Posts tonen met het label reflecties. Alle posts tonen
Posts tonen met het label reflecties. Alle posts tonen

13 augustus 2014

Elf jaar, met ballen en opstaan

Mocht mijn blog een baby zijn, dan had ik al lang het Vertrouwenscentrum op mijn dak gekregen, vrees ik. Wat een schandalige verwaarlozing.

Oh well.

14 augustus 2014 vandaag. Zegt jullie waarschijnlijk weinig maar drie jaar geleden liep ik strontnerveus rond in een berg witte tule en met het plan Tentman die dag mijn eeuwige liefde te beloven.
Laten ons die specifieke belofte even onder de loep nemen. De dag van je huwelijk is denk ik de enige dag waarop je letterlijk zégt aan je lief dat je hem/haar voor de rest van je leven graag zal zien. Wat onmiddellijk ook het wezenlijke verschil is tussen mensen die trouwen en mensen die dat niet doen. Immers, maar weinig andere gelegenheden lenen zich ertoe dat je elkaar ten overstaan van vrienden en familie diep in de ogen kijkt, mekaars handje vast pakt en dergelijke hoogdravende dingen beweert. Behalve dan 1 keer per jaar op Kerstdag waar dronken nonkel Rudy en nog zattere tante Rita 'een momentje' beleven. Of behalve Tentman.

Hij beloofde me reeds een jaar na onze eerste kus - in nuchtere toestand!- dat hij voor altijd van me zou houden en voorlopig blijkt hij een man van zijn woord te zijn.
(Voor het gemak vergeet ik nu even die momenten waarop hij beweert dat onze hond kanker heeft gekregen door mij en dat ik goed op weg ben om hem even ziek te maken).

Wilt u de specifieke omstandigheden eens horen waarin die belofte werd gedaan?

Ok dan. Hoewel de gedane belofte anders doet vermoeden, betreft het hier een weinig romantisch verhaal waarin ik een zeer twijfelachtige heldenrol vervul en die, 10 jaar na datum, nog steeds het schaamrood op mijn wangen doet verschijnen maar kom, sharing is caring dus hier gaan we:

September 2003. Tentman en ik gaan voor de eerste keer samen op reis. Naar Cyprus (wat had u nu gedacht?) Alles loopt op rolletjes en we doen alle walgelijk romantische dingen die van smoorverliefden mag verwacht worden: nachtelijke zwempartijen in een 28° warme zee onder een sterrenhemel waaruit -hoe kan het ook anders- af en toe eens een ster naar beneden tuimelt, urenlang praten over God-mag-weten-wat,... Kortom shitloads aan zeemzoetigheden die de rotte smaak die de ander je elf jaar later geeft moeten compenseren.

Tentman troonde me gedurende die 2 droomweken mee langsheen de highlights van Aphrodite's geboorteland. Eén daarvan was Adonis Bath. Een soort groene oase in de bergen waar een aantrekkelijk turkoois bergmeertje omsloten werd door steile rotswanden.

Adonis' Bath: Een schijnbaar idyllische plek

Dé attractie van Adonis Bath was springen van de steile rotswand in het bergmeertje. Je had de keuze tussen een sprong vanaf 15 meter hoogte en een zelfmoordmissie vanaf 22 meter hoogte. Die dag hadden Tentmans' zus en haar lief zich bij ons vervoegd en al snel klauwden de twee mannetjesdieren de rotswand op, aldus bewijzend aan de vrouwtjes dat ze over voldoende potentie en kracht beschikten om voor een sterk nageslacht te zorgen. Gedwee bleven Elena (de zus) en ik aan het meertje staan kirrend van bewondering over zoveel moed en lefgozerij.
(Noot: dat doet dus verliefdheid met een mens. Het maakt pulp van je gezond verstand. Nu, elf jaar later, zou dat kirren hebben plaatsgemaakt voor een nuchter: 'Meen je dat nu? Ge zijt 33, wa moeje bewijzen? Ik ga u nie in een kar duwen hoor als ge uw rug breekt. Is de schuldsaldo verzekering in orde?')
Maar goed toen dus nog één en al bewondering. Olijk sprongen de twee jongens in het water en moedigden ze ons aan om hen te volgen. 'No fucking way' was mijn eerste respons. En daar had ik bij moeten blijven. Maar Elena liet zich vermurwen en onder een 'Kom, Steph, we gaan gewoon eens boven kijken, we zien dan wel', volgde ik haar halfhartig.
Eens boven bleek dat naar boven klimmen één ding was maar naar beneden komen iets heel anders. Tenzij je een 90% kans op botbreuken een berekend risico vond, was de enige weg  naar beneden al springend.
Omdat het belangrijk is dat u zich een accuraat beeld kunt vormen van de situatie schets ik u nog even volgende scène: een ieniemiene bergmeertje, steile rotsen met daarrond bomen. Eens boven op 15 meter hoogte (ik was dom, niet suïcidaal) bleek dat 1 van die bomen in de rotswand verankerd was zodat de takken zich over de hele breedte van het meertje uitstrekten en je, boven op het richeltje, het water slechts door de takken kon zien doorschemeren. En wat dat richeltje betrof: dat was ongeveer 1 meter lang zodat een stevige aanloop om over de eerder besproken takken te komen uitgesloten was.

Combineer deze stand van zaken nog eens met mijn uitzonderlijke talent voor klungeligheid en u weet dat ik me in een precaire situatie bevond.
Elena liet me al gauw in de steek en sprong 'bommetjesgewijs' in het water. Ik hoorde de jongens beneden gieren van het lachen (blijkbaar had het 1.55 meter hoge meisje een opspattende straal van 3x haar lengte geproduceerd). Sportief van hen, om zo te lachen, dat zeker.
Nu was het aan mij. Mijn hart bonkte letterlijk in mijn keel. Onder aan de oase had zich een menigte verzameld (toeristen en locals) die me allemaal stonden aan te moedigen. Nu geef ik over het algemeen geen zier om wat anderen van me denken dus maakte ik me op om langs de rotswand terug naar beneden te klauteren. Toen sprak Tentman de volgende woorden:

'Kom Steph, springen!! Als je springt zal ik je voor eeuwig en altijd graag zien!'

Dus ik draaide me om en sprong. Nu legde ik eerder reeds uit dat een fikse aanloop onmogelijk was en in mijn hoofd zag ik me al boven in de takken van de boom bungelen omdat ik niet ver genoeg had gesprongen. De brandweer zou me moeten komen redden en de hele situatie zou tenenkrullend gênant zijn geworden. Dus vond ik er niet beter op dan met mijn benen in een hoek van 90° vanop een hoogte van 15 meter naar beneden te vallen.

Jeps, 'ai' omschrijft het correct.
Ik was zo hard op het water terecht gekomen dat het leek alsof ik met mijn gat op beton was geland in plaats van in water. De pijn was verschrikkelijk.

Maar.

Dat was niet alles.

Blijkbaar was ik zo bang geweest dat ik tijdens het naar beneden vallen een soort van oerkreet had geslaakt waarin ik al die angst samen gebald zat. Als u nu denkt aan een soort van meisjesachtig gilletje, think again. Het was meer iets als 'WWRRRRRAAAAAAHHHHHHHHHW!'

Wat dan ook nog eens door Tentman op film werd vastgelegd.

Toen mijn hele toekomstige schoonfamilie na ongeveer 42 uur was uitgelachen, bleek dat mijn billen intussen de kleur van een inktzwarte nacht hadden aangenomen en dat ik me enkel kruipend kon voort bewegen. Ik vergeet nooit de medelijdende blikken die de mensen me toewierpen toen Tentman en ik samen over het strand liepen (hij)/strompelden (ik). Ze hadden het verkeerd voor. Tentman heeft me nooit fysiek mishandeld (geestelijk daarentegen ben ik een wrak.) Maar hij hield zijn woord en dus:

Bedankt Tentman voor de elf jaren vol fijne herinneringen waarvan we er reeds drie (min of meer) gelukkig getrouwd zijn. Laat ons er nog een veelvoud van dat getal tegenaan smijten.


Dit gezegd zijnde: let's cook.

Zoals in een vorig Tentman-verhaal al te lezen viel, kent mijn man zijn klassiekers. Geef hem gehakt en hij is blij. Dus was het plan hem vanavond te verwennen met een gehaktbal (elke andere bal zou een teleurstelling geweest zijn). En daar Wim Ballieu de laatste tijd nogal scoort met die gevulde van hem (vuile, vuile zin deze), dacht ik dat ook eens te proberen. Meer nog: ik zou een Griekse en een Belgische versie creëeren, refererend naar onze beider roots. De Griekse kreeg een vulling van feta, spinazie en munt (zie groene vulling hieronder). Voor de Belgische variant koos ik bloemkool en pickles (geel dus).
Ik vermoed dat Mijnheer Ballieu steevast een witte saus of roomkaas door zijn vullingen draait want de mijne 'turnden' minder smeuïg uit dan de originele. Maar dat is niet erg. Die van mij waren meer dan geslaagd.


Wat hebben we nodig?

- gehakt (neem gemengd gehakt voor ballen, je hebt het varkensvlees nodig voor de smaak. Wanneer je met gehakt werkt, moet je gaan voor smaak en niet skinny proberen te doen)
- vulling naar keuze. Hier dus: een brokje feta, een handjevol spinazie (diepvries mag hoor) en een handje vol munt voor de Griekse Bal. Voor de Belgische bal neem je de een paar bloemkoolroosjes en een genereuze lepel pickles. 
- panko (voor het krokante korstje)
- een uitje (om versnipperd door je vlees te mengen)
- een ei (om je gehakt smeuïger te maken)
- kruiden (zout, peper, kruiden naar keuze om door je vlees te mengen)



Hoe doen we het?

Voor de Griekse vulling prak je de feta met de geblancheerde spinazie en de versnipperde munt. Breng op smaak met wat olijfolie en wat peper (eventueel wat zout als je vindt dat de feta nog niet zout genoeg smaakt).
Voor de Belgische vulling blancheer je de bloemkoolroosjes en pureer je deze met de pickles. 

Kruid je gehakt en meng er het ei en de versnipperde ui onder. Vorm dan een soort van ballen (zie bovenste foto) en maak een kuiltje in het midden. Schep daarin een lepel van de vulling. Vul de 'holte' op met wat extra gehakt en vorm opnieuw een bal met je handen. Wentel de gehaktbal door panko. 
Besprenkel de ballen met wat olijfolie en bak ze krokant in een voorverwarmde oven op 190° gedurende minstens 20 minuten (afhankelijk van de grootte van de ballen). 


Bijkomende tip: Op de onderste foto kan je zien dat de vulling van mijn Griekse Bal redelijk intact is gebleven, misschien niet zo smeuïg als ik hem graag gezien had maar toch, ok voor een eerste poging. Dat ik de Belgische bal niet ontleed aan u toon is omdat de vulling daar helemaal in het gehakt was getrokken en er simpelweg geen vulling meer te fotograferen viel. Nu heb ik voor u al het 1 en ander opgezocht en Mijnheer Bal-lieu (hah) raadt aan om in het geval van lopende vullingen (zoals de bloemkool-picklessaus) de vulling even in te vriezen met behulp van een ijsblokvormpje. Op die manier heb je iets stevig om in de bal te duwen en behoudt de vulling ook beter zijn vorm in de oven. 
En nee, ik stel me geen vragen bij het feit dat de Griekse Bal gelukt is en de Belgische mislukt. 




PS: Ik vond dat ik al genoeg gewerkt had op mijn eigen trouwverjaardag dus heb ik de afgebeelde slaatjes niet zelf gefabriceerd (jaja, ik ga ook wel eens iets kant en klaar kopen, sue me). Ze waren heerlijk en als je ze ook eens wil proeven: mijn allerfavorietste slager ever (Mylle in Kortrijk) heeft ze in de toonbank staan. Het groene slaatje bestaat uit avocado, pistachenootjes, de -more popi then ever- peer en selder. Het rode slaatje is een heerlijke combo van appel, granaatappelpitjes, kerstomaatjes en radijs. 



5 mei 2014

Mijn baby

 
Natuurlijk is het een beetje raar (of ziek?) om iets waar je met je eigen kop opstaat 'mijn baby' te noemen, maar zo voelt het wel.
 
Vanaf morgen (06.05.2014) in de boekwinkel.
Dat wil zeggen: die boekwinkels die via grote verbindingswegen te bereiken zijn. Blijkbaar wordt Zuid-West-Vlaanderen nog steeds een beetje als de brousse van België beschouwd want hier zal het iets langer duren.
 
Ik hoop dat jullie het leuk vinden (indien niet, wil ik het niet weten :) ) 
 
 

1 april 2014

Het Gat in de Markt

Er zijn verschillende redenen voor mijn stilzwijgen van de afgelopen maand(en). De één al belangrijker dan de ander maar laten we ze samen eens overlopen.


Dit zijn sobanoedels. Die doen er voorlopig nog niet toe maar straks wel. Ik dacht gewoon dat u het wel aangenaam zou vinden mocht er af en toe eens 'een prentje' tussen staan.


1. Ik heb moeten onderduiken omdat er schijnbaar een soort van huurmoordenaar op pad is met maar één doel: mij van mijn fiets rijden en het op vluchtmisdrijf doen lijken.
 
 Ik weet niet wie deze persoon is, waarom hij mij moet hebben of wie hem ingehuurd heeft maar één ding is zeker: hij is gewiekst. Zo vermomt hij zich constant. De ene keer is hij een oude man die achteloos zijn portier open zwaait terwijl ik gezwind kom aanrijden. De andere keer een vrouw die onder het populaire motto 'vrouw aan het stuur, bloed aan de muur', zonder te kijken het rondpunt op rijdt waar ik juist kom aansjezen.
 
Wanneer het regent of donker is, is mijn kwelduivel bijzonder actief. Iedereen haast zich om zich te kunnen verschansen in de behaaglijke warmte van hun huisjes en hij kan ongestoord zijn gang gaan: zijstraatjes uitrijden zonder te kijken of juist een zijstraat inslaan en heel slim geen pinker gebruiken zodat anticiperen van mijn kant quasi onmogelijk lijkt.
Evenmin deinst hij ervoor terug om subtiel van zijn rijvak af te wijken, zich op het fietspad te begeven en me als dusdanig van de baan te rijden. Heel af en toe schuwt hij de grove middelen niet en tracht hij mij met een oplegger te pletten.
 
Gezien de vrees voor mijn leven, deze moordritten mijn constante waakzaamheid vereisten en ik me niet al te zeer in de spotlights wilde stellen, besloot ik dan ook me eventjes uit het publieke leven terug te trekken.
 
Maar nu is het lente en is alles wat eens donker, somber en duister was, licht, vrolijk en vol leven. Donkere, natte avonden komen nog maar zelden voor en ontdoen mijn kwelduivel aldus van zijn sluwe dekmantel. Misschien vindt u me een beetje paranoïde maar geef toe: gemiddeld drie keer per week bijna omver gereden worden? Dat kan geen toeval meer zijn. Ik weiger te geloven dat automobilisten een dermate onverschilligheid tentoon spreiden ten aanzien van de zwakke weggebruiker....
Toch?
 
(voor de moeilijke verstaander onder u: Dit ben ik, elk greintje menslievendheid in mijn ziel aansprekend. Wat ik heel subtiel wil vragen is het volgende: Of je verd**me een beetje beter uit je doppen wil kijken als je je op de rijbaan begeeft. Ik ben tegen fysiek geweld en in principe ook tegen verkeersagressie maar als ik nog 1 keer bijna over een portier gesmeten wordt omdat iemand weigert de spiegel naast zijn kop te gebruiken, dan sta ik niet in voor de gevolgen).
 
Bedankt.
 
Goh, ik voel me al veel beter.
 
2. Ik heb me tijdens mijn afwezigheid ook een beetje onledig bezig gehouden met marktonderzoek. U weet wel, het soort waarbij je 'De Bedenkers-gewijs' op zoek gaat naar Het Gat in De Markt zodat je rijk kan worden en de rest van je leven op een wit strand cocktails kan gaan slurpen. Ik heb het gevonden denk ik.
 
Goed opletten.
 
Hier komt het.
 
Een KOOKBOEK!!!
 
Stel je voor: een naslagwerk waar allemaal recepten in staan en dat je kan gebruiken om inspiratie op te doen, om bij te watertanden of eventueel -voor de durvers onder ons- iets uit klaar te maken en aldus vrienden, geliefden of familie (drie aparte, niet overlappende categorieën) te verwennen. 
Ik heb er dan maar meteen een patent op genomen en er werk van gemaakt.
 
Half mei ligt het in de winkel: mijn kookboek.
 
Het wordt wel een beetje vervelend zoeken natuurlijk. U zal naar de boekhandelaar moeten gaan en vragen naar 'een naslagwerk waar recepten en foto's van die recepten instaan' en dan zal die arme man/vrouw eens diep zuchten en het opdiepen van onder de toonbank omdat er natuurlijk nog geen sectie in de winkel bestaat waar dergelijke nieuwigheden kunnen uitgestald worden....
 
... 
 
Kijk, ik besef terdege dat een kookboek nu niet bepaald dé uitvinding van de eeuw is maar ik persoonlijk kan er maar niet genoeg van krijgen. Van kookboeken in het algemeen hé, niet specifiek van het mijne. Dat zou narcistisch en onsympathiek overkomen mocht ik zoiets beweren (want ik heb me natuurlijk gewéldig populair gemaakt door elke automobilist daarnet uit te kafferen en dat positieve effect wil ik niet teniet doen).
 
Mensen gaan altijd blijven eten toch? En dus ook blijven koken. Ik zie het fenomeen 'kookboeken' een beetje gelijkaardig aan het fenomeen 'mode'. Tenzij je een statement wil maken en vanaf nu naakt door het leven hupst, zal je ook altijd kleren nodig hebben. Je kan kiezen om elke dag worst met appelmoes aan te trekken (jeans en t-shirt) of je kan de ene dag kiezen voor een  quinoasalade met rode biet en prei (skinny jeans en cropped t-shirt), de andere dag voor een in aromatische olie gekonfijte zalm (little black dress) of misschien volledig 'lös gehen' en je baden in de weldaad van een chocoladetruffel (baggy jogging en hoodie).
 
De persoonlijke meerwaarde van dit eigenste boek? Het is niet enkel ingrediëntenlijstjes en lekkere foto's wat de klok slaat. Nee, minstens de helft zal bestaan uit verhaaltjes zoals u ze kan lezen op deze blog:
Persoonlijke levensbeschouwingen over het nut van tahin in onze samenleving/ Mijn eerste ontmoeting met de schoonfamilie en hoe die dag nog steeds te boek staat in de Dikomitis archieven als 'Zwarte Zondag' / en natuurlijk eindeloos gewauwel over mijn eigenste kindertrauma's.
 
Als ik nu niet in aanmerking kom voor 'verkoper van de maand', dan weet ik het ook niet meer hoor...

(*) Jep, al deze recepten zijn terug te vinden in het boek.

Heel spannend allemaal.



In afwachting daarvan, moet ik jullie misschien nog wel een receptje meegeven. Niet één uit het boek maar wel eentje dat afgelopen maand in de Krant van West-Vlaanderen is verschenen (ook wel bekend als de enige krant die er écht toe doet). Daarin post ik maandelijks een paar receptjes en  afgelopen editie bracht ik dit noedellekkernijtje. Een gerecht waar de lente simpelweg van af spat: De kleur! De ingrediënten! De smaak! Dit is Vivaldi op je tong. Gewoon maken.
 
Ingrediënten
-          twee handenvol morieljes (of meer als je rijk bent)(*)
-          een pakje groene asperges of aspergepunten
-          een bosje kervel
-          een handvol bladpeterselie
-          een handvol jonge bladspinazie
-       een koffiekopje groentenbouillon (of water met half blokje groentenbouillon in)
-          een pak sobanoedels (dit zijn boekweitnoedels dus ideaal voor onze glutenintolerante medemens. Je vindt ze in de biowinkel. Neem anders gewone noedels uit de supermarkt)
-          peper en zout
-          optioneel: een beetje truffelolie (als we dan toch decadent gaan doen, dan beter ‘all the way’gaan)
 
Maak de morieljes grondig schoon en dep ze voorzichtig droog (Morieljes mag je -in tegenstelling tot andere champignons- wat wassen. Ze bevatten namelijk tonnen zand.)
 
Snij de asperges in drie (in de breedte snijden is hier praktischer dan in de lengte).
 
Maak de kervelsaus: Mix de kervel, de spinazie, de bladpeterselie en de bouillon tot je een felgroene saus bekomt. Kruid af naar smaak.
Kook je noedels.
Verhit wat olie en een nootje boter in de wok. Stoof hierin kort de asperges beetgaar en voeg de morieljes de laatste minuut toe. Bak ze kort aan op een hevig vuur.
Schep de noedels in een kom, lepel er de groenten over en nappeer met de saus.
 (*) Dit zijn morieljes:
 
 
Zo ongeveer de aantrekkelijkste champignon ter wereld. Maar helaas ook de duurste. Stel dat je iets hebt van: ik houd bij voorkeur ook nog wat geld over om de rest van de maand te kunnen eten, dan kan je de morieljes natuurlijk vervangen door shiitakes, kastanjechampignons, van die dunne Aziatische dingetjes... Dat is geen ramp. Ik heb mijn morieljes ook niet zelf betaald hoor (in tegenstelling tot wat algemeen aangenomen wordt, is de sociale sector niet de aller-lucratiefste). Het was een cadeautje van mijn favoriete groentewinkel.
 
En nu we toch aan de sponsering bezig zijn: Mocht je je afvragen waarom mijn voedsel er eens niét uitziet alsof de kat het heeft uitgekotst, dat komt onder meer door het prachtige servies waarop het geserveerd wordt. Servies dat tevens in mijn boek te bewonderen zal zijn of hier.
 
 

29 januari 2014

Over Don Quichot, vallen en weer opstaan

Allerhande cowboyverhalen doen de ronde over sport en hoe dat je gelukkig kan maken. De mediërende factor hier zouden 'endorfines' zijn. Een soort van natuurlijke drugs die je hersenen vrijgeven tijdens het sporten waardoor pijn onderdrukt wordt, je je minder vermoeid voelt en algemeen beschouwd dus gelukkiger bent.
 
Er bestaan mensen die graag uitspraken doen als 'Goh, man, lopen is toch ZO verslavend, ik kan écht niet meer zonder!'
Zo'n mensen zijn eerder griezelig en kijk je best niet rechtstreeks in de ogen. Ik, persoonlijk, zou met geen stokken te bewegen zijn wanneer je van hangen in de zetel en brownies eten strak en slank zou worden.
Maar dat is dus niet het geval en daarom ga ik lopen. Niet altijd met even veel goesting maar wel plichtsgetrouw. Toegegeven, achteraf voel ik me steevast blij en opgeruimd maar dat kan evengoed te maken hebben met het feit dat ik 'er weer vanaf ben voor een paar dagen'.

 
 
Echter.
 
Af en toe gebeurt het wel degelijk dat mij tijdens het lopen een soort van euforie overkomt. Je voelt het al tijdens de eerste meters: de benen zitten goed, je hebt een vlot ritme te pakken, de muziek in je oren is aanstekelijk. Kortom je lichaam werkt als een perfect-geoliede machine. Je voelt je atletisch, sterk, gezond en onkwetsbaar. Het sporten gaat gepaard met iets wat verdacht veel op 'plezier' lijkt.
 
Zo ook vrijdagmorgen laatstleden. Het lopen ging fantastisch vlot, de douche achteraf was verkwikkend en het weekend stond voor de deur. Dus sprong ik energiek op mijn fiets en peddelde aan een rotvaart richting werkplek (ik voelde me nog steeds atletisch en goed-geolied). Nu had ik die morgen al wel een paar keer op de radio horen passeren dat de wegen er gevaarlijk glad bij lagen en dat iedereen dus een beetje moest opletten. Om de één of andere reden besloot ik daar absoluut geen aandacht aan te schenken, nam ik gezwind mijn bocht en ging vervolgens keihard op mijn bek.
 
Hierbij enkele bedenkingen over 'vallen':
 
- Heb je ook al gemerkt dat, wanneer je valt, je in die extreem korte tijdsspanne toch altijd de tegenwoordigheid van geest lijkt te hebben om tegen je zelf te zeggen: 'Shit, ik ben aan het vallen'? Vreemd fenomeen, vind ik dat.
 
-  Als ik val, dan doe ik dat bij voorkeur op plaatsen waar veel mensen zijn. Die vrijdag koos ik voor een zeer strategisch kruispunt waar s' morgens heel mijn hometown passeert, op weg naar de autostrade.
 
- Ondanks die zorgvuldig uitgekozen plekken, valt het me op dat er zelden iemand zal stoppen om te vragen of het een beetje met je gaat. Dat is een meevaller omdat ik op zo'n moment niet per sé in de spots hoéf te staan.
 
- Behalve vrijdag. Het betrof dan ook een eerder spectaculaire val. Mijn fietsband schoof weg over een ijsplek waardoor ik met mijn heup tegen de grond kwakte (waarlijk een prachtig kleurenspel ter grootte van een meloen siert mijn rechterdijbeen momenteel), daarna boorde het stuur van de mountainbike zich in mijn ribben om tenslotte met mijn hoofd tegen de stoeprand te slaan. Kwestie van het hele gebeuren nog dat tikkeltje méér mee te geven, koos ik ervoor neer te gaan ter hoogte van een wegverzakking waar zich een plas modder en gruis met een diepte van 15 centimeter had opgehoopt. 
 
Het beeld dat je nu eventjes voor ogen moet nemen: ik, in kreukels op een kruispunt, een fiets onder mij (waarschijnlijk met zo'n wiel dat maar blijft draaien), natte strengen haar tegen mijn hoofd geplakt en een gezicht dat beklad is met zwarte vegen modder.
Op dat flatterende moment stopt een auto, draait een mevrouw haar raam open en maakt volgende scherpe observatie: 'Zije gevallen tè?'
Wat zeg je daarop? 'Nee, ik ben een beetje aan het uitrusten...'
Dat doe je niet want die mevrouw is duidelijk een lief mensen-exemplaar, begaan met haar soort dus   mompelde ik: 'Ja maar 't zal wel gaan hoor, bedankt'.
 
Nu, los van de gekneusde rib, gaat het allemaal prima dus waarom vertel ik dit allemaal?
 
1. omdat mensen die tegen dek gaan altijd grappig zijn (net zoals dansende huisdieren en kindjes die van de trampoline vallen) en we allemaal een beetje humor kunnen gebruiken in deze donkere maanden.
2. omdat ik een parallel wil trekken naar een recente faalervaring in de keuken.
 
Net als op mijn fiets vrijdagmorgen, heb ik de laatste tijd de neiging nogal overmoedig te zijn op culinair vlak. Een zeker zelfvertrouwen heeft zich in mij genesteld waardoor ik denk dat, alles wat ik onderneem, een smaakvol succes wordt.
Wanneer ik iets wil maken, dan gaat daar eerst een bepaald denkproces aan vooraf. Toegepast op de specifieke faalervaring:
 
Zondagmiddag. Zus komt op bezoek. Ik denk: 'Ik wil iets voor bij de koffie. Pannenkoeken zijn altijd lekker maar ik wil niets dat vergeven is van suiker en vet.' Idee: ik maak van die Amerikaanse 'pancakes' maar dan met pompoenpuree in plaats van suiker en boter en ik vervang de bloem door havermoutbloem'.
Vervolgens sla ik aan het googelen op van die gezonde hippie kookblogs waar zeewier en onkruid ten overvloede bejubeld worden, maak ik een synthese van de meest aantrekkelijke recepten en ga ik aan de slag.
Een halfuurtje later ben ik ronde dingen aan het afbakken die er wel degelijk uitzien als 'pancakes'.

 
 
Zuslief (ok, toegegeven, niet bepaald een avonturier op smaakvlak) komt binnen, breekt een stuk pancake af en kotst de hele boel nét niet weer uit.
 
Ik stamel: 'Jah ,euhm, tis met pompoen, maar ze zijn héél gezond hoor...' en snij met een rood hoofd vlug een plakje botercake in stukken..

 
 
'Waar zit nu de parallel?', hoor ik u denken. Wel, die is ver te zoeken. Maar ergens heeft het te maken met af en toe op je bek (kunnen) gaan en dat dat eigenlijk niet erg is. Dat je zo'n dingen wel overleeft. Dat je daar zelfs waardevolle lessen uit kan trekken. In mijn geval:
 
Les 1. Het is niet omdat je 'on a runners' high' bent, dat je immuun bent voor ijsplekken op de weg. Een minimum aan voorzichtigheid is altijd aangewezen.
Les 2: Winterbanden zijn ook praktisch op tweewielers.
Les 3. Sommige zaken in het leven zijn nu eenmaal niet geschikt om in een gezonde versie te gieten. Pannenkoeken zijn wat ze zijn: gebakken plakjes vet en koolhydraten, bestrooid met suiker en dat is OOK goed.
Les 4: Een dergelijke filosofie past perfect in mijn voornemen voor 2014, namelijk om te stoppen met vechten tegen windmolens en de dingen te aanvaarden zoals ze zijn.  
Les 5: Iets wat niet bijzonder lekker is, kan er wel nog altijd smakelijk uitzien. (Geef toe?)
Les 6: Als je iets dik besmeert met Nutella, dan wordt het altijd lekker.
 
Behalve kak, denk ik.
 
Mocht je alsnog de behoefte voelen om een pompoen-pancake te bakken, dan raad ik aan te vertrekken vanuit een basisrecept voor pannenkoeken (dus bloem, eieren en melk) en daar een beetje pompoenpuree aan toe te voegen. 
Succes ermee.

Ps: op de laatste foto zie je hoe ik de hele boel nog heb proberen te redden door er een sausje van Griekse yoghurt en honing op te smeren. Helaas.

 





16 januari 2014

Ode aan het schaap dat zich hond waande

Een tiental jaar geleden, toen Tentman amper enkele weken mijn leven verrijkte met zijn aanwezigheid en we beiden nog aan het parasiteren waren in ons ouderlijke huis, togen we samen na één of ander feestje in de vroege uurtjes naar zijn casa. Tentman hield even halt voor de poort en sprak de woorden:
 
'Niet schrikken hé, maar ik heb een hond. Ze ziet er een beetje gevaarlijk uit maar dat is ze niet, hoor! Ze zal nogal enthousiast naar je toe komen lopen en ze zal ook blaffen maar je moet gewoon niét in haar ogen kijken en vooral niét tonen dat je bang bent'.
 
Een paar bemerkingen kwamen toen bij me op:
 
1. Als iemand tegen je zegt 'niet schrikken', geven ze je prompt daarop een perfecte reden geven om je wezenloos te schrikken.
2. Echt iederéén met een hond zegt 'ze ziet er gevaarlijk uit maar ze is braaf hoor' en ik geloof dat dus  nooit. Honden zijn dieren, dieren zijn onvoorspelbaar, honden zijn onvoorspelbaar dus IK zal wel uitmaken of ze gevaarlijk is of niet.
3. 'niet in haar ogen kijken en niet tonen dat je bang bent'.... Prachtige uitspraak, Tentman en qua haalbaarheid op gelijke hoogte met wat ze je in de natuurparken in Amerika meegeven voor het geval je een puma tegen komt: 'If it attacks, fight back'.
 
Indien ik toen niet onder invloed was geweest van een hevige en irrationele verliefdheid, had ik onmiddellijk mijn kar gekeerd, de volledig driehonderd meter naar mijn huis gestapt en nimmer meer omgekeken.


Maar ik wilde Tentman en die kwam blijkbaar in een twee-in één-pakket. Dus ik raapte al mijn moed bijeen, haalde diep adem en stapte hem achterna in de donkere garage. Ongeveer 1 seconde na mijn intrede vlamde er een zwarte schaduw op me af, wild blaffend, met vurige ogen en een bek vol vlijmscherpte tanden.
 'Niet tonen dat je bang bent', was geen optie.
Ik sprong op Tentmans ' rug en smeekte hem me te redden maar dat was zo ongeveer het domste wat ik kon doen. Bleek dat ik niet zijn enige 'bitch' was en dat het harige monster aan zijn voeten geen enkele intentie had om Tentman met mij te delen.
 
Dat was mijn eerste kennis making met Hera, Tentmans' hond. Liefde op het eerste gezicht? Not so much...
 
Maar wat Hera en ik van elkaar niet wisten was dat, wanneer het om Tentmans' hart ging, we twee koppige pitbulls waren die niet zouden lossen. Indien we in zijn leven wilden blijven, moesten we het maar leren doen met elkaar.
 
 
 
Maanden verstreken en mijn lichaam bleef intact. Bleek dat Hera veel liever knauwde op een gedroogd varkensoor dan op mijn vingerkootje/scheenbeen. Haar bloeddoorlopen, wilde ogen waren bij nader inzien eerder zacht hazelnootbruin en ik kreeg een licht vermoeden dat haar roekeloze bestorming van iedere bezoeker geen aanval was maar eerder een enthousiaste begroeting.
Langzaam maar zeker ging onze relatie over van 'elkaar dulden' naar 'stille waardering'. Zo leerde ze bijvoorbeeld dat, wanneer ik in de keuken stond, er meestal wel iets te rapen viel en ook dat ik een verborgen talent had voor 'achter-het-oor-strelingen'. Op dergelijke momenten lag ze onbeweeglijk op haar matje, tong uit haar bek, oren plat en hield ze zich zo stil mogelijk. Je zag ze gewoon denken 'niet bewegen en dan stopt ze waarschijnlijk nooit, niet bewegen en dan stopt ze waarschijnlijk nooit'.
 
Helaas was 'niet bewegen' quasi onmogelijk voor haar. Ziet u, Hera leed namelijk aan ADHD. Daar kon ze natuurlijk zelf niets aan doen maar het maakte het leven met haar er niet altijd makkelijker op.
 
Stel u het volgende tafereel voor: Man, vrouw en hond liggen op een lome zondagmiddag te soezen in het zomerzonnetje. Man ligt reeds vredig een boompje te zagen want hij heeft dan ook niet veel nodig, vrouw zakt langzaam weg, omgevingsgeluiden verdwijnen naar de achtergrond, de zon verwarmt haar huid en maakt haar slaperig, gras-en zomergeuren prikkelen haar neus, alles is rustig en vredig tot opeens:
 WAFWAFWAFWAF
Hera recht springt, als een zot over het grasplein begint te crossen en zich te pletter blaft tegen, ja, wat? Een vlieg of een mier wiens kop haar niet aanstond waarschijnlijk. Dag vredevolle, soezerige bui. Hallo bijna-hartaanval.
 
Verder had ze de reputatie eerder dominant te zijn. En dat mag een understatement heten. Hebt u wel eens een koe van dichtbij gezien? Dat zijn redelijk grote beesten. Nu is een Duitse Herder niet bepaald iets wat je chihuahua-gewijs onder je voetzool kan pletten maar wanneer het louter op  volume aankomt, moeten honden over het algemeen de duimen leggen tegen vee. Grootheidswaanzin of een perceptiestoornis, ik laat het in het midden maar feit is dat Hera absoluut niét onder de indruk was van een gemiddeld koebeest. Wat zeg ik? Een kudde koebeesten. Ergens in de Ardennen moet nog steeds een boer die hondsdolle herder vervloeken die zijn 20-koppige veestapel de stuipen op het lijf joeg en verantwoordelijk was voor een wekenlange productie van karnemelk.
 
In die optiek mogen we de man met het -voormalig- witte hondje die dacht: 'Ik maak eens een rustige wandeling langs de Leie op een kalme zondagmiddag', ook niet vergeten.
 
Kort geschetst: zondag, regen, Leie. Veel modder. Oude man die het gore lef heeft om me een prettige dag te wensen. Wit, klein hondje dat het zich intussen permitteert om aan de kofferbak te snuffelen. Diezelfde kofferbak waarin Hera ongedurig zit te wachten om haar wandeling te beginnen. Stephanie laat man + hond laat passeren en opent vervolgens de kofferbak. Woeste, Duitse Herder stormt op man + witte hond af,  tackelt beide in één vlotte beweging en start aldus een moddergevecht waarbij herder + hondje + oude man zeker vijf minuten in de natte, bruine drek aan het worstelen zijn. Aan de zijlijn: uw nederige blogster die tevergeefs haar hond tot orde tracht te roepen.
Resultaat? Oude man + trauma. Wit hondje dat niet meer wit is en zich op bevende pootjes van de scène verwijdert. Meisje met schorre stem, de schaamte voorbij en tenslotte Duitse Herder die met zo'n 'opgeruimd-staat-netjes-attitude' trippelend aan haar wandeling begint.
 
Echter, een relatie werkt aan twee kanten. Ik mocht mijn bedenkingen hebben bij bepaalde van haar karaktereigenschappen. Zij van haar kant was zeker en vast ook niet onverdeeld enthousiast over mijn persoontje.  
 
Zo vond ze bijvoorbeeld dat Baas en Vrouwtje (of hoe ze ons ook mocht noemen in gedachten, Kluns en Klungel waarschijnlijk), lang niet voldoende deden in het huishouden. Gelukkig stond ze, zoals het een trouwe viervoeter betaamt, altijd paraat om ons daarbij te helpen.
 
Een voorbeeld. Op een doordeweekse avond vond Hera blijkbaar dat er wel eens een stofzuiger over de vloer mocht gaan. Daar ze mij al een beetje kende en wist dat een spontane stofzuigeractiviteit even zeldzaam was als een witte tijger in het Leiebos, beraamde ze een gewiekst plan. Ervaring leerde dat het kussen waarop ze uitrustte, een verzameling van duizenden isomobolletjes was, slechts omgeven door een dun, nylon omhulsel. Niets waar haar scherpe nagels makkelijk korte metten mee zouden maken. Dus bekeek ze het koppel luiwammesen in de zetel nog eens neerbuigend, nam ze een fikse aanloop en liet ze zich met haar volle 35 kilo op het desbetreffende kussen neerploffen. Het effect had iets weg van de Vesuvius die isomobolletjes spuwt in plaats van vuur. Mission Accomplished.
 
 
Of die keer waarop ze dacht dat ik als zelfverklaarde hobbykok mijn echtgenoot wel iets beters mocht voorschotelen dan een stapel crocques en ze de nobele taak op zich nam om ze zelf allemaal op te vreten. Een hondenjob, zeker,  maar iémand moet het doen....
 
U merkt, zoals in iedere lange relatie hadden Hera en ik onze ups en onze downs. We waren vrouwen van dezelfde man en durfden wel eens om zijn aandacht te vechten maar wanneer we gezellig met zijn tweetjes waren, begrepen we elkaar vaak met één enkele blik.
 
En dan nu even een woordje tot de hond in kwestie (ja, ik weet dat honden over het algemeen niet kunnen lezen maar ook honden gaan naar de hemel en daar kunnen ze het vast en zeker wel. Zeker een uitzonderlijk begaafd exemplaar als Hera. Zie foto hieronder, de intelligentie straalt er gewoon van af):
 
Je (opvallende) aanwezigheid in huis was voor mij even vanzelfsprekend als die van Tentman dus mag je wel stellen dat ik vandaag bijzonder veel moeite heb om een decennium 'Hera' af te sluiten.
 
 
Dag schaap, het was een waar genoegen.
 
 
 
 
 
 

11 juni 2013

The Aftermath


Een week na de laatste uitzending besef ik dat ik een blogpost over de finale echt niet langer kan uitstellen. Ik ben al de hele week mijn hoofd aan het breken over wat ik precies kan vertellen en hoopte dat de inspiratie als vanzelf uit de hemel komt vallen. Ik dacht hetzelfde zo ongeveer een uurtje voor mijn examen statistiek en aangezien dat werkelijk fantastisch is afgelopen (hm), leek het me nutteloos het onvermijdelijke nog langer uit te stellen.

Doel van deze blogpost is het vinden van de perfecte toon. Je weet wel de 'ik-ben-niet-verbitterd-deelnemen-is-belangrijker-dan-winnen-sportieve-verliezers-toon'.

En net daar nijpt het een beetje want:

Toen ik ongeveer tien jaar oud was, was het ten huize Coorevits niet ongewoon om op zondagavond de spelletjeskast open te trekken en met het hele gezin gezellig aan het gezelschapsspelen te slaan. Monopoly, Cijfers en Letters (u weet wel, met Zaki) en Cluedo waren topfavorieten. Nu, naarmate de avond vorderde en het stilaan duidelijk werd wie zich de spelletjeskoning van de avond zou mogen noemen, kon het al eens voorvallen dat, wanneer het niet ik zou zijn die de hypothetische kroon zou dragen, ik het complete spelletjesbord (pionnen en bank incl) met één vlotte beweging van tafel maaide, iedereen uitmaakte voor 'vuile valsspelers', mijn zus een klets tegen haar kop gaf (gewoon, omdat ze het verdiende) en ik al stampend en loeiend van frustratie naar mijn kamer liep. Dit onder het motto: als ik niet kan winnen, dan niemand.

Dat kan tellen hé, qua sportiviteit?

Nu, met de jaren komt gelukkig de beheersing want ik:

- heb alle rekken met potten en pannen in de testkeuken netjes rechtop laten staan
- ben niet al brullend naar de chefs gelopen om mijn zegje te doen
- heb het gegeven 'met getrokken messen tegenover elkaar staan' figuurlijk gelaten voor wat het was
- heb Bram gefeliciteerd met zijn puike prestatie in plaats van hem tegen de grond te tackelen

Een hele verbetering, als je't mij vraagt.

Goed. Los daarvan zijn er de feiten; en dat is dat ik de duimen heb moeten leggen tegen Bram in de finale (aaarrrggghhh, de kwelling!)

Al weken overloop ik die hele noodlottige dag steeds maar weer opnieuw en opnieuw in mijn hoofd  hopend een afdoende verklaring te vinden voor mijn nederlaag. Ongelofelijk boeiend en als je iemand bent die wel eens last heeft van slapeloosheid, nodig ik u uit mijn gedachtengang eventjes te volgen. Een Xanax heeft er geen lap aan:

'Verdomme toch hé, Coorevits, je had bij je eerste plan moeten blijven. Ja maar dat zou ook niet goed geweest zijn want dan zouden ze gezegd hebben; je hebt op safe gespeeld. Ok, maar dan had je je lam beter moeten voorbereiden. Dat héb ik gedaan de avond ervoor en dat ging perfect net als die honderd miljoen andere keren dat ik lam heb gemaakt. Ok, waaraan lag het dan? Ik weet het niet maar ik heb het dubbel zo lang ingestoken als anders en het was nog altijd niet gaar en dan was opeens de tijd op en moést ik het serveren. Goed, laat dat dan maar een mysterie blijven. Misschien had je het een beetje ingewikkelder moeten maken? Ja, dan kan, maar dan zou ik niet 'trouw gebleven zijn aan mijn stijl' en daarbij, als je van 4 uur 's morgens aan het voorbereiden bent, dan kan het toch nooit héél simpel zijn? Nee, maar je had tijd over, jij arrogante trut. En nog iets... Ahja! je bent een loser!'

Een wéldaad voor het zelfvertrouwen, meedoen aan zo'n programma op tv.

In nood kent men zijn vrienden, zegt men wel eens. En in dit geval was dat mijnheer Festinger. Voor de mensen die nog wakker zijn, nog eventjes geduld want hier komt de genadeklap.

Mijnheer Festinger was een Amerikaanse psycholoog die voor het eerst het psychologische verschijnsel 'cognitieve dissonantie' beschreef. Kort komt het erop neer dat wij, mensen, niet goed overweg kunnen met dingetjes die niet stroken met hoe wij er zelf over denken. Als wij, mensen, van iets overtuigd zijn maar de  realiteit blijkt een beetje te botsen met die overtuiging, dan gaan wij ons daar niet bij neerleggen maar dan gaan we doen alsof die realiteit toch niet zo interessant is.

Een voorbeeld: u bent op dieet en besluit dat u minstens een maand lang alle chocolade, frietjes, koekjes en chips bant uit uw eetpatroon. Zo gezegd, zo gedaan. U komt vol goede moed aan op het werk en ziet daar in de personeelscafetaria een gigantische, smeuïge, zondige chocoladetaart staan met een kaartje van uw collega ernaast: 'Voor mijn verjaardag! Enjoy!'
In een vage uithoek van uw gedachten herinnert u zich nog wel uw voornemen maar een plotse uitval van elke vorm van rationaliteit overvalt u en u propt niet één, maar twee stukken in uw kwijlende mond.
En ach, waarom niet, een derde? Daar zal het nu ook wel niet op aan komen.
Nadat uw lichaam bekomen is van de gelukzalige weldaad 'vet en calorieën' genaamd, overvalt u een gigantisch gevoel van schuld. Dag één en uw dieet is al naar de vaantjes. Wat nu?
Hier komt mijnheer Festinger op de proppen. U besluit dat die dag toch geen goede dag was om te starten met uw dieet want het is een maandag! Iedereen weet dat maandagen de slechtst mogelijke dag zijn om jezelf verwennerijen te ontzeggen. Morgen met volle moed!
Of: u neemt plaats achter uw computer, tikt op google 'voluptueuze mooie vrouwen' in en besluit, onder het genot van een vierde stuk cake, dat rondingen véél mooier zijn dan uitstekende botten.

Cognitieve dissonantie, het is mijn allerfavorietste psychologisch gegeven. Ik heb het in de dagen na de finale dan ook ten volle toegepast:

- Tweedes? Zalig! Natalia was ook tweedes (dat ik zing als een bronstige walvis doet hier abosluut niets ter zake)
- Kom Steph, niet zagen het gaat om de ervaring! Je hebt de hele rit van begin  tot einde uitgezeten en hebt alles meegemaakt wat er mee te maken. Dit is véél meer dan je in het begin ooit kon bedenken (dat het begin de pot op kan, is ook volledig irrelevant)
- Kop op. In die finale heb je een voorgerecht gemaakt waarvan je nooit had kunnen vermoeden dat je het in je had. (ja maar ze vonden het niet goed genoehoehoeg.....)
- Niet zagen, door HK is het aantal 'views' op je blog van een 3-tal per dag (ik, mijn moeder en een occasionele voorbijganger) naar zo' n 1400 per dag gegaan.

Dat laatste is waar en zo egostrelend dat het alleen maar slecht kan zijn voor de gezondheid. Dus laten we maar aflsuiten in schoonheid en een synthese maken.

 I present you: 'Hobbykok- my personal best of':

Op nummer vijf: ontdekken dat puree en rauwe vis een goeie combinatie vormen en hiermee mijn toekomstige hypothetische kinderen voor altijd de mond snoeren als ze ooit zagen over mijn maaltijden ('Bekken toe en eten! Als het goeg genoeg is voor 6 sterren is het zeker goed genoeg voor jullie!' )
Op een dag word ik een gewéldige moeder....

Op nummer vier: ontdekken dat ik wel dégelijk slaafs bevelen kan opvolgen en dat ik, los van het lichamelijke verval, perfect stressbestendig ben. (Noot aan mijn familie: ik volg énkel slaafs bevelen op van mensen die iets zinnigs weten te zeggen over een bepaald onderwerp. Jullie horen jammergenoeg niét tot die groep)

En dan komen we in de top drie met de amuse aflevering (je weet wel die met de frietjes, de hambugers en de tapas). Ik heb daar eigenlijk nooit een post over geschreven. Waarschijnlijk gewoon omdat ik lui ben maar dat waren topdagen: ontbijten met frietjes, een hamburgertje maken op je gemak (en horen van een 3-sterrenchef dat hij een gelijkaardige denkpiste volgt als de jouwe tijdens zijn creatief proces) en wat spelen met slachtafval. Wat heeft een meisje meer nodig om gelukkig te zijn?

Op nummer twee: ikzelf (haha, galgenhumor) en daarnaast: Barcelona. Of hoe zou u zich voelen na: zo'n lekkere olijfolie proeven dat je een ketel zou leegdrinken, de lekkerste tapas van de wereld degusteren in de coolste tapasbar van de wereld met de beste chefs van de wereld, gaan shoppen in de boqueria op kosten van de productie, achteraf gin-tonics drinken op een (eindelijk) zonovergoten terras met als vooruitzicht een uitstapje naar Italië??

En dus op nummer één: Sorrento. Wanneer je het gevoel hebt dat je je volledig verteringsstelsel eruit aan het kotsen bent maar je je tegelijkertijd nog steeds verwondert over de ongelofelijke schoonheid van een land en zijn briljante eetcultuur, dan weet je dat je een winnaar hebt.

Goed, hiermee zit het er  defintief op. Ik ben nooit goed geweest in afscheid nemen dus laten we het volgende afspreken: jullie doen alsof jullie niet alleen mijn blog bezoeken om roddel en achterklap te weten te komen over Gert en Sergio en komen me in de toekomst af en toe een virtueel bezoekje brengen. Ik van mijn kant, hou jullie op de hoogte van mijn doldwaze avonturen en doe alsof ik niet zie dat jullie interesse veinzen uit medelijden.

Deal?!


2 juni 2013

Napels zien en (bijna) sterven

Vaak hoor ik van mensen die me in Het Programma bezig zien dat ze zich verwonderen over mijn 'cool'. Hiermee bedoel ik dat ik schijnbaar stressvrij over kom en op een relatief relaxte manier aan de potten en pannen sta.
Dit is een heel mooi compliment, waarvoor dank.
Misschien kunnen we hier even verder op in gaan en kan ik jullie nog wat van mijn Ander Domein (psychologie) meegeven?
In een eerdere blogpost had ik het al over de verschillende manieren waarop mensen op stress situaties reageren (roken, snoepen, wenen, noem maar op). Dit zijn eerder psychologische omgangsvormen. Je kan echter ook met je lichaam reageren op stress en daar ben ik het perfecte voorbeeld van.
Kijk, jullie zien een schijnbaar relaxed meisje maar jullie zien niét hoe in mijn hals rode vlekken (type 'schurft') aan een opmars bezig zijn richting mijn hoofd. Wanneer de situatie stresserend genoeg is, blijf ik, in mijn hoofd, weliswaar nog steeds gefocussed maar mijn kop imiteert op perfecte wijze een genetisch gemanipuleerde tomaat.
Sexy.
In Italië was ik ook kalm. Maar dat had een andere reden. Volg me even op dit reisverslagje en u komt er alles over te weten.
Dag 1.
Napels. Zo typisch Italiaans dat het elk cliché aanvinkt : vespa's die je rakelings voorbij scheuren hierbij de typisch Italiaanse rijstijl tentoonspreidend (als iemand hier in België zo zou rijden, zouden we hem in mijn vakjargon als 'suïcidaal' bestempelen), wasgoed dat tussen de huizen hangt te drogen, dramatisch geroep van de ene 'mamma' naar de andere, een gelateria op iedere hoek en bovenal de verleidelijke geur van heerlijk, eerlijk eten in de Napolitaanse straten.
Opdracht 1. Pizzadeeg maken. Tevens een perfecte illustratie van waarom ik zo van de Zuiderse keuken hou. Je voegt maximaal 4 ingrediënten bij elkaar. Je bewerkt dat een beetje, je rust een beetje en tadaaaa! Pizzadeeg!
Ik ben niet heiliger dan de paus en ik ga zeker niet beweren dat ik me nooit schuldig heb gemaakt aan het kopen van zo'n rolletje deeg uit de supermarkt maar echt, lieve mensen, het is géén moeite. Je hebt alleen een beetje tijd nodig maar je wordt beloond met een deeg dat in de verste verte niet vergeleken kan worden met wat je uit dat plastiekzakje rolt. Probeer het eens. Gewoon één keer. Niet voor mij. Voor u zelf. Omdat u het waard bent.



Op naar opdracht twee. Met de boot, langs de Vesuvius, naar Sorrento waar we in een trattoria aan de slag gingen met zee-egel en inktvis. Die zee-egel bleek de uitdaging van de dag. Ik had die dingen wel al eens op de bodem van de zee zien liggen tijdens het snorkelen en ik wist dat er mensen bestonden die het aten. Tot daar de aandacht die ik in mijn 28-lentes tellende leven aan het object 'zee-egel' had besteed. Net zoals Carla had ik die film van Bram niet gezien en wist ik niet goed hoe ik zo'n ding moest openen. Het plat slaan leek om voor de hand liggende redenen geen goed idee en de reeds beproefde methode der 'liesoperatie' scheen ook hier niet opportuun.
Gelukkig stond Bram op zo'n 60 centimeter naast me en kon ik netjes spieken.
Eens sesam zich had geopend, vertoonde die iets zwart en iets oranje. Uitdaging nummer twee bestond eruit te beslissen met welk kleurtje ik mijn pasta'tje zou opfleuren. Een proeftest leerde me dat het zwart niet te vreten was en dat het oranje dus wellicht de delicatesse was waarvan sprake.


De rest kent u.


Bijschrift toevoegen


's Avonds in het hotel was er tijd voor ontspanning. De crew, de productie, mijn twee collega's en ikzelf vleiden ons neer op het prachtige terras en nipten van een welverdiend glaasje limoncello. Of twee. Drie. Misschien vier. Het kunnen er ook vijf geweest zijn. Maar zéker niet meer dan zeven. Of zo.
's Nachts werd ik gewekt door een draaierig gevoel in mijn maagstreek. Ik ga u de details besparen maar in het kort: ik heb die nacht meer boven de pot gehangen dan dat ik in mijn bed heb geleden. De dag erna was ik een wrak en ik zwoer nooit of te nimmer nog het gele vergif  te drinken. Ook zou ik alles wat met citroenen te maken had afzweren voor de komende weken.
Hierbij dus volledig voorbij gaand aan het feit dat we aan de Amalfi kust zaten en dat ze daar bij wijze van spreken de citroenen naar je kop gooien.
Gelukkig waren er Sergio en Gert om me daaraan te herinneren. Tijdens het 'heerlijke ontbijt', waarbij ik enkel voorzichtig kon nippen van een glaasje water, werd opeens een gigantische citroentaart voor mijn neus neergepoot. Of ik deze wilde aansijden? En ervan proeven? En nog eens? Want van een hobbykok wordt toch verwacht dat ze er alle smaken uithaalt?
Het kruimeltje taart dat ik met geveinsd enthousiasme naar binnen werkte, zwelde in mijn keel op tot de grootte van een golfbal en de citroenzestes triggerden mijn maagsappen. Met alle beheersing die ik in mijn gerad-braakte lichaam had, onderdrukte ik een nieuwe golf van misselijkheid en concentreerde ik me op de eerste taak van dag 2. Torta Caprese al limone.
De citroenhemel waarvan sprake in de aflevering was subjectief gezien eerder de citroenhel. Sergio propte wat citroenzestes in mijn mond, duwde een citroen onder mijn neus en dwong me buiten de camera's om een bidon cirtroensap leeg te drinken.
Ok, dat laatste is niet waar maar het zou gekund hebben.
Ondanks dappere pogingen om mijn genante misselijkheid voor mezelf te houden, hadden de chefs al snel door dat ik niet optimaal aan het functioneren was. Schoorvoetend mompelde ik iets over 'mogelijks mispakt aan de limoncello' wat voor hen het teken was om mij keihard uit te lachen en onder het taartdeeg maken, bemoedigende dingen toe te roepen als: 'Ei, Stephanie, zou je niet een beetje limoncello aan je deeg toevoegen? Ei, proef maar eens hoor! Ik meen het hoor: proeven, proeven en nog eens proeven is de boodschap!'
Er bestaat een prachtig Italiaans woord voor mensen zoals zij. Hoe ging het ook alweer? Ahja: Bastardi!!

Eens de taart in de oven zat, zocht ik het eerst nabij gelegen toilet weer op en terwijl de hele ploeg aan het genieten was van verse buffelmozarella; fijn gesneden proschiutto en knapperig vers brood, besloot ik nog een beetje gal uit mijn maag te persen.

Next stop: de pizzeria waar het beslissende gevecht zou geleverd worden. De combinatie: busrit (van Sorrento naar Napels), torta Caprese-deeg en de charmante Italiaanse rijstijl van onze chauffeur maakten dat ik dacht dat mijn laatste uur geslagen had.
Men placht wel eens te zeggen 'Napels zien en sterven'. In mijn geval, beste lezer, mocht u dat welhaast letterlijk nemen.

Terwijl Carla een nieuw recept voor pizza-pap aan het creëren was (een gat in de markt wat babyvoeding betreft, lieve Carla!), hing ik weer maar eens boven het porselein.
Mocht iemand ooit een essay willen schrijven over het Italiaans sanitair, u mag mij steeds contacteren. Ik heb een schat aan informatie voor u!
Tijdens mijn vijftiende toiletbezoek die dag zat, rees het vermoeden dat de zeven glaasjes likeur nooit een dergelijk effect kunnen teweeg brengen. Ik vermoed dat ze, in combinatie met het mysterieuze stukje zwarte zee-egel verantwoordelijk zijn voor mijn fysieke toestand.
Nu goed. Over het hoe en waarom kunnen we uren speculeren maar feit bleef dat, toen het mijn beurt was om de arena te betreden, ik enkel nog kon denken: 'Niet op de pizza kotsen! Niet op de pizza kotsen!'

Bijschrift toevoegen

En dat, beste lezer, bleek mijn redding. Ik was zo kalm, zo gefocust, zo spuugmisselijk dat er gewoon geen ruimte meer was voor paniek of stress. Dat ik aan het spelen was voor een finaleticket kwam niet eens bij me op. Ik wilde gewoon zo snel mogelijk die pizza in de oven zodat ik weer mijn vertrouwde vriend De Pot kon gaan omarmen.
Veel vijven en zessen: All is well that ends well. Opeens bevond ik me in de finale van De Beste Hobbykok van Vlaanderen. Om maar eens een cliché te gebruiken: Nooit gedacht dat het zo ver zou komen. Toen ik me inschreef voor het programma, dacht ik: Wow, Gert en Sergio gaan iets proeven dat ik gemaakt heb. Hopelijk spugen ze het niet weer uit (om maar in het thema van de dag te blijven).
Toen bleek dat ik de eerste proef gewonnen had met Boer zkt. exotische Vrouw, dacht ik: ok, dit is een duidelijk geval van beginnersgeluk maar kom, een mooi verhaal om later aan de kleinkinderen te vertellen.
Maar de week erna lag ik er niet uit, de week daarna evenmin en zo ging dat maar door en door. Enkele uitschuivers buiten beschouwing gelaten, verliep de rit best vlotjes.
In tegenstelling tot jullie weet ik al hoe het dinsdag zal aflopen. Benieuwd wat jullie ervan gaan vinden. Kijken maar. Of niet. Je mag kiezen.



26 mei 2013

E viva Catalunya

Toen ik hoorde dat we naar Barcelona vlogen zou je kunnen denken dat volgende gedachten mn eerste waren:

- Machtig! Tapas!
- Super! Een culinaire verkenningstocht met twee van de beste chefs ter wereld!
- Goh, al die plekken waar ik ga komen waar een doorsnee toerist nooit geraakt!

Maar in werkelijkheid dacht ik:

So long suckers! Gimme that vitamin D-shot. Right now!

Niet dat ik de 50 tinten klimatologisch grijs van de laatste maanden niet leuk vind hoor. Ik vind het zo ongeveer even opwindend als zijn literaire equivalent.

Er zijn echter geen zekerheden meer in het leven. Eventjes koesterde ik, vanuit het vliegtuig, nog de ijdele hoop dat het dikke, grijze wolkendek boven Barcelona een hardnekkige vorm van ochtendnevel was, maar niets bleek minder waar. Een luttele tien graden 'verwarmde' de stad en een ijzige regen zeikte de hele dag op ons neer.

Familie en vrienden kennen mij als een onverbeterlijke positivo. Het credo 'there's no place like home' indachtig, voelde ik me al snel helemaal thuis in de Catalaanse contreien.

Mensen die me laatstleden een duif zagen verkrachten (niet letterlijk, dat zou echt foute tv hebben opgeleverd) en het mooiste lelijke supermarkttaartje zagen creëren, zullen misschien ook wel begrijpen dat het zelfvertrouwen een beetje zoek was. Ik kampte met levensvragen als:

'Kan ik dit wel?'
'Waren de opdrachten daarvoor misschien gewoon dingen die me lagen en zal ik nu eindelijk door de mand vallen?'
en
 'Zou het rattenvergif dat ik in het park van Wevelgem heb uitgestrooid ook zijn werk doen bij mijn gevederde vriendjes?'

Maar opgeven was geen optie (echt, letterlijk hé, dat staat in het contract) dus sprak ik mezelf coachend toe: 'Coorevits, ofwel blijf je neuten als een seut en lig je er binnen de kortste keren uit. Ofwel zie je het voor wat het is en dat is een gratis tripje naar Barcelona met twee sterrenchefs om te gaan doen wat je het liefst doet in de wereld: eten (en nog iets... ahja, koken...). So: enjoy the ride while it lasts.'

Bovendien, ik mocht nog gigantisch op mijn bek gaan, die cocktail en sferische olijf konden ze me alvast niet meer afnemen.

Eerste stop: Priorat. Aka de Heilige Graal van de olijfolie. Ik weet niet hoe het met jullie zit maar ik persoonlijk had nog nooit olie gedronken. Nu zou ik niet onmiddellijk compleet uit de bol gaan en een fles Alijfolie drinken (Aldi-olie) maar als je zo'n slokje van dat Priorat-stuff aangeboden krijgt: niet aarzelen! Lekker fruitig, pittig in de keel en heerlijk geurend naar vers gemaaid gras (iets wat ik er zelf natuurlijk ook al lang uit gehaald had maar kom, je moet die chefs ook iets gunnen hé... ahem)

Vervolgens was het tijd om te doen waar we voor gekomen waren: een beetje koken. Het was alsof de Goden me weer gunstig gezind waren want die romesco, dat is nu eens iets waar ik me volledig kan ik laten gaan.

Kijk, even een persoonlijke noot: ik ken mijn zwaktes. Ik wéét dat ik niet de (levens)ervaring van Carla of Bram heb. Evenmin beschik ik over de finesse van Sara maar ik weet ook wat ik wel kan. En dat is schaamteloos kopiëren.

                            

Nadat ik meer dan de helft van die pot saus had leeggelebberd wist ik ongeveer wel hoe de balans zoet-zuur-zout zat en aangezien de vereiste ingrediënten voorhanden waren, was het enkel nog een kwestie van puzzelen. En vijzelen.

Ik zou jullie graag het exacte recept van de romesco meedelen maar het probleem is dat ik voor zo'n dingen nooit met concrete hoeveelheden werk. Ik proef, en proef nog een beetje en net op het moment dat ik denk: 'ik ga kotsen als ik nog één zo'n lepel naar binnen moet stouwen, komt het allemaal netjes bij elkaar (in mn hoofd dan, ook vanuit mijn maag naar mijn keel maar hoofdzakelijk in mijn hoofd).
Na deze aantrekkelijke handleiding kan ik me voorstellen dat jullie staan te popelen om zelf aan de slag te gaan dus geef ik jullie de nodige instructies mee voor 'mijn' romesco:
- gepelde en geroosterde amandelen (sorry mijnheer de commentatorstem, hazelnoten heb ik er niet in gedaan)
 - een verse tomaat
- een teentje look
- een geut sherryazijn
- een snede getoast wit brood
- het vruchtvlees van die gedroogde pepers ('Nyora')
- geroosterde pepers
- een shitload aan olijfolie (maar dan wel de goeie soort hé)
- peper en zout
Vooral goed vijzelen zodat je een min of meer gladde massa krijgt en dan proeven en bijkruiden waar nodig. De overheersende smaak is eerder zoet maar op het einde moet er zo'n 'kick' aanwezig zijn.
Volgende scène was een persoonlijke favoriet: nietsdoen en zuipen in 41°. Jaja, ik wéét dat ik zou moeten zeggen dat we weer enthousiast onze schorten aanbonden om een nieuwe culinaire uitdaging aan te gaan maar kom: ons vliegtuig was om 5 uur 's morgens vertrokken en ik had die nacht amper een uurtje geslapen.

Ik wijt het aan 'het schoolreis-syndroom'. Je weet wel, je bent negen jaar, je mag op schoolreis naar Bellewaerde en de hele nacht ervoor doe je geen oog toe. Je wil namelijk als eerste de overbevolkte bus op om op de laatste rij te gaan zitten tussen al je vriendinnetjes met uitzicht op het jongetje waarvan je dan wéét dat hij later Je Aanstaande wordt.
Zo verging het de populaire meisjes.
Kleine Stephanie verging het als volgt: Ze kon niet slapen van misselijkheid bij de gedachte dat er 'no way in hell was dat de populaire meisjes haar op de achterbank zouden toelaten. Dus zou ze tien tegen één naast de wiskundeleraar met zijn witte kousen en contrasterende jezussandalen mogen plaats nemen en de enige prille liefdesverklaring zou van Rosse Ronald komen.
Maar we dwalen af. Ik had dus niet veel geslapen en ik was een klein beetje moe. Ok, ik was kapot. Als ze hadden moeten vragen om dan dat drie gangenmenu te maken,  was ik waarschijnlijk met mijn gezicht plat in de fédua beland.
Maar mijn angst bleek dus ongegrond want we werden getrakteerd op een lekker informeel cocktailtje aan de toog. Met de chefs. Gezellig. Intiem. Met zijn zessen. En met de barman. En de drie cameramannen. En onze lieve coach Leslie. Een stuk of drie geluidstechniekers, twee interviewers en een art director.
Los daarvan: cocktail was superbe. Sferische olijf was goddelijk en die tentakels, daar mochten ze me wel een ketel van serveren.
De combinatie: booze+ vermoeidheid + gezonde portie stress+ buitenlandse lucht eiste intussen zijn tol en ik wist dat ik, om gênante taferelen te voorkomen, beter tussen de lakens zou duiken. Ik schijn namelijk in semi-slaaptoestand de filosofische toer op te gaan maar dan op de schizofrene-step-away-from-the-crazy-woman-manier. Of ik begin te dansen. Niet zoals Beyonce, helaas. Meer zoals dronken nonkel Rudy op de nieuwjaarsreceptie.
                                 
Luttele uurtjes slaap later, doch: fris als een hoentje (hoentjes hebben toch ook van die zandzakken onder hun oogjes hé?) stond ik klaar om de 'bocqueria' stormenderhand te veroveren.
Eén technisch probleem: Ik spreek geen woord Spaans en Spanjaarden bleken om de één of andere mysterieuze reden ook onze wereldtaal niet machtig. Gebaren dan maar.
Eerder kon u al lezen dat ik deze alternatieve vorm van communicatie uitstekend beheers dus dat werd 'a walk in the park'. Ik had heerlijke inktvis (verkregen door met mijn stompe vingertje te priemen naar de desbetreffende delicatesse. Het inktzakje moest er van mij nog inzitten dus heb ik heb mijn gestomp in de lucht laten vergezellen door 'nero! nero! si?'). Vermoedelijk had de lieve Spaanse verkoopster een mindervalide kindje want ze snapte mij meteen.
Verder had ik chorizo (toevalligerwijs zelfde benaming in Nederlands), pomodoro (Italiaans maar kom, wat voor andere rode bollen kunnen ze je aansmeren?), herbas (weer veel gepriem: 'no, no', a cotédas!!') en asperges (ik had ze al in mn knuisten voor ze kon reclameren).
Jaja, ze noemen me ook wel Stephie 'de talenknobbel' Coorevits....



Nog eventjes paniek toen bleek dat we in anderhalf uur een 3-gangenmenu moesten voorbereiden (echt een 'hobby' hoor, dat hobbykok-gedoe) maar al bij al bleek het nog mee te vallen. In de toekomst misschien nog even de mixer door mijn gazpacho halen alvorens die te serveren en een beetje minder enthousiast sproeien met chorizo-olie maar los daarvan ben ik binnenkort helemaal klaar voor zwoele, hete Spaanse dinertjes met vrienden. Rond de kachel.