20 oktober 2013

Bagels in Paris

Twee weken geleden was ik in Parijs voor de fashion week.

En als u denkt, deze zin kan onmogelijk nog cooler worden, hou u dan maar vast voor de volgende:

Twee weken geleden was ik in Parijs voor de fashion week om deel te nemen aan één van de modeshows.

Het is het volgende: Ik ben iemand met meerdere interesses in het leven. De oplettende lezer onder u had wellicht al fits dat 'koken' en 'eten' er twee van zijn.

Maar ik heb er nog! Zoals daar zijn:

- op reis gaan. Bij voorkeur naar exotische bestemmingen waar de zon altijd schijnt en de mensen mooi en lief zijn.
- alcohol consumeren. Bij voorkeur in grote hoeveelheden.
- een dansje placeren. Bij voorkeur met een compleet verlies voor decorum waarbij ik mijn armen slap naast het lijf laat hangen, mijn rug lichtjes krom gebogen is en ik losjes door de knieën ga, dezelfde move uren aan één stuk uitvoerend, de blik op oneindig. (Vergeet 'hobbykok', 'so you think you can dance', hou jullie maar klaar)
- sarcasme. Voorbehouden voor die dagen waarop ik de wereld en al zijn bewoners vervloek (Grofweg van maandaag-vrijdag)
- lezen. Ik schijn een voorkeur te hebben voor boeken die later verfilmd worden en waarbij Hollywood acteurs selecteert die in de verste verte niet lijken op de gecreëerde personages in mijn hoofd zodat ik nooit en te nimmer nog een lievelingsboek kan herlezen omdat ik dan altijd weer één of andere gladde melkmuil voor mijn geestesoog zie.
- warme baden (zo warm dat ik kippenvel krijg als ik erin kruip en duizelig op mijn bed moet gaan liggen om erna te bekomen)

En dus mode. Helaas. Want eten, drinken en een maatje 00 gaan niet altijd even goed samen. Nu goed, de wereld hangt aaneen van imperfecties dus moeten we daar maar leren mee leven.

Maar nu dus even over hoe ik in die Fashion Week ben terecht gekomen.

Ik heb een vriendin, Stefanie genaamd. Zij is niet ontsproten uit mijn zieke brein en bestaat echt. We hebben toevallig dezelfde naam. Stefanie zingt (zeer mooi) in een (zeer goede) band. Ze ziet er tevens zeer goed uit waardoor ik haar een beetje haat. Maar dat zeg ik haar natuurlijk niet want ik heb niet zo veel vriendinnen en diegene die ik heb, wil ik houden. Dus kies ik ervoor mijn ware persoonlijkheid voor hen verborgen te houden.

Maar goed. Naast goed zingen, succesvol en mooi zijn weet mijn vriendin telkens ook erg stijlvol en origineel uit de hoek te komen. Een dergelijke combinatie trekt natuurlijk snel de aandacht van modebewuste mensen zoals daar zijn 'ontwerpers' en dan met name een zekere Belgische in Parijs wonende man genaamd: Jean-Paul l'Espagnard.

Zoals het iedere zichzelf respecterende modeontwerper in Parijs betaamt is Jean-Paul 'as queer as a clockwork orange' (dat is een uitdrukking, ik heb het opgezocht want ik kon zelf niet zo gauw een goeie Vlaamse bedenken) en eerder nonchalant. hij vond het bijvoorbeeld wel een strak plan om zijn modellen niet eerst te screenen waardoor hij aan Stefanie vroeg of ze zin had om mee te lopen in zijn modeshow (als zijn muze) en als ze nog iemand kende, ze die ook mocht meenemen. Dat bleek ik te zijn. Ik voelde me op dat moment heel erg mooi, speciaal en uniek.

Echter, wanneer een dergelijke gelegenheid zich voordoet, dient men zijn ego aan de kant te schuiven. Vrolijk toog ik mee richting Parijs waar we op maandag verwacht werden op de show van mr. L'Espagnard in Le Marais (de wijk in Parijs waar je, tijdens de Fashion Week, over de hippe en trendy mensen struikelt).

Ter voorbereiding werden internationale teams visagisten en 'hair stylists' ('kapper' voor de gewone mens) aan het werk gezet om ons er na 3 uur te laten uitzien alsof we geen make up op hadden en recht uit ons bed kwamen (de na te streven look was een rood verbrande toeriste in Mexico).

Vervolgens was het 'concept' dat we een beetje moesten ronddwalen in een ronde ruimte alwaar een filmpje van ons gemaakt werd. Aanwezig waren een cameraman en een 'art director' die ons instructies gaf maar waar we in GEEN GEVAL naar mochten kijken. Wel dienden we te flirten met de camera, de ronde muren van de kunstmatige ruimte te strelen en tegelijkertijd 's mans instructies op te volgen : 'Lachen! Stop met lachen! Terug! In het licht blijven!' Maar dan dus in het Frans. Mijn Frans is niet abominabel maar het feit dat ik een gigantische koptelefoon op mijn kop had, gemaakt uit reuzenschelpen, maakte me niet alleen 'lost in translation' maar ook 'lost voor de camera'. Vermoedelijk gingen ze voor 'fliterig, onschuldig en lieftallig'. In de plaats daarvan kregen ze 'waggelend, zweterig met een licht mongoloïde frons op het gelaat'.

De schelpen waarvan sprake. Die krengen deden PIJN! Maar de Japanners waren er DOL op. Kitsch is blijkbaar hip in het Oosten.

In een volgende fase werden we naar een zaal gebracht waar pers en belangstellenden van een glaasje konden nippen en intussen werden wij geacht ons tussen het volk te begeven en ons te laten betasten door vreemde mensen. Ook mochten we antwoorden op vragen indien die ons gesteld werden. Toen twee Japanse dames aan mij vroegen (in het Frans) wat ik vond van mijnheer L'Espagnards collectie, heb ik -onder het motto 'scoor eens bij je opdrachtgever- een lofzang afgestoken voor Dries van Noten en AF Vandervorst.

Eskimopakjes: it's gonna be big!

Na een uur of drie, liep de show op zijn einde, bedankten wij een euforische ontwerper en begaven we ons met de metro richting slaapplaats alwaar we ons overgaven aan een middernachtelijke Libanese vreetpartij. Waarmee ik heel vlot de link maak van 'mode' naar 'eten' en eraan toevoeg dat we de middag voor de show bagels waren gaan eten. Zo beland ik op geheel natuurlijke wijze bij het recept van vandaag: bagels.

Terug thuis dacht ik: waarom maak ik zelf eens geen bagels? Daadkracht is my middle name dus toog ik onmiddellijk aan de slag en serveerde op een herfstige zondagmorgen deze:



Wilt u eens even daadkrachtig uit de hoek komen, volg dan volgende instructies:

Neem:

- 280 gram melk of water
- 15 gram instant gist
- 20 gram suiker
- 25 gram boter
- 480 gram bloem (ik gebruikte suprima plus van de aveve)
- 1 tl zout

Zo lang ik hem nog te leen heb, ben ik van plan er alles uit te halen dus nam ik mijn trouwe thermomix (aka 'Stephie's little helper')  en mengde melk (of water), gist, boter en suiker in de TMX gedurende 3 minuten op 37°, snelheid 1. De artisanale manier kan natuurlijk ook.
Vervolgens ging er bloem en zout bij en kneedde de machine 2 minuten op 'interval' snelheid (dat is dat graanstokje vanonder rechts). Opnieuw: menselijke kracht kan de machine even goed vervangen.

Mik het deeg vervolgens in een kom, bedek het met een handdoek en laat het gedurende 30 minuten rijzen op een warme, droge plaats.
Verdeel het deeg daarna in 10 porties en rol iedere portie in een worst. Vorm ringen door de uiteinden met elkaar te verbinden tot je de typische 'bagel' vorm krijgt.


Laat deze beauties nog een twintigtal minuutjes rusten terwijl je de oven voorverwarmt op 220°.

Vervolgens zijn we aanbeland bij een essentiële stap in de kunst der bagel-bakken. Bagels werp je namelijk niet zomaar in de oven, nee, je kookt ze eerst. Blijkbaar verzekert dit de typische structuur van het broodje zijnde ' ultra krokant aan de buitenkant, sappig vanbinnen'.

Neem dus een kookpot, doe er water in, breng aan de kook en drop je bagels er per 4 (of vijf, afhankelijk van de de grootte van je pot) in. Laat ze anderhalve minuut koken aan beide kanten.

yummie!

Je kan je bagels puur natuur eten maar ik wilde er zaadjes op. Dus nam ik een mengeling van chiazaad (u merkt, ik schuw geen enkele foodtrend), sesamzaad en geroosterde pompoenpitten.

Vervolgens raakte ik helemaal op drift en besloot er nog enkele te maken met rozijnen en bicky-uitjes (niét gecombineerd in 1 bagel, de gekte moet ergens stoppen).

Tip wanneer je voor de rozijnenversie gaat: doe niét zols ik en schik ze er na het kookproces op want dat werkt niet. In de oven blazen de gedroogde druifjes op als kankergezwellen en drogen ze helemaal uit. Een volgende keer meng ik de rozijnen onder het deeg voor de eerste rijs en dan komt het wel goed denk ik.



Goed, dus je bagels zijn nu gekookt, je hebt je topping naar keuze erop gestrooid en dan ben je klaar voor het betere bakwerk: 15 à 20 minuutjes in de oven, op een met bakpapier beklede bakplaat en je bent klaar voor een Parijs-Amerikaanse smulpartij in uw eigen vlakke land.

Ik serveerde ze bij het ontbijt waar warme broodjes naar mijn mening niet meer nodig hebben dan een likje gezouten boerenboter en een kop sterke, zwarte koffie. Maar bij de lunch doen ze het even goed in het gezelschap van een tas (pompoen)soep en een fris slaatje.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen