19 maart 2013

Noch mossel noch vis

Reeds aan de vooravond van een nieuwe aflvering Beste Hobbykok, dien ik u eigenlijk nog te briefen over de voorgaande. Freud heeft wellicht tal van plausibele verklaringen voor het feit dat ik 'vergeten' ben u hierover eerder in te lichten. Freud kon het vooral mooi zeggen. Natuurlijk spreekt het voor zich dat ik sta te springen om mijn versie van het verhaal te brengen wanneer ik geschitterd heb en net iets minder hoog spring wanneer het net iets minder goed was.

Maar alle ego's aan de kant want daar gaat het natuurlijk helemaal niet over. Het gaat om de ervaring, beste mensen. Om het privilege van te mogen leren van de beste. Om de pure liefde voor het product zelf.
Niet om een complimentje te krijgen van een koppel 3-sterrenchefs.


Ik voel me niet te beroerd om mijn kennis met jullie te delen hoor...
Bovenstaande bijvoorbeeld, noemen we 'mossels'.

En zie me hier eens het product liefkozen


Dit was de theorie.

Nu de praktijk.

Ik kon wel bleiten! Het kostte me alle zelfbeheersing om me niet languit op de vloer van die (prachtige) Timmerfabriek te werpen, hun benen te omklemmen en te roepen: Like me!!! Please!! Zeg dat je mijn (bombastisch) bord wél lekker vindt! En dan zachtjes te zingen: 'Tell me lies, tell me sweet little lies.'

Gelukkig heb ik dat niet gedaan. Want dat zou genant geweest zijn.
Over genant gesproken: heb je die brok gezien die aan mijn kaak hing? Man, wat was dat? (eten hoop ik). Ik heb de hele tijd naar mijn scherm zitten brullen: Mens, in godsnaam! Veeg je kaak af!! Maar dat deed mijn virtuele ik niet. Ze luisterde braaf naar alle tips die de chefs haar meegaven om het de volgende keer beter te doen.


Kunstwerk getiteld: 'De Krampachtige Glimlach'

Niet echt hoor. Herinnert u zich het fenomeen waar ik het de vorige keer over had? Je weet wel, de tijdelijke blokkage in executieve functies wanneer Zij in mijn buurt komen, er klanken uit hun mond schijnen te komen maar ik enkel (met lichtjes open hangende mond) kan staren récht in ogen? It happened again.

Je staat daar met je bord. Te hopen dat ze het lekker vinden. Dat blijkt dan niet zo te zijn. Dan ga je een beetje dood vanbinnen. Dan beginnen zij te praten. Dan denk je bij je zelf: Stom wijf! Stom wijf! Stom wijf! Tot je beseft: 'Oei, bewegende monden... dat betekent waarschijnlijk dat ze me iets aan het léren zijn!! Beter even luisteren zodat ik nooit of te nimmer nog dezelfde fout zal maken en ik mij in de toekomst eeuwig kan koesteren in de warme stralen van hun liefdevolle goedkeuring.' En dan denk je: 'Luister! Luister! Luister! ... Stom wijf.' Vervolgens stoppen ze met praten, heb je alles gemist en druip je stilletjes en vol zelfhaat af richting het eerste beste hoekje waar je je opkrult en hoopt te versmelten met de muren. Wat dan ook weer niet gebeurt. Er is geen God.



Ter illustratie: hier zou je dus dénken dat ik goed aan het opletten ben zodat ik weet hoe ik mijn groentjes in de toekomst mooi fijn kan snijden. Nope. Daar was ik aan het denken:'Wow, dat zijn Sergio's handen. Ze zijn iets aan het snijden voor mij'
Weet je wat trouwens het allerleukste is aan zelfhaat?? Dat het blijft hangen. Je hebt er echt nog dagen genot van! Ook helemaal top is de inspiratie die achteraf komt onder de vorm van duizend treiterende stemmetjes in je hoofd: 'Ey, Coorevits, waarom heb je eigenlijk niet gewoon een soort van bouillabaise gemaakt met schaal-en schelpdieren?' Dat hadden ze waarschijnlijk wél lekker gevonden!' Of: 'Ey, loser, zo'n Zeeuws stamppotje anders? Dat had je toch al eens mee gescoord? Of was dat puur toeval?? Kun jij eigenlijk wel koken?'

Zalig.

Maar goed. Gratie werd mij verleend en ik kreeg een nieuwe kans om mij te bewijzen. Vanavond gaan we op stap met Gert. Met Gert naar De Boerderij.

Klinkt als een soort van Tiny-boek en zoals we allemaal nog weten uit onze kindertijd zijn Tiny-boeken top en lopen die altijd goed af.
Kijken maar.

10 maart 2013

Boer zkt. (exotische) Vrouw: in retrospectie



Toen ik iets meer dan een jaar geleden met deze blog startte, koos ik er bewust voor om geen foto's van mezelf te publiceren. Dat had verschillende redenen:

1. ik was van mening dat mijn uiterlijk niet bepaald een toegevoegde waarde betekende voor mijn kookverhaaltjes
2. in de buurt van een fotocamera schijn ik alle naturel te verliezen, begin ik als een soort maniak te grijnzen met als resultaat een foto die je beter niet toont aan kleine kindjes, wil je ze van nachtmerries vrijwaren.
3.mijn moeder weet wel hoe ik eruit zie

Maar sinds afgelopen dinsdag 'is my cover blown' denk ik. Dus hier gaan we:


Tip: ik heb geen witte koksvest aan.

'De Beste Hobbykok van Vlaanderen' dus. De hele ervaring is ... onwerkelijk. Terwijl ik dit aan het typen ben, dwalen mijn ogen heel de tijd af naar bovenstaande foto en kan ik bijna nog altijd niet geloven dat ik het effectief ben, die daar staat in het gezelschap van Gert en Sergio.

Benieuwd naar wat extra inside information? Gezien het feit dat in ons allen een voyeur schuilt, neemt ik aan dat het antwoord 'yes' is.

Op het moment dat deze foto werd genomen, hadden we net onze instructies gekregen en ging ik enthousiast aan de slag met vis, savooi en aardappelen. Gezwind was ik de garnalen van hun karkassen aan het ontdoen toen 'iets' me uit mijn concentratie haalde. Dat 'iets' bleken vier camera's te zijn, allen gericht op mijn persoon. Het vermoeden dat het niet mijn bijzondere vaardigheden op het vlak van garnaalpellen waren, die deze bijzonder aandachte verdienden, keek ik voorzichtig over mijn schouder. Ongeveer vijf centimeter buiten mijn 'persoonlijke ruimte' bleek zich daar een zes-sterren duo te bevinden.

Het arme garnaaltje dat zich toen in mijn klauwen bevond, werd prompt tot mousse gekenepen en een soort van schor gepiep dat vage gelijkenissen vertoonde met een populaire Nederlandstalige begroeting werd uit mijn strot genepen.

Nu ben ik er wel niet echt de persoon voor die zich laten verleiden tot idolatrie maar iedereen die ook maar een béétje in koken geïnteresseerd is, kan niet anders dan toegeven dat bovenstaande mannen een soort van halfgoden in de culinaire wereld zijn. Ik dacht nog bij mezelf: Coorevits, al wat uit hun mond komt, kan je maar beter zo opslaan dat je het op je sterfbed nog herinnert. Echter, een tijdelijke blokkage in mijn executerende functies besliste daar anders over.

 De uitzending van afgelopen dinsdag laat dan misschien wel een super-geïnteresseerd meisje zien dat ijverig staat te knikken maar in werkelijkheid heeft mijn autistische gestaar hen waarschijnlijk de stuipen op het lijf gejaagd. In mijn hoofd weergalmde continu volgende auto-instructie: 'Sla info op! Sla info op!' zonder dat er natuurlijk ook maar iets werd opgeslaan. Het enige wat ik me achteraf herinnerde was dat ze me aangeraden hadden om mijn stoemp 'pittig en anno 2013' te maken.

De eerste neiging om een handvol rode pepers door mijn puree te draaien bedwingend, toog ik verder aan het werk met garnalen, kool en aardappelen. Enkel hopend dat een soort van Goddelijke Ingeving soelaas zou bieden. Na een tijdje had ik een deftige savooistoemp, een lekker sausje op basis van garnalenkoppen en een handvol gepelde garnalen. Restte mij enkel nog de skrei (= witte vis die op dat moment in het seizoen was).

Mijn oorspronkelijke plan om er een soort van luxe-fishsticks van te maken had ik al overboord gegooid want tenzij Kapitein Iglo aan een mega-comeback bezig is, kun je hem niet echt '2013' noemen.
Volgend plan: vis gaar stomen in een koolblad. Dat ik noch over een stoommandje, noch over een werktuig beschikte om de kool mee vast te zetten, was een euvel die zich gaande weg wel zou oplossen. Niet dus. Een vergiet boven kokende aardappelen hangen is GEEN goed alternatief voor een stoommandje.
Een andere ingeving waarbij de vis gepaneerd werd in mosterdzaadjes en vervolgens gegrild werd, passeerde ook de smaaktest niet.

De klok tikte medogenloos verder en daar een hysterische paniekaanval zelden tot briljante daden leidt, besloot ik mezelf even te verstrooien door het maken van een origineel garnituurtje. Volgende tip kan ik u alvast meegeven: chips van savooikool zijn NIET lekker.

Voor de 100 000ste keer die dag herhaalden zich in mijn hoofd de woorden: 'anno 2013', 'pittig' en 'spannend'. En toen, een twintigtal minuutjes voor de deadline, rekten mijn grijze hersencellen zich slaperig uit en besloten ze om zich ook nog eens nuttig te maken. Al proevend selecteerde ik wat verse kruiden waarvan ik wel vermoedde dat ze smakelijk zouden combineren met witte vis. Het stukje overgebleven skrei sneed ik in een fijne tartaar en pimpte die met een hoop smaakmakers en de handgepelde garnalen.
Tenslotte diende ik enkel nog een naam te verzinnen voor mijn gerecht daar de chefs onze creaties blind zouden proeven. West-Vlaamse stoemp en tartaar werden metaforisch aan elkaar gekoppeld en de rest is geschiedenis.

Onnodig om te vermelden dat ik mijn gerecht zelf geproefd heb voor ik het naar de chefs doorstuurde en hoewel ik vond dat 'de smaken goed zaten' (om maar eens een boutade te gebruiken) en ik best wel tevreden was met het resultaat, was mijn verbazing tijdens de bekendmaking groot.
Mogelijks hebt u dit kunnen afleiden uit mijn gelaatsuitdrukking?

Hoe het mij verder vergaat in Hobbykokland, zou ik u wel willen zeggen maar dan moet ik u vermoorden. Dus als het u ook maar enigzins interesseert: dinsdagavond. VTM. 20h30.




















26 februari 2013

Kortrijkse Parels

Afgelopen kerst kreeg ik van mijn dierbare schoonzus een boek getiteld 'Will write for food'. Het boekje is geschreven door Dianne Jacob en functioneert als een soort gids voor al wie zich bezig houdt met de combinatie: voedsel-schrijven, waaronder dus de foodblog.
Enthousiast ging ik aan het lezen, onderlijnen en noteren want het boekje bevat ongelofelijk veel handige tips voor al wie zijn foodblog wil onderscheiden van de duizenden andere blogs die op het net circuleren. Eén heel belangrijke tip luidde als volgt:

'Zorg in het begin van je carrière als foodblogger minstens drie keer per week voor een blogpost.'

Onnodig om te zeggen dat mijn Pad Naar Eeuwige BlogRoem zo goed als gelegd is...
Ik zou natuurlijk met allerhande excuses kunnen afkomen over het waarom en hoe van mijn afwezigheid maar daar heeft niemand iets aan. Laten we gewoon de draad weer oppikken, elkaar vergeven en hand in hand de ondergaande zon tegemoet huppelen. Deal?

Nu dat geregeld is, gaan we over tot de volgende teleurstellende mededeling:

Ik kan u vandaag geen receptje meedelen.

Dat komt vooral omdat ik de laatste tijd bijna niet meer in mijn keuken te vinden ben en wat ik dan wel produceer, is vermoedelijk net iets minder interessant (een recept voor een gesneden droog worstje iemand?)

Als goedmakertje dacht ik jullie een lijstje te schenken bestaande uit enkele van mijn favoriete voedsel-gerelateerde winkels doorheen Vlaanderen. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar persoonlijk word ik altijd blij van zo'n lijstjes. Hebben jullie dat niet dat, wanneer je aan het rondzwerven bent doorheen Onbekende Vlaamse Landschappen, je het gevoel hebt op een soort van queeste te zijn. Een Zoektocht naar Het Perfecte Brood. Of Het Lekkerste Drankje.
Stap het eerste, beste toeristencentrum binnen en ze smijten de lijsten met musea/kerken/fonteintjes naar je kop maar vraag eens naar de lekkerste bakker? Of de beste slager? Of de verleidelijkste chocoladewinkel? Ho maar.
Als ik aan het citytrippen ben, dan is dat de info waar ik naar op zoek ben en jammergenoeg word je op dat vlak zo vaak het slachtoffer van die smerige toeristenvallen.
Vandaar mijn oproep: lezers aller foodblogs, verenigt u en speel uw favoriete, geheime, adresjes door zodat wij nimmer nog een culinaire teleurstelling het hoofd hoeven te bieden!

Onderstaande lijst bevat enkele schatkamers in het lieftallige, pittoreske Kortrijk. Gent en Leuven kunnen volgen op aanvraag (of wanneer ik mijn gasfornuis blijf verwaarlozen).
- Ridder en Hove: absoluut met stip op nummer 1 mijn favoriete patissier in West-Vlaanderen. Eddy en Tom, de twee profs, bieden je 'duizend-en-één-lekkernijen' en oh my god, ze liegen echt niet. In het theesalon kun je altijd terecht voor een ontbijt of een afternoon-koffie. Uit de bakkerij zelf kan ik ten zeerste volgende parels aanbevelen:
* hun soesjes (romige, op je tong smeltende vanillekleurige crèmevulling, doorspikkeld met zwarte vanillepuntjes, omhuld door een luchtig soezendeeg, afgetopt met een blinkende chocoladeganache)
* hun chocoladekoeken met pudding (opnieuw die heerlijke crème patissière deze keer in knapperige laagjes bladerdeeg die verder twee krokante staven echte chocolade herbergen)
* hun boter-en appelcake (stevige plakken zachte cake met een intense botersmaak omhuld door een krokant amandelkorstje)
* hun bruin, Frans stokbrood (dunne 'flutes' extreem krokant gebakken, doorspekt met volle granen)

Adres: Voorstraat 7, 8500 Kortrijk

- Slagerij Mylle: Marc Mylle runt samen met zijn vrouw deze klasse slagerij/traiteur. Als je de winkel binnen stapt, waait een enthousiast begroeting van de vakman himself je tegemoet. Een slim (doch slinks!) 'wandelpad' leidt je langsheen een tentoonstelling van bereide gerechten en een kaasafdeling om dan uiteindelijk in het slagersgedeelte terecht te komen. Mr. Mylle spreidt graag zijn liefde voor het vak ten toon en geeft je niet enkel tips met betrekking tot het product maar ook over de bereiding ervan.Wanneer je het heel lief vraagt, krijg je misschien wel eens een rondleiding in 's mans schatkoelkamers. Persoonlijke favorieten zijn de 'ouderwetse kipsalade', de gemarineerde côte à l'os, de Kortrijkse boetenpaté en de steak hotel. Mr. Mylle's echtgenote heeft een gedegen kaaskennis en zal je met veel plezier iets adviseren uit desbetreffende toonbank.

Adres: Gentsestraat 10, 8500 Kortrijk
- Eet-en broodhuis De Trog: gelegen aan het rustige Plein in Kortrijk bevindt zich één van mijn favoriete lunchadressen. Naast heerlijke biologische broden, kan je in het stijlvolle herenhuis ook terecht voor een lekkere, lichte lunch. Je slaat de bal nooit mis wanneer je gaat voor een huisgemaakte quiche (steeds vergezeld van een weelderige, kleurrijke en knapperige salade). Maar mijn persoonlijke favorieten zijn de pasta met champignons en spekjes en de vegetarische hamburger. Let daarnaast zeker op de 'daily specials' (want van zo'n verse tartiflette zou ik op een kille winterdag wel een ketel opkunnen)
Adres: Plein 12, 8500 Kortrijk

- Vishandel Lanckman. Mijn vaste visleverancier én bron van info wanneer ik ideeën nodig heb voor een etentje. Man en vrouw Lanckman zul je nooit betrappen op het verkopen van ondermaatse vis. Zelfs wanneer je hun makreel/zalm/skrei in je neusgat boort, zul nog geen hinderende visgeur kunnen ontwaren.

Adres: Voorstraat 22, 8500 Kortrijk

- Stel, je hebt iets van: laat ik eens een klein, schattig lammetje in mijn creusetpot smijten om er een heerlijk stoofpotje van te maken, dan ben je bij Dujardin aan het juiste adres. De gigantische, luxueus aandoende slagerij/traiteurzaal herbergt de fijnste vleeswaren met als specialiteit lamsvlees en wild (in het seizoen). Daarnaast verkopen ze een selectie uitgelezen kazen en ligt in het verlengde van de slagerij een delicatessen/groentenzaak. Zéér moeilijk om hier de knip op je portefeuille te houden.

Adres: Wijngaardstraat 38, 8500 Kortrijk

- Charlou. Ik weet niet goed hoe ik volgend snoepgoed kan benoemen zonder racistisch te klinken. Laat ons er dus van uitgaan dat jullie weten dat ik helemaal pro multiculturele samenleving ben en dat ik het nooit in mijn hoofd zou halen om onze zwarte medemens denigrerend te benaderen. Dit gezegd zijnde: lang leve de ngerinnetetten van de Charlou. Echt, mellow cakes uit de supermarkt hebben geen lap aan wat Isabel in haar Oord Des Verderfs verkoopt. Volg me even: een knapperige, brosse koekbodem, afgetopt met een fluffy, vederlicht schuimpje, overgoten met knapperige melkchocolade. En dat kingsize!
Daarnaast zéker ook aan te schaffen: de originele 'paardenkoppen' en de 'florentines'. Wat deze laatste betreft: dit is een relatieredder, geacht publiek. Wat ik mijn liefste echtgenoot ook mag aandoen, onmiddellijke vergiffenis zal me geschonken worden wanneer ik hem nederig om absolutie smeek met een zakje van dit witte goud in mijn handen.

Adres: Voorstraat 39, 8500 Kortrijk

- Pomodoro. Ik ben een hardcore pasta fan. Dat mag geweten zijn. Als moderne vrouw strijd ik natuurlijk (halfhartig) mee in de moderne oorlog tegen de koolhdraten maar laat me binnen stappen in Pomodoro en ik stap zó over naar De Donkere Zijde. De toonbank in deze Italiaanse traiteur zaak bulkt van de heerlijkste tortellini's. Te proeven zijn: de tortellini met boschampignons, de tortellini met asperges en de variant met vier kazen. Stel, je bent geen lui wijf en je maakt zelf je pasta maar je zoekt nog naar een lekkere, Italiaanse kaas om je gerecht af te werken, dan zal je hier de lekkerste fontina, pecorino of taleggio aantreffen.

Adres: Onze-Lieve-Vrouwstraat 6, 8500 Kortrijk


Dit gezegd zijnde, ga ik nu mijn gratis producten gaan claimen die bovenstaande winkeluitbaters mij beloofd hebben. Veel shopplezier in Kortrijk, beste mensen.




30 januari 2013

S(n)oesje

Er zijn zo van die momenten in een mensenleven die men 'mijlpalen' noemt. Zo is er bijvoorbeeld:

- je eerste kleuterpasjes op de 17-jaar lange martelweg called 'onderwijs' (onmiddellijk gedumpt midden in een schoolfeest waar ik als roodharige een groene pet op mijn dikke bol geduwd kreeg en gedwongen werd een felgeel truitje aan te trekken. De fashionista in mij liet zich toen al horen daar mijn gebrul het koor van enthousiaste kinderstemmetjes in crescendo overstemde)
- je eerste kus (locatie: gemeentelijke park. dader: puisterige, langharige loser uit naburige gemeente. plot: 24 uur durende romance die mij 12 maanden heeft gekost om erover te raken. Ldvd: it's a bitch).
- de eerste week op kot (eindelijk zelfstandig, helemaal klaar voor zotte bacchanalen en wilde avonturen maar tijdens het eerste weekend thuis bleiten tegen je moeder dat je daar niemand kent en het veel te ver is en je veel liever gewoon thuis wil blijven).
- je schoonouders voor de eerste maal ontmoeten (op mongoloïde wijze 20 keer per minuut je eigen naam brullen, onderwijl manisch handen aan het schudden en je schoonvader bij zich zelf gewoon zién denken dat Lindsey-met-de-plateauschoenen misschien toch niet zo'n slecht meisje was)

Naast boven beschreven hartverwarmende ijkpunten, heb ik als voedselminnend persoon natuurlijk ook enkele culinaire. Ik ben dan ook verheugd u te mogen meedelen dat ik er afgelopen weekend één beleefde.

Ik heb namelijk voor de eerste maal profiteroles gemaakt.



Profiteroles of soesjes zijn een soort van mini-éclairs maar dan oneindig veel schattiger, smakelijker en koddiger dan hun langwerpige grote broers. De vulling beslaat een enorme range van zoet (ijs, slagroom of vanillepudding) naar hartig (forelmousse, hammousse, kaascrème,...).

Ik maakte de traditionele zoete met een vulling van vanilleroom en topping van chocoladeganache.

Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik niet de grootste traditionele gebak-fan ben. Zo sta ik met veel plezier mijn punt slagroomtaart af aan Fikkie en een stukje biscuit ruil ik met veel plezier in voor een smakelijke bruschetta.

Maar.

Maar. De voldoening wanneer je eigenhandig, from skratch (!) zo'n klassiek puddinggevalletje in elkaar knutselt moet wel haast even groot zijn als, pakweg, de ironman winnen ofzo. (U merkt, u zal me niet snel op ostentatie betrappen). Ik glom letterlijk van trots toen ik zondagavond een bord koddige dikbuikjes aan mijn zusjes kon presenteren (ok, van trots en ook een beetje van zweet. De kleine fuckers steek je niet in één, twee, drie in elkaar).

Dus: voedselminnend publiek aller landen: verenigt u alvorens uw stoof, stroop uw mouwen op en trek eens een uur of 24 uit voor iets wat je in één hap binnen schrokt. Ik geef het u op een blaadje: U bent het waard...


voor de soesjes:

- 5 eieren
- 100 gram boter
- 180 gram patisseriebloem
- 25 cl water
- 1 vanillestok
- 1 snuif zout

voor de vanilleroom:

- 0.5 l melk
- 3 eierdooiers
- 45 gram puddingpoeder
- 100 gram suiker
- 1 vanillestok of een el vanille extract
- 35 cl volle rool

voor de chocoladetopping:
- een handvol (of twee) chocoladegaletjes
- een geut volle room

De soesjes:



Neem een kookpot. Giet daarin het water en voeg de boter en het vanillemerg toe. Verwarm het geheel tot de boter is weggesmolten. Weeg de bloem af en kap deze bij het water-botermengsel. Meng alles met een houten lepel tot je een soort kleverig deegje krijgt.
Nu onderscheiden de mietjes zich van de echt mannen/vrouwen (tenzij je een kitchenaid hebt. dan ben je niet alleen slim maar ook gefortuneerd)
Indien niet: stroop je mouwen op en maak je borst maar nat want hier komt een armspieroefening om u tegen te zeggen.
Het kleverig deegje neem je dus met pot en al van het vuur en nu voeg je één voor één de eieren toe. Na elke toevoeging moet je goed roeren want je mag de volgende pas toevoegen wanneer de vorige goed opgelost is in het deeg. Vooraleer je nu laatdunkend gaat zuchten wil ik nog dit meegeven: het eindresultaat heeft de consistentie van een soort dikke stopverf. Een extreem dikke-lijmachtige substantie die met elke toevoeging van ei dikker en moeilijker hanteerbaar wordt. Probeer maar eens. We zullen zien wie dán nog laatdunkend zucht.

Soit.

Na de intense fitnessoefening stond mij nog een grotere uitdaging te wachten. U moet weten dat De Spuitzak en ik geen al te beste relatie hebben. Ondanks vele eerdere pogingen blijk ik er namelijk maar niet in te slagen een sierlijk torentje te produceren. Ofwel zet ik te veel kracht en lanceer ik het spuitstuk prompt tegen de tegenoverliggende muur. Ofwel spuit de vulling er langs alle kanten uit (behalve dan uit het daarvoor bestemde spuitstuk). Ook deze keer vormde hierop geen uitzondering. Na enkele Godslasterende vloeken besloot ik dan maar gewoon een eetlepel te nemen en een paar kwakjes deeg op het bakmatje te gooien. Bovenstaand resultaat laat zien dat dit ook werkt.

Het soezendeeg gaat vervolgens in een voorverwarmde oven op 180° gedurende 20 minuten (een beetje afhankelijk van de grootte). Het is de bedoeling dat de soezen mooi omhoog komen en goudbruin kleuren.

Ik heb mijn soezen een dag op voorhand gemaakt en ze na het bakken bewaard in een goed afgesloten tupperware (zie later voor tips rond opnieuw opwarmen).

De eerlijkheid gebiedt me dat mijn eerste baksels beter gelukt waren dan de tweede. Om de één of andere mysterieuze reden rees de tweede lading niet zo goed en zakten ze, eens ze uit de oven kwamen, als torentjes op drijfzand in elkaar. Nu, eens ik ze opvulde, bolden ze wel min of meer weer op maar echt perfect kon je het toch niet meer noemen.

Een snelle zoektocht op het wereldwijde web leerde mij dat dit fenomeen verschillende oorzaken kon hebben:
1. ofwel is het deeg niet luchtig genoeg geroerd (dus echt goed mengen na iedere ei-toevoeging)
2. ofwel is het temperatuurverschil tussen oven en buitenlucht te groot. Dit kan je blijkbaar vermijden door de soesjes na hun baktijd nog even in een op een kier geopende oven te laten rusten (10 minuutjes) alvorens ze uit te halen. Ook moet je onmiddellijk na hun baktijd een klein gaatje in de soezen prikken om zo de warme lucht eruit te laten ontsnappen.

Behalve dat is soezen bakken echt een fluitje van een cent hoor...

Misschien wel nog even meegeven waarom u zich in godsnaam zou wagen aan een dergelijke masochistische praktijk:

 
 
I rest my case.

De vulling:

Schraap het vanillemerg uit in de melk en laat een nachtje trekken.(*) Klop de volgende dag de eierdooiers met de suiker en het puddingpoeder los in wat melk (ongeveer de inhoud van een koffietas). Warm de rest van de melk op tot tegen het kookpunt. Schep wat van de warme melk (een halve pollepel) uit op de pudding-melk en roer goed door elkaar. Gooi nu dat puddingmengsel bij de warme melk en roer tot je vanillepudding krijgt. Dat gaat verbazend snel.
Klop de room op in zachte pieken (niet helemaal stijf). En vouw de room onder de pudding. Zet weg tot gebruik.

De topping:

Smelt de room met de chocolade op een zacht vuurtje.


Nu heb je alle onderdelen en rest ons enkel nog de Kwestie Der Samenstelling. Stel dat je de soesjes een dag op voorhand hebt gemaakt, zul je misschien merken dat ze wat platjes en ingezakt in de tupperware dozen zitten. Dat euvel verhelp je makkelijk door je oven voor te verwarmen op 180°, de soesjes met een patisseriepenseeltje te bestrijken met wat water en de koddigaards een minuutje of zeven op te warmen.

Neem dan je spuitzak (bastard), vul deze met de vanilleroom en spuit in het eerder gemaakte gaatje de room tot het soesje opbolt van zoete verzadiging. (klinkt zowel lekker als ongelofelijk vulgair hé?)

Smelt intussen de chocolade. Maar let natuurlijk wel op dat de chocolade niet aanbrandt. Een bain marie is de ideale werkwijze maar toch zo'n godhemels werk hé. Pot op vuur, water erin, water aan de kook brengen, kleine pot er boven hangen, daarin ingrediënten. Marie had duidelijk meer energie dan ik.

Nu bent u nog enkele seconden verwijderd van een hemelse smaakervaring. Dompel de soesjes in de chocoladesaus (of kwak een lepel saus over het soesje) en dien op.

Ik zweer het, we zijn vier dagen later en ik ben aan het kwijlen boven mijn toetsenbord alleen maar bij de herinnering eraan.

Ik persoonlijk vond de combinatie: warm soesje, koude room en lopende chocolade een topcombo maar mijn zus gaf er de voorkeur aan de soesjes te laten opstijven in de koelkast zodat de chocolade een soort van krokante korst vormt. Elk zijn meug zeg ik altijd.

(*) dat nachtje laten trekken van een vanillestok in melk is volledig optioneel. Maar ik dacht; als ik me dan toch waag aan zo'n experiment, dan doe ik het meteen ook goéd (en ik had toevallig niets te doen zaterdag en verveelde me een beetje)

Enjoy!

23 januari 2013

Kale omelet

Het is heel populair om de dag van vandaag luidkeels te verkondigen dat je het 'druk druk druk' hebt. Wanneer iemand dergelijke klacht ten aanzien van mij uit, dan bekruipen me vage schuldgevoelens. Ik heb daar namelijk niet echt last van. Mijn leven tsjokt meestal gezapig voort en het gevoel van hot naar her te moeten rennen, is mij niet erg bekend.

Mogelijks is dat te wijten aan een ongelofelijk organisatietalent van mijnentwege. Maar waarschijnlijker is dat ik gewoon niet zo'n boeiend, veelzijdig leven heb.

Tot nu toe. Want de laatste tijd is het écht druk. Er zijn vrouwenweekendjes waarop mijn aanwezigheid gewenst is, uitstapjes naar Brussel (alwaar ik ontmaagd werd op het vlak van 'papsaus'), sportmomenten waarbij gestreefd wordt naar het behoud van een strak, athletisch lichaam, huishoudelijke taken en natuurlijk werk.
Vandaar dat de frequentie van mijn blogposts de laatste tijd wat de wensen overliet. Waarvoor dan ook mijn diepste, nederigste excuses aan jullie, schare trouwe lezers.

Maar let's talk food. Uitgebreide research stelde me op de hoogte van weer een nieuwe trend in het voedsellandschap. 'Huge' in Amerika dus kwestie van tijd voor wij er ook massaal voor vallen. Ik heb het over..... kool. Jep. Die groene bollen die de Vlaanders van tijd tot tijd in een heerlijke odeur hullen en die een weldadige werking schijnen te hebben op je darmstelsel.

We kennen natuurlijk allemaal bloemkool, rode kool en savooi. Maar het kan nog net dat tikkeltje retro'er want ik presenteer u: Boerenkool. 'Kale' in het Engels en wanneer je dit intypt in google, volgt een stroom aan recepten (mbp: 20 700 000 in 0.44 seconden) gaande van een klassieke salade tot 'kale and roasted coconut pie'.
Boerenkool of 'kale' dus, zou weer één van die ultrahippe superfoods zijn (vlak voor 'chiazaad' in het eet-je-zelf-kankervrij-alfabet). Deze kool zit naar't schijnt vol ijzer, calcium en vitamines. De smaak valt te omschrijven als 'bitter' (maar niet zo bitter als witloof) en 'aards' (maar niet zoals rode biet).
Als je het bittere wat wil vermijden, zou het naar het schijnt helpen om de koolbladeren kort te blancheren.

Ik heb dat niet gedaan want ik hou wel van een bittertje op zijn tijd... ok, ik ben gewoon lui.

Wat het recept betreft: komende van een land waar men dodelijke hamburgers produceert, sta ik als oerdegelijke West-Vlaamse (op een sokkel, haha) ietwat sceptisch ten aanzien van hun culinaire waaier. De combo 'kool+kokosnoot' liet ik dan ook wijselijk aan me voorbij gaan en ik ging voluit voor: een 'kale' omelet.

De hoofdtonen in deze ontroerende compositie:


- een handvol boerenkool
- 3 biologische eitjes
- een handvol champignons (hier: oesterzwammen)
- een halve gesnipperde rode ui
- een lente uitje
- wat verse peterselie

Sauteer de boerenkool in een pan met wat olie en knoflook. Doe hetzelfde met de champignons. Zet opzij. Kluts de eieren en kruid af met peper en zout. Bak de beide uien aan in wat boter. Giet de eieren erbij. Voor een ideale omelet laat je het vochtge ei bovenaan in de pan steeds onder de gebakken randjes lopen zodat je omelet nooit aanbakt. Strooi de peterselie erover. Strooi de boerenkool en de champignons losjes over het ei en rol op tot een mooie omelet.

Tot zover de theorie. Want als je er je kool en champignons bij doet, zul je merken dat het met drie kleien eitjes (in een te grote pan) minder handig is om zo'n mooie pannenkoek te behouden. Daarbij opgeteld dat geduld niet mijn mooiste deugd is, heb ik er dan maar een roerei van gemaakt.
Smaken deed het evenzeer.



Met wat koelkastrestjes extra (aka: kerstomaatjes, feta van de Turk in de Zwevegemstraat en een yoghurtdressing met citroen), maakte ik een lunchsalade voor deze middag.


Bon appétit, mes amis.

11 januari 2013

Skinny Love

Eerlijk: ik ben geen fan van januari. Ook niet van februari wat dat betreft. Ik zou er niets op tegen hebben mocht men beslissen bovengenoemde maanden te schrappen zodat we recht vanuit oudejaarsavond de lente kunnen instappen. Er gebeurt ook zo weinig opwindends. Ok, een paar post-nieuwjaarsfeestjes. En een occasionele verjaardag. Leuk. Maar behalve dat?

Een schier eindeloze periode tot we weer de nostalgische kleurenpracht van de eerste bloesems kunnen waarnemen, tot we plots beseffen dat we niet meer automatisch rillen wanneer een briesje ons beroert, tot het opeens niet al te zot meer lijkt om ZONDER jas naar het werk te fietsen en tot de eerste verbrande houtskoolgeuren onze neus bereiken.

Dit gezegd zijnde, onder het motto: 'stel je zelf eens een goed voornemen' heb ik mezelf voorgenomen niet meer te zagen.
Correctie.
Minder te zagen.
Correctie
Minder te zagen over dingen die waarschijnlijk toch niet zo snel zullen veranderen. Zoals daar zijn maanden die zomaar uit het jaar verdwijnen

Dus kijk ik met opgeheven hoofd vooruit naar alle leuke dingen die 2013 wél in petto heeft:
Zo ben ik er praktisch zeker van dat ik dit jaar euromillions zal winnen. Ik ben er nu toch al een jaar of drie op aan het wachten en het zou wel van een erg sadistisch universum getuigen wil het nu stilletjesaan niet gaan gebeuren.
Verder voorzie ik in afwachting van die heugelijke gebeurtenis nog enkele leuke uitstapjes in binnen-en buitenland. Hoop ik hier en daar een festivalletje mee te pikken. Staan er massa's veel gezellige momenten met vrienden en familie op de planning. Zal er zeker ruimte zijn voor goede gesprekken bij een knisperend haardvuur, romantisch rollebollen door een pittoresk sneeuwlandschap met mijn geliefde, lange wandelingen in de natuur en daarna met glinsterende ogen en blozende wangen aan het streekbier gaan, enzovoort.
Ben zeker dat Hallmark me de komende maanden nog wel wat inspiratie zal verschaffen.

In september staat alvast met stip in de agenda genoteerd: het huwelijk van mijn zusje. Gezien mijn reeds gehuwde status, vraagt ze me zo af en toe wel eens om raad maar ik vermoed dat dat meer voor de show is. Immers, wanneer je in het woordenboek 'controlefreak' opzoekt, staat haar foto ernaast.
Haar aanstaande huwelijk brengt bij mij natuurlijk een scala aan fantastische herinneringen naar boven. Zo beleefde ik, net zoals 99% van alle bruidjes, de geneugten van een crashdieet. Good times!! Zero koolhydraten. Geen druppel alcohol. Geen korreltje suiker. En geen sprankeltje plezier in aanloop naar de Blijde Dag.

Wat wél helemaal te gek was, was het feit dat ik voor het eerst in mijn leven zonder probleem in een maatje 36 gleed. En hoewel ik gedurende de maanden van mijn verloving getergd werd door dromen over sappige brownies, borden vol dampende, romige pasta en karaffen gevuld met streekbier en wijn, bleek ik na de Grote Dag dat strakke figuurtje toch zomaar af te kunnen staan. 

En zo, beste mensen, zijn we aanbeland bij een bijzonder populair dilemma voor vele dames:
Gaan we volop voor al de lekkere dingen die de wereld ons te bieden heeft? (en met lekker bedoel ik hier niét een sappige mango of een blozende peche. We're talking hardcore business: snoep! taart! pasta! room! boter! wijn! vet!!!!!!)
Of bezwijken we onder de constante druk om strak en slank en mooi te zijn. Of je nu een leger kinderen hebt gebaard of 7 dagen op 7 werkt én tegelijkertijd een huishouden runt, maakt niet uit  fit, gezond en stralend moet en zal je er op elk uur van de dag uitzien!!
Wie bedénkt in godsnaam nu zoiets?? Is het echt Hollywood? Of maken wij onszelf zo zot?

Af en toe fantaseer ik dat ik zo'n vrouw ben. Je weet wel. Met rondingen. Zo'n échte voluptueuze Rubensvrouw die zich supergoed in haar vel voelt en die er haar hand niet voor omdraait om een halve koe naar binnen te strouwen. Geen faker als Monica Belluci. De schijnheilige trut.

Maar zo'n vrouw ben ik dus niet. Jammergenoeg spiegel ik me maar al te vaak aan het huidige schoonheidsideaal en maak ik een vreugdesprongetje wanneer 'De Magere Broek' nog steeds past.

Het dilemma zit het er nu in dat ik toch oh zo graag eet. Zo zijn mijn mooiste herinneringen bijna altijd gelinkt aan aan iets culinair en wanneer ik een nieuwe delicatessenwinkel binnen stap, begin ik te stralen als een Amerikaanse kerstboom.
Goed. Wanneer geconfronteerd met dergelijke tegenstrijdigheden, kan men niet anders dan compromissen sluiten. En dat kiezen verliezen betekent, dat weet iedereen.

Dus: ervan uitgaande dat jullie allemaal intelligente vrouwen zijn en wel weten dat er niet zoiets bestaat als een dieet waarbij een nieuw soort revolutionaire chocolade maakt dat je 20 kilo afvalt in 5 dagen, denk ik dat jullie klaar zijn voor de kille, harde en onwrikbare waarheid:

Slanker worden= afzien. Slank blijven= anders leven.

Dus hoe doe ik het nu? The oldfashioned way. Veel sporten (lopen), gezond eten (voornamelijk vegetarisch tijdens de week) beperkt bier/wijn drinken ( immers bier= bierbuik) en slechts sporadisch eens genieten van een pasta'tje of brood.
In ruil voor al die inspanningen tijdens de week, geniet ik op zaterdag en op zon- en feestdagen wel voor de volle 100% van alle lekkere hapjes en drankjes die mijn pad kruisen.

Een dergelijke manier van leven vergt absoluut wat aanpassingsvermogen maar alles went.
Daarnaast zijn de voordelen die een dergelijke levensstijl je biedt, ook niet min. De 'vegetarische' aanpak dwong me bijvoorbeeld om heel creatief te zijn (want ik leef echt niet op vijf blaadjes sla en een tomaat per dag hoor). Mede dankzij Ottolenghi heb ik het afgelopen jaar ontdekt hoe ik met bijna alleen maar groenten ongelofelijk lekker kan koken én heb ik een gezondsheidstoestand om u tegen te zeggen (de laatste bloedresultaten kwamen met felicitaties van de jury terug van het labo).
Oh ja, en je krijgt er ook een athletisch lichaam van waar de Griekse goden je om zullen benijden (of zoiets toch)

Misschien klink ik nu wel een beetje fanatiek maar geen paniek. Ik wil jullie niet bekeren hoor. Bovenstaande aanpak werkt voor mij. Doe er vooral zelf mee wat je wil.

Dit gezegd zijnde wil ik jullie onderstaande gezondheidsbommetjes niet onthouden. Ze zijn mijn 'flans eens snel een lunch dingetje' in elkaar en ideaal dus om over de middag op het werk te verorberen. Gemeenschappelijke kenmerken:

Elk van de drie is:

- extreem gezond
- koolhydraatarm
- vrij van schadelijke vetten
- geschikt voor deze tijd van het jaar
- heel erg lekker

Als eerste stel ik u graag voor aan dit bloemkoolsoepje met philadelphia (light). Eenvoudig te maken en hartverwarmend op een koude winterdag.




Ten tweede Sheherazades' flavours: kleurrijk, crunchy en pittig.





En als laatste dit romige avocadoslaatje.



De bloemkoolsoep:

- 1 kleine bloemkool
- wit van 1 prei
- 1 ui (of 3 sjalotjes)
- groentenbouillon (zijnde: water + blokje)
- 2 el philadelphia met fijne kruiden (light)

Verdeel de bloemkool in roosjes en hou ongeveer 1/3 apart. Stoof de ui aan in wat boter. Snij de prei in grote stukken en gooi samen met 2/3 vd bloemkoolroosjes in de pot. Laat wat aanstoven en overgiet na een minuutje of vijf met de bouillon. Als alle groenten gaar zijn, mix alles glad en kruid je bij waar nodig met peper en zout. Voeg dan de philadelphia toe en doe de smaaktest (meer of minder).
Tenslotte gooi de resterende bloemkool in de warme soep en laat je die op een zacht vuurtje even doorpruttelen tot de roosjes beetgaar zijn.


De wortelsalade (voor 1 ruime portie)

- 4 wortelen, vers gerapst (smaakt echt veel sappiger dan de smaakloze sliertjes uit een zakje)
- een handjevol rozijnen (optioneel/ kan vervangen worden door bijvoorbeeld fijn gesneden dadels)
- 1 tl harissa (mag meer of minder zijn naargelang je tolerantie voor pikant)
- 1 pijpajuintje fijn gesnipperd
- 1 blik kikkererwten
- een handvol verse peterselie of koriander
- olijfolie/ appelazijn/ mosterd

Begin met de kikkererwten. Verwarm je over voor op 200° op grillstand. Giet de kikkererwten af en schik ze in een ovenschaal. Kruid af met wat kaneel, peper, zout, komijn, piment,... (wat je lekker vindt. bedoeling is dat je ze smaak geeft). Plaats de ovenschotel vervolgens onder de grill en rooster de kikkererwten tot ze krokant zijn. (dit vereist dat je de schotel af en toe eens 'opschudt'. Het hele proces zal
ongeveer een halfuurtje in beslag nemen)
Rasp intussen de wortels en meng er de rozijnen en de harissa onder. Snipper je verse kruiden fijn en meng ook deze onder de salade.
Maak een vinaigrette van mosterd, olie en appelazijn.
Wanneer de kikkererwten klaar zijn, laat ze afkoelen en meng de helft ervan onder je salade. De andere helft kan dienen als een originele vervanger voor chips of nootjes bij de apero.
Mix je vinaigrette onder de salade en laat een uurtje (of een nachtje) trekken.

Ik had nog een restje gegrilde venkel en rauwe rode kool over en heb die er voor het gemak ook maar onder gedraaid. Je kan dus een beetje spelen hé met de ingrediënten. Bedoeling is dat je een soort zoet-pikant geheel krijgt.

Avocadosalade

- 1 avocado
- 1 scharrelei
- een hand of twee/drie gemengde salade
- een blik artisjokharten
- een beetje verse peterselie
- een yoghurtvinaigrette (te kopen of zelf te maken)

Kook het ei tot het niet zacht maar ook nog niet helemaal hard is. Ik doe dat door een pannetje water op te zetten (altijd een goed begin als je een ei wil koken) en daar direct het ei in te leggen. Vervolgens breng je het water aan de kook en eens het kookt, zet je het vuur af. Dan laat je het ei nog een 5-tal minuten (afhankelijk van de grootte) in datzelfde water staan vooraleer je het laat 'schrikken' onder koud water.

Gooi de salade in een bak. Pel je avocado en snij deze in partjes. Pel het ei en snij eveneens in partjes.
Giet de artisjokharten af en laat uitlekken. Snipper de peterselie fijn. Meng alles onder elkaar. Kruid af met peper en zout en besprenkel vlak voor de aanval met een geutje yoghurtvinaigrette.

Wat de artisjokharten betreft: Ik eet héél graag gemarineerde artisjokharten maar zoals je misschien zelf al gemerkt hebt, kosten die dingen in de supermarkt een been. Je kan het dus ook zelf doen. Neem een blik artisjokharten en gooi de inhoud ervan in een tupperwarepotje. Giet daar olijfiolie over en voeg twee teentjes look toe samen met wat andere kruiden (peterselie bijvoorbeeld), een paar peperbolletjes en een halve citroen in schijfjes gesneden.  Laat trekken (op zijn minst een halve dag). Et voila: gemarineerde artisjokken voor een prikje.



4 januari 2013

Zeg het met Bloemkool (of een boek)

Misschien herinnert u zich één van mijn vorige posts over 'trends'. Ik heb er nog één waar iedere foodblog-lover wel over gehoord zal hebben, namelijk: het produceren van kookboeken eens je als foodblogveteraan je strepen hebt verdiend.

Een non evidence-based, persoonlijke studie leidde mij tot het trekken van volgende besluiten. Als foodblogger kan je pas met fatsoen en zonder schaamrood op de wangen met een boek op de proppen komen wanneer:
- je blog ongelofelijk stijlvol en classy oogt (gezellig maar tegelijkertijd cool; flitsend maar tegelijkertijd easy on the eye).
- je over het taent beschikt om je voedsel op een Helmut Newton achtige manier te fotograferen.
- je spitsvondig en met kennis van zaken over koken, eten en andere voedselgerelateerde onderwerpen kan schrijven
- je ongeveer 100 000 000 ingrediënten uit het hoofd kan opnoemen én de juiste toepassing ervan kent
- je tenminste één gerecht kan koken uit elk van de 195 landen die de wereld rijk is
- je er je hand niet voor omdraait om op één of ander 'event' tussen de 100 en de 1000 man kan voorzien van een moleculair uitziend hapje/drankje.

Dan en pas dan mag je beginnen denken aan het uitgeven van je eigen kookboek.

Even naast mijn persoonlijke verwezelijkingen leggen:

- stijlvolle layout: mijn computerleraar op de middelbare school noemde me steevast 'dolle mina' en gaf mijn naam door aan het CLB als 'mogelijks beter op haar plaats in het bijzonder onderwijs'

- foto's:


















tjah...

- spitsvondig en met kennis van zaken: hangt er een beetje van af. Als een onderwerp zich leent tot een sarcastische klaagzang, dan ja, kan ik best spitsvondig uit de hoek komen

- ingrediëntenkennis: ik kan u vol trots bekennen dat ik vandaag een soort wormen in de fruithandel zag liggen, naast de patatten en ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan zeggen dat het géén wormen waren. (wel 'crosne', gezien op deze blog). Ha!

- wat de wereldgerechten betreft: net ingetypt in google: 'hoeveel landen zijn er op de wereld'.

- koken op events: wanneer ik een etentje organiseer, beperkt het aantal aanwezigen zich meestal tot 4 man, sta ik om 6 uur 's morgens op omdat ik van de stress niet meer kan slapen en schreeuw ik de komende 12 uur non-stop tegen mijn arme wederhelft dat hij 'verd**me zijn bakkes moet houden want dat ik bézig ben!' (om dan om 19h geheel zen te deur te openen voor mijn gasten en nippend van een glaasje bubbels te beweren dat ik 'helemaal geen moeite heb gedaan hoor')

We kunnen dus wel stellen dat ik er nog nét niet ben.

Maar who cares want Tadaaaaaaaaaaaaaa:



Jep, mijn eigen kookboek.


Ok, vooraleer u mij beticht van grootheidswaanzin, misschien een kleine nuance.

De overgang van het nieuwe jaar vieren wij in intieme vriendenkring. De feestelijke avond centreert zich rond gezellig tafelen, bijpraten, cadeautjes uitwisselen en comazuipen. Voor wie je een cadeautje moet kopen, hangt af van het naampje dat je een maand daarvoor hebt getrokken. Het is de bedoeling dat je dan in het grootste geheim en op slinkse wijze nagaat met wat je 'jouw' persoon die avond gelukkig kan maken.

Concreet vertaalt zich dit meestal in de volgende sms: Zeg, Stef, Mathias hier hé. Ik moet van iemand die anoniem wenst te blijven, vragen wat je graag wil voor oudejaarsavond. 

Dit jaar werden mij dergelijke echter subtiliteiten bespaard en ik begon me stilletjes voor te bereiden op 'Een Mandje Brol van den Action'.
Niets was minder waar. Mathias had  geen bericht gestuurd maar was vlijtig aan de slag gegaan om mijn (bijna één jaar oude) blog in boekvorm te gieten.

Nu ben ik er niet echt de mens voor om te huilen van geluk (de laatste traantjes dateren van die keer dat ik in één uur drie keer op mijn wang beet).
Nee, wanneer ik heel blij ben, lach ik, word ik rood en begint ik vervolgens uit pure emotie te zweten als een otter. Ontdaan van elk spoortje elegantie nam ik aldus op 31 december één van de leukste en origineelste cadeautjes OOIT in ontvangst.


Let's celebrate!! Met taart!!!!!



Wel geen gewone taart want ik vermoed dat u, net zoals ik, volgevreten van de laatste periode snakt naar wat gezonde en lichte voeding? Nee, vette pech dan. Want hier komt een nieuwe Ode aan Ottolenghi onder de vorm van 's mans 'Bloemkooltaart'.

Wat hebben we nodig?

- 1 bloemkool
- 1 rode ajuin
- een lepel of 3 olijfolie
- 10 eieren (ok, ok, ik weet het, een gigantische hoeveelheid maar van deze taart kun je ook wel een aantal monden voeden hoor. Gedurende een aantal dagen zelfs)
- 180 gram bloem
- 1 tl bakpoeder
- 1 tl bicarbonaat
- 4 el ricotta
- 100 gram geraspte parmezaan
- kuiden: 1 tl fijngehakte rozemarijn, een handvol basilicum, 1 tl kurkuma, peper en zout
- 2 el sesamzaadjes (ik gebruikte een zwart-wit mengeling. Gewoon omdat ik dat leuk vind)

Verwarm je oven voor op 180°.

Beboter een springvorm en 'plak' de sesamzaadjes tegen de rand. Dat doe je door de zaadjes tegen de rand van je vorm te 'gooien' en een beetje te schudden met je vorm tot de hele rand bedekt is (klinkt moeilijker dan het is). Beboter en bebloem vervolgens de bodem van je springvorm. Zet aan de kant.

Verdeel je bloemkool in roosjes. Nu kan je twee kanten op: Of je kookt de roosjes beetgaar in wat gezouten water. Of je weet zoals ik geen blijf met al je vrije tijd en besluit om 'puur voor de fun' eens je bloemkool te roosteren. In het laatste geval kap je de roosjes in een ovenschotel, besprenkel je ze me olijfolie en plaats je ze in een voorverwarmde oven op 200° gedurende een halfuurtje. Gebruik het programma waarbij je boven-onderverwarming hebt in combinatie met grill. Aan te raden is de bloemkool af en toe eens 'op te schudden' want anders wordt de bovenkant zwart en blijft de onderkant gewoon rauw en wit.

Het deeg dan.
Snij een paar decoratieve ringetjes van je rode ajuin en hak de rest fijn. Verwarm de olijfolie en fruit daarin zachtjes de ui en de rozemarijn. Eens afgekoeld, klop je dit, samen met de basilicum, onder je eieren.
We zijn er bijna.
Meng bakpoeder, bicarbonaat, bloem, zout en kurkuma in een kom. Voeg de parmezaan toe en kruid royaal af met peper. Meng er vervolgens het eiermengsel en de ricotta onder. Klop tot je geen klonten meer ziet.
roer nu voorzichtig de bloemkoolroosjes onder het deeg en giet het mengsel in de springvorm. Schik er tenslotte op een esthetisch verantwoorde wijze je uienringen op en bak af gedurende 45 minuten.

Ik heb de taart warm geserveerd maar koud de dag erna was hij ook heel leker.

Heil Otto!
(of is het écht vréselijk fout om zoiets tegen een jood te zeggen?)