13 november 2012

Klaaskoeken

Afgelopen zondag was het 11 november. U denkt dan misschien spontaan aan onze heldhaftige   voorvaderen die in loopgraven vochten voor hun vaderland, aan gruwelijke mosterdgastaferelen, aan een gebombardeerd Ieper, aan Duitsland en aan liederlijke gedichten over poppy's en velden.
Mijn kerngezin denkt aan chocolade en picknicken. Want 11 november mag dan wel het einde van WO I herdenken, wij verwelkomen Sint -Maarten (en de bijhorende indigestie).

Misschien een woordje uitleg voor diegenen onder jullie die Sinterklaas vieren en nog nooit van Sint-Maarten gehoord hebben. Sint-Maarten is, net als zijn bekendere broer, een GoedHeiligMan en ziet er grofweg hetzelfde uit: rood kleedje, lange witte baard, veel ringen, een mijter en omringd door een leger donkerkleurige vriendjes die het vuile werk voor hem opknappen.

Geschiedkundig heeft Sint-Maarten iets minder op met kindjes dan Sinterklaas (wat misschien, gezien de dubieuze banden tussen Heiligen en kinderen de dag van vandaag, pleit voor de eerste). Sint-Maarten verwierf vooral beroemdheid omdat hij een stukje van zijn mantel sneed en die aan een koukleumende bedelaar gaf. U ziet, het pad naar het Heiligdom hoeft helemaal niet lang en moeilijk te zijn.

Goed, terug naar wat écht telt: snoep en speelgoed.

Nu mijn gezin voornamelijk bestaat uit volwassen kinderen, gaat de 11ste november met net iets minder hysterie gepaard dan pakweg 17 jaar geleden maar de nostalgie blijft. Als u het goed vindt, neem ik u even mee naar Memory Lane voor enkele dierbare herinneringen.

Elk jaar sloeg de Sint Maartensgekte traditiegetrouw toe zo op het moment dat mijn vader de valiezen uit de auto aan het laden was na onze reis naar Zuid-Frankrijk.
In augustus.
Grote vakantie gedaan stond namelijk gelijk aan: Start Sint Maarten.
Naar aanloop van De Grote Dag (11 november) gebeurde het af en toe dat wij 's avonds ons schoentjes zetten (met daarnaast een prachtige tekening) en de dag erop een chocoladeventje of wat picknicken in de plaats mochten ontvangen.
Gezien de lucrativiteit van deze deal, scheen het ons dat we daar maar zo snel mogelijk moesten mee beginnen. Dus: eind augustus, begin september togen wij aan het werk met stift, potlood en papier en schetsten naar kennis en vermogen de mooiste beelden van de GoedHeilig Man. 
Vol vertrouwen zetten we onze schoentjes en zongen met heldere stemmen een liedje (of toch twee van de drie. Mijn ene zus deed haar best maar erg helder klonk ze nooit). 
Hoewel mijn moeder maar blééf zeggen dat ze 'toch niet dacht dat de Sint die nacht zou komen', negeerden wij haar, zoals het verwende kinderen betaamt, volledig.
U kan zich de teleurstelling voorstellen toen we op die zomerse septembermorgens nimmer snoepgoed naast onze tekeningen aantroffen.

Soit. Uiteindelijk brak dan toch de novembermaand aan. Maand waarin mijn moeder heel subtiel liet vallen dat ze 'dacht dat, als we vanavond een mooie tekening zouden maken, de Sint misschien wel eens kon langs komen'. Dat moest ze geen twee keer zeggen. Tekeningen + suikerklontje+ liedje= snoep in het schoentje. Van een win-winsituatie gesproken.

Hoewel allemaal leuk en aardig, bleven bovenstaande gebeurtenissen slechts een aanloop naar De Grote Dag: 11 november.
10 november gonsde Huize Coorevits van ultrasone kinderstemmetjes. Niet één maar meerdere prachtige tekeningen weren geproduceerd. Reclameboekjes met speelgoedartikelen werden aan flarden geknipt en de Objecten Van Onze Verlangens werden als collage op manshoge bladen gepresenteerd. Een bijhorende brief vertelde de lieve Sint met welke artikelen hij zich van onze braafheid het komende jaar zou kunnen verzekeren (5 uitroeptekens naast een bepaalde pop was het equivalent van een geweer naast zijn bebaarde hoofd houden).
De schoentjes werden gepositioneerd (mijn zus vertoonde toen al tekenen van hyperintelligentie want zij haalde prompt mijn vaders maatje 46 uit de schoenenkast), de tekeningen kwamen ernaast te liggen en een pintje voor Zwarte Piet mocht op de Grote Avond zeker niet ontbreken (citaat moeder: Neem maar een trappist in plaats van een pintje).

Naar eigen ervaring weet u waarschijnlijk wel dat van slapen die eerste uren niet veel in huis kwam. Hyperalert lag ik in mijn bed, de oren gespitst. Dat gevoel dat je dan als kind hebt, dat maak je volgens mij later nooit meer mee. Het is een mengeling van grote vreugde, nerveuze anticipatie, verlangen en toch een klein beetje angst want hoewel zeer onwaarschijnlijk, zou het hoogst traumatisch geweest zijn mocht daar opeens een zwarte man in mijn slaapkamertje verschenen zijn (nog steeds trouwens).

's Morgens werden mijn zusjes en ik ter goeder trouw ongeveer rond 5h wakker. Met zijn drieëen slopen we heel stilletjes naar de slaapkamer van mijn ouders, deden uiterst voorzichtig de deur open en slopen over het vaste tapijt naar hun bed waar me prompt met z'n drieën hysterisch tierden: sint maarten is gekomen! sint maarten is gekomen! opstaan!!! opstaan!!!! opstaan!!!!!!
Dergelijke warme familiemomenten hebben mijn vader achteraf beschouwd waarschijnlijk tien jaar van zijn leven gekost. Met ieder greintje beheersing die hij in zijn lijf had, stuurde hij ons terug naar bed om nog een paar uurtjes te slapen.
Dat deden we natuurlijk niet. Met zijn drietjes hokten we samen in het bed van de één of de ander en bespraken elk stukje speelgoed en ieder brokje lekkers dat op dat eigenste moment op ons aan het wachten was.
Zo rond 7h, toen de spanning écht niet meer te harden was, togen we opnieuw naar de ouderlijke slaapkamer alwaar we verwacht werden voor de volgende, jaarlijks terugkerende traditie:
Mijn vader: 'Ik denk niet dat de Sint gekomen is hoor. Ik heb in elk geval niets gehoord.'
Zussen en ik (ultrasoon): 'Jawel! Jawel! Jawel!'
Mijn moeder: 'Nee kindjes, ik heb ook niets gehoord. Misschien moet papa eerst eens gaan kijken?'
Zussen en ik: 'ok! ok! ok! nu! nu!'
Vader en moeder rolden uit bed en papa ging tergend traag de trap af met zijn kroost in zijn kielzog. Vervolgens opende mijn vader de deur naar de living op een kiertje en wurmde hij zich ertussen. De deur sloot voor onze neus en ik denk dat, mocht ons kinderhartje toen al even doorrookt en doorzopen geweest zijn als nu, het nooit had stand gehouden.
Seconden die uren leken verstreken tot papa zijn hoofd tussen de deur stak en sprak: 'Nee hoor, dit jaar niets.'
Dat was het impliciete signaal voor ons om 'total loss' te gaan en onder volledig decorumverlies naar binnen te stormen.
In de living: een prachtige tafel, beladen vol speelgoed en lekkers. Blind van hebberigheid graaiden we naar alles waar we onze kinderklauwtjes in konden zetten, onderwijl picknicken, chocolade en maria'tjes in onze monden proppend.
Ik greep naar een barbie gemodelleerd naar mijn grote voorbeeld: De Kleine Zeemeermin en kraaide het uit van manische vreugde.
Tot mijn moeder zei: 'Stephanietje, ik dénk dat de Sint dat voor Lientje heeft gebracht.'
Waarop ik: 'Ik dénk het niet!!!' Mijn zus hoorde haar naam, draaide zich om en graaide de pop uit mijn handen. Waarop ik het op een janken zette en mijn zus een welverdiende klap tegen haar hoofd gaf met de dichtstbijzijnde puzzel. 
Aldus een schets van de mooiste dagen uit mijn kindertijd.

Omdat u het tot hier hebt volgehouden én omdat deze blog in de eerste plaats nog altijd om koken gaat (eerder dan om het verwerken van trauma's uit de kindertijd), een recept voor een gerelateerde West-Vlaamse traditie: klaaskoeken.

Vroeger, toen de dieren nog konden spreken en alles beter en mooier was, bakten de bakkers in onze contreien rond de sinterklaasperiode klaaskoeken. Dat zijn een soort gesuikerde sandwichen die heerlijk zijn met een beetje boter maar die ik persoonlijk ook erg lekker vind met een hartig beleg bij wijze van contrast (denk: kaas, préparé of krabsalade).
De dag vandaag grijpen de bakkers élk pietluttig event aan om klaaskoeken te bakken en afhankelijk van de tijd van het jaar veranderen de 'klazen' in hartjes, kerssterren, zonnetjes of paashazen.

Lekker blijven ze gelukkig wel en al helemaal als je ze zelf bakt.

sint depressief cartoon
Deze keer geen foto van mijn brouwsels omdat ik zo slim geweest ben de foto's  te wissen in plaats van ze, zoals het oorspronkelijke plan was, over te zetten naar de map 'foodblog'. Hoewel mijn ouders stellig blijven ontkennen, ben ik er met de jaren meer van overtuigd dat er een kort, doch zeker, moment van zuurstoftekort moet opgetreden zijn tijdens de geboorte


Voor twintig koeken

- 1 kg bloem (suprima van bij Aveve)
- 30 gram gedroogde gist
- 4.5 dl volle melk
- 2 eieren
- 150 gram suiker (ik nam de helft (zelfgemaakte) vanillesuiker en de helft rietsuiker)
- een goeie snuif zout
- 150 gram boter
- een goeie snuif kaneel of speculooskruiden
- een scheutje vanille-extract

Met de broodmachine:
Los de gist op in de lauwe melk en klop er het ei in los. Doe dit mengsel in de broodbakmachine.
Meng de bloem met de speculooskruiden en de suiker. Doe ook dit in de broodbakmachine.
Snij de boter in klontjes en doe ze bij de rest in de broodbakmachine.
Sprenkel tenslotte het zout over het geheel.
Kleine quizvraag tussendoor: wat wat het sleutelwoord in de laatste alinea?

Selecteer het programma 'deeg' en laat de machine het werk doen.

Wanneer het programma afgelopen is, haal je het deeg uit de machine en verdeel je het in porties. Indien je over fancy en/of voor de gelegenheid geschikte vormpjes beschikt, mag je die daarvoor gebruiken. Indien je zoals ik bent, trek je er gewoon hompen uit.
Laat deze nog een uur rijzen in een oven op 40°.

Bestrijk de koeken daarna met wat melk of een losgeklopte eierdooier en bak gedurende 12 minuten in een voorverwarmde oven op 200°.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen