12 september 2012

Fichiconfituur

Meer smokkelwaar uit het Zuiden! Ik weet niet hoe het zit met jullie maar ik ben verslaafd aan vijgen en zéker wanneer ze gerijpt zijn in een mediterraans klimaat met een gemiddelde van 9 uren zon per dag. Wetende dat de vijgen die nu bij ons in de winkel liggen slechts een fractie van de smaak bevatten van hun zuiderse broertjes (of zusjes? ...'Androgyne siblings' bekt niet echt goed hé?), ben ik me er in Toscane dan ook te buiten aan gegaan.

's Morgens huppelde ik vrolijk door de Lucchese straten richting 'alimentari' (kruidenierswinkel) om daar heel zelfzeker om 'figo' te vragen. Nu dacht ik wel dat ik niet onmiddellijk het juiste woord zou te pakken hebben, maar ik had ook niet verwacht dat de kruideniersvrouw me zou aanstaren alsof ik mentaal geretardeerd was. Ik kon zo niet onmiddellijk op een alternatief komen dus bleef ik maar datzelfde woord uitbalken in de hoop dat het op miraculeuze wijze opeens wél iets zou beteken (Figo! Figo! Figo!). Om het allemaal nog een beetje genanter te maken ben ik dan ook maar gebaren beginnen maken. 
Een echte aanrader voor je volgende Pictionary-avond trouwens: 'Beeld eens een vijg uit'. Lachen!
Soit, na een paar minuten kreeg ze klaarblijkelijk medelijden met mij want toen deed ze haar best in mijn gebrabbel iets Italiaans te herkennen en stootte ze uit: Ah!! Fichi!
De opluchting bij beide partijen was immens.
Ze vroeg me hoeveel ik er wilde, ik duwde een stomp handje met gespreide vingers in haar gezicht (en bevestigde daarmee defintief haar vermoedens omtrent mijn cognitievevermogens), gooide lukraak wat euro's op de toonbank en vluchtte met mijn buit de winkel uit. De schaamte deed gelukkig niets af aan het daaropvolgende genot: mijn tanden zetten in een sappige, onnoemelijk zoete, dieppaarse vijg waarvan de knapperige zaadjes knisperden in mijn mond.
Toen, na vele vijgovergoten ochtenden, een terugkeer richting Grijsland zich opdrong, gritste ik in de supermarkt nog een doos of drie vruchten mee en bewaakte ze tijdens de terugrit met mijn leven (ik besloot dat ze in mijn mond het veiligst van al waren).
Met de resterende paar heb ik dan maar vijgenconfituur gemaakt. Nu nog een blokje wildpaté erbij en zo dragen de komende regenachtige herfstavonden toch nog een vleugje Toscane met zich mee.




- 500 gram verse vijgen
- 200 gram (confituur)suiker
- zeste van een halve appelsien
- sap van een halve appelsien
- sap van een halve limoen

Snij de steeltjes van de vijgen. Snij de vijgen zelf in grove stukken en laat op een zacht vuurtje stoven met de suiker. Voeg de zeste en de sappen toe. Roer het geheel geregeld om om zo aanbranden te vermijden. 'Plet' intussen de grote stukken met je lepel of vork zodat je een min of meer egale substantie krijgt.
Steriliseer een confituurpot en giet er de confituur in. Laat afkoelen en bewaar in de koelkast.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen