifjes op als kankergezwellen en drogen ze helemaal uit. Een volgende keer meng ik de rozijnen onder het deeg voor de eerste rijs en dan komt het wel goed denk ik.



Goed, dus je bagels zijn nu gekookt, je hebt je topping naar keuze erop gestrooid en dan ben je klaar voor het betere bakwerk: 15 à 20 minuutjes in de oven, op een met bakpapier beklede bakplaat en je bent klaar voor een Parijs-Amerikaanse smulpartij in uw eigen vlakke land.

Ik serveerde ze bij het ontbijt waar warme broodjes naar mijn mening niet meer nodig hebben dan een likje gezouten boerenboter en een kop sterke, zwarte koffie. Maar bij de lunch doen ze het even goed in het gezelschap van een tas (pompoen)soep en een fris slaatje.