23 januari 2013

Kale omelet

Het is heel populair om de dag van vandaag luidkeels te verkondigen dat je het 'druk druk druk' hebt. Wanneer iemand dergelijke klacht ten aanzien van mij uit, dan bekruipen me vage schuldgevoelens. Ik heb daar namelijk niet echt last van. Mijn leven tsjokt meestal gezapig voort en het gevoel van hot naar her te moeten rennen, is mij niet erg bekend.

Mogelijks is dat te wijten aan een ongelofelijk organisatietalent van mijnentwege. Maar waarschijnlijker is dat ik gewoon niet zo'n boeiend, veelzijdig leven heb.

Tot nu toe. Want de laatste tijd is het écht druk. Er zijn vrouwenweekendjes waarop mijn aanwezigheid gewenst is, uitstapjes naar Brussel (alwaar ik ontmaagd werd op het vlak van 'papsaus'), sportmomenten waarbij gestreefd wordt naar het behoud van een strak, athletisch lichaam, huishoudelijke taken en natuurlijk werk.
Vandaar dat de frequentie van mijn blogposts de laatste tijd wat de wensen overliet. Waarvoor dan ook mijn diepste, nederigste excuses aan jullie, schare trouwe lezers.

Maar let's talk food. Uitgebreide research stelde me op de hoogte van weer een nieuwe trend in het voedsellandschap. 'Huge' in Amerika dus kwestie van tijd voor wij er ook massaal voor vallen. Ik heb het over..... kool. Jep. Die groene bollen die de Vlaanders van tijd tot tijd in een heerlijke odeur hullen en die een weldadige werking schijnen te hebben op je darmstelsel.

We kennen natuurlijk allemaal bloemkool, rode kool en savooi. Maar het kan nog net dat tikkeltje retro'er want ik presenteer u: Boerenkool. 'Kale' in het Engels en wanneer je dit intypt in google, volgt een stroom aan recepten (mbp: 20 700 000 in 0.44 seconden) gaande van een klassieke salade tot 'kale and roasted coconut pie'.
Boerenkool of 'kale' dus, zou weer één van die ultrahippe superfoods zijn (vlak voor 'chiazaad' in het eet-je-zelf-kankervrij-alfabet). Deze kool zit naar't schijnt vol ijzer, calcium en vitamines. De smaak valt te omschrijven als 'bitter' (maar niet zo bitter als witloof) en 'aards' (maar niet zoals rode biet).
Als je het bittere wat wil vermijden, zou het naar het schijnt helpen om de koolbladeren kort te blancheren.

Ik heb dat niet gedaan want ik hou wel van een bittertje op zijn tijd... ok, ik ben gewoon lui.

Wat het recept betreft: komende van een land waar men dodelijke hamburgers produceert, sta ik als oerdegelijke West-Vlaamse (op een sokkel, haha) ietwat sceptisch ten aanzien van hun culinaire waaier. De combo 'kool+kokosnoot' liet ik dan ook wijselijk aan me voorbij gaan en ik ging voluit voor: een 'kale' omelet.

De hoofdtonen in deze ontroerende compositie:


- een handvol boerenkool
- 3 biologische eitjes
- een handvol champignons (hier: oesterzwammen)
- een halve gesnipperde rode ui
- een lente uitje
- wat verse peterselie

Sauteer de boerenkool in een pan met wat olie en knoflook. Doe hetzelfde met de champignons. Zet opzij. Kluts de eieren en kruid af met peper en zout. Bak de beide uien aan in wat boter. Giet de eieren erbij. Voor een ideale omelet laat je het vochtge ei bovenaan in de pan steeds onder de gebakken randjes lopen zodat je omelet nooit aanbakt. Strooi de peterselie erover. Strooi de boerenkool en de champignons losjes over het ei en rol op tot een mooie omelet.

Tot zover de theorie. Want als je er je kool en champignons bij doet, zul je merken dat het met drie kleien eitjes (in een te grote pan) minder handig is om zo'n mooie pannenkoek te behouden. Daarbij opgeteld dat geduld niet mijn mooiste deugd is, heb ik er dan maar een roerei van gemaakt.
Smaken deed het evenzeer.



Met wat koelkastrestjes extra (aka: kerstomaatjes, feta van de Turk in de Zwevegemstraat en een yoghurtdressing met citroen), maakte ik een lunchsalade voor deze middag.


Bon appétit, mes amis.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen