5 juni 2012

Mozarella en champignons

Ik ben een West-Vlaming in hart en nieren. Geboren en getogen in het Vlakste der Vlakke Land, de taal van Willem Vermandere en Flip Kowlier machtig. Wanneer ik in het verleden mijn vleugels uitsloeg en de Vlaamse klei tijdelijk inwisselde voor het Brabantse zand, merkte ik dat er toch wat vooroordelen bestaan rond onze mooie provincie. Zo schijnen bepaalde Leuvenaars (en dan heb ik het over mensen met een gemiddeld tot hoog IQ hé, niet over die met de mentale vermogens van een fruitvliegje) te geloven dat West-Vlaanderen grofweg begint bij de zee, afgebakend wordt door een paar duinen en vervolgens uitsluitend bestaat uit landbouwvelden die dan lopen tot waar men de eerste tekenen van beschaving kan waarnemen (Oost-Vlaanderen). In West-Vlaanderen zou het ook altijd naar mest ruiken, iedere inwoner (een geschat totaal van 50) woont op een boerderij en mag op zondag al graag eens een kip de nek omdraaien of een lammetje slachten.

Daar wil ik gewoon het volgende over kwijt: Heeft Colin Farell ooit meegespeeld in een film over Antwerpen/ Leuven/ Brussel??? Ik dacht het niet...

Toch zijn er bepaalde opvattingen over West-Vlamingen die wél hout snijden. Zo zou er iets bestaan als de typische West-Vlaamse 'bescheidenheid', vrij vertaald in dé pedagogische Gulden Regel uit mijn jeugd: 'Doe mo geweune ton doeje ol zot genoeg'. Wij werden met de paplepel ingegeven dat 'bescheidenheid de mens siert' en dat men nimmer of te nimmer mag opscheppen over eigen prestaties of successen. Men dient, in geval van succes, deemoedig het hoofd te buigen, alle lof af te weren en bescheiden en blozend te mompelen: 'goh, kè geweune chance ghèd peisk'. Hiermee elk eigen aandeel in de prestatie ontkennend.

Dus wat ik nu ga doen is keihard vechten tegen een diepgewortelde overtuiging en hakkelend, blozend en diep beschaamd volgende uitspraak doen (diep ademhalen). Hier gaan we: Ik kan, denk ik, tamelijk goed, simpele hapjes maken waar niet veel werk in kruipt maar die toch, denk ik, wel ok zijn om te eten. Denk ik. Hoop ik. Maar als het niet zo is, mag je het ook zeggen hé.... ik heb het zelf niet bedacht hoor. Ik heb gewoon een beetje in kookboeken gekeken en het één en ander gecombineerd. Iedereen kan het. Echt, het is helemaal niet moeilijk. Je neemt gewoon:


- 1 bruin toastbrood
- een bol buffelmozarella
- een bokaaltje of een doosje van die gemarineerde champignons op olie die ze bij de Italiaanse traiteur verkopen.
- een takje tijm
- een muffinbakplaat

Je snijdt rondjes uit het toastbrood en 'plakt' die rondjes in de muffinvormpjes. Je besprenkelt dit vervolgens met een weinig olijfolie en bak het brood in de oven tot de vormpjes knapperig maar nog niet goudbruin zijn. Dan vul je de boordkuipjes met de champignons, leg je er een stukje mozarella op en werk je af met wat tijm. Dan bak je dit geheel voor de tweede maal, deze keer dus tot het brood wel goudbruin is en de mozarella gesmolten.

Dien op. En buig bescheiden en nederig het hoofd in geval van complimenten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen