Posts tonen met het label around the world. Alle posts tonen
Posts tonen met het label around the world. Alle posts tonen

21 augustus 2013

De maag van staal

U hebt vast en zeker al eens gehoord van Superman, Batman en Spiderman. Maar kent u Tentman al?

Zoals gebruikelijk is bij superhelden, heeft Tentman twee gezichten: meestal gaat hij door het leven als Simeon, de sympathieke theatertechnicus/ projectontwikkelaar maar af en toe verandert hij in Tentman.

Tentman is niet de persoon van grootse gebaren waar hij, zij aan zij met de arm der wet de misdaad bestrijdt. Het is een eerder timide superheld die slechts af en toe zijn superkrachten op de mensheid loslaat en dan met name op mij. Tentman is immers al twee jaar mijn echtgenoot (sinds vorige week twee jaar om precies te zijn)

Ik zou u een foto van Tentman kunnen tonen maar dan weet ik niet of mijn huwelijk nog een lang leven beschoren is...

Ach kom, Lois Lane was nu ook niet bepaald Tante Non:




Niet kwaad zijn, schat. Ik zal dan eens iets lekkers voor je maken....

Wat zijn nu precies de krachten van Tentman?

- Hij kan niet vliegen maar hij kan slapen als de beste. Tentman kan in bed kruipen, zijn ogen toe doen en binnen een tijdsspanne van twee seconden is hij diep in snurkenland. Dat moet wel iets bovennatuurlijk zijn.

- Hij kan geen auto's omhoog heffen en ze in de lucht smijten maar hij zal graag helpen duwen wanneer je in panne langs de kant van de weg staat

- Georganiseerde misdaadbendes heeft Tentman bij mijn weten nog niet opgedoekt maar hij kan als geen ander hysterische wijven tot rede brengen. Zo gebeurt het wel eens, heel sporadisch, dat ik een ietsiepietsie de geluidsmuur doorbreek wanneer ik een beetje gefrustreerd ben. Een minder man zou weglopen, terugroepen of misschien beginnen huilen maar zo niet Tentman: hij blijft compleet stoïcijns, laat me uitrazen, kijkt me (licht misprijzend) aan en zegt: 'Shit zeg, Steph, je zou jezelf nu eens moeten bezig zien'. Ik zweer het, mijn klep gaat instant toe.

- Daar Tentman 's avonds meestal strike in de zetel ligt, zitten nachtelijke vluchtjes in zijn sterke armen langsheen vallende sterren er niet direct in maar Tentman kan heel romantisch zijn. Zo sprak hij ooit de legendarische woorden: 'Stephie, dat kan me niet schelen hoor, als je verdikt. Hoe dikker je bent, hoe meer Stephie er is om graag te zien'. (Sorry, ladies, Tentman's mine)

- Op vlak van mode kan Superman de pijp wel aan Maarten geven want Tentman zou nog liever doodvallen dan dat hij zich laat betrappen in een blauwe legging met daarover een string. Tentman draagt meestal een losse T-shirt (die als bij toverslag opeens kan veranderen in een strak gevalletje dat sexy om zijn torso spant. Tentman beweert dan bij hoog en bij laag dat de was is gekrompen.) Verder draagt hij-heel casual- een blauwe jeans of een werkmans-short. Tentman doet er werkelijk alles aan om zijn superhelden-identiteit super-geheim te houden (zie onder: Tentman volledig incognito vermomd als toerist)



- Tentmans' sterkste wapen is zijn gevoel voor humor. Wanneer geconfronteerd met een levensbedreigende situatie (een kwaad vrouwmens), zal Tentman geen geweld gebruiken. Hij gooit er een welgemikte scheve uitspraak uit en elke ijskoningin ontdooit terstond.

- Maar wat van Tentman absoluut de ultieme superheld maakt, is het feit dat hij geen 'kryptoniet' heeft. Hij heeft een maag van staal en een appetijt om u tegen te zeggen. Nodig Tentman uit voor een etentje en hij doet uw tafel alle eer aan. Hij zal niet rusten voor de laatste kruimel van tafel werd geplukt door zijn elegante, doch, sterke en mannelijke vingers en hij gaat door tot u uw bord opnieuw maagdelijk schoon in de kast kan zetten ZONDER af te wassen. Wat u hem ook voorschotelt, Tentman zal het zonder aarzelen opeten én goed bevinden.
Maar wil je Tentman écht een plezier doen, dan moet je hem iets voorschotelen met gehakt in. Sommigen oordelen 'ordinair' maar niet Tentman. Je zou zelfs zo ver kunnen gaan door te stellen dat 'gehakt' een metafoor is voor Tentmans' karakter: eenvoudig, pretentieloos, misschien niet het opvallendste stukje vlees in de toonbank maar au fond een blijver die door iedereen gesmaakt wordt.
Tentman is mijn Super-man om verschillende redenen. Zo zijn we het eens over essentiële levenskwesties (bijvoorbeeld: een man draagt bij voorkeur geen sandalen en als hij er toch draagt, dan is de combo sandaal-kous absoluut not done). Maar ook omdat hij de enige man is die me na tien jaar nog altijd boeit, omdat hij me doet lachen wanneer ik op punt sta om te bleiten, omdat hij me beschermt wanneer ik gekwetst word, omdat hij liefdevol liegt wanneer ik de waarheid niet wil horen en omdat hij sterk is wanneer ik zwak ben.

Tentman: deze zijn voor jou.



Op nog twee jaar. en nog twee. En nog twee. En nog twee. En nog twee. En nog twee. En nog twee. En nog twee. En nog twee. En nog twee. En nog twee. En nog..............



Wontons met gehakt:

- wontonvelletjes (verkrijgbaar in de diepvries bij de chinese/exotische supermarkt en in sommige delhaizes. Je hebt ze in een ronde en een vierkante versie. De ronde is iets gemakkerlijker om te vouwen vind ik persoonlijk. Wanneer je enkel de vierkante vindt, dan kan je met behulp van een uitsteekring rondjes steken uit de vierkante velletjes)
- gemengd gehakt (hoeveelheid afhankelijk van het aantal wontons dat u wil maken. Reken op een koffielepel vulling per wontonvelletje)
- smaakmakers zoals: sojasaus, lente-ui, verse koriander, thaise basilicum, peper (of fijngesnipperd pepertje), misopasta, .... Kortom, laat je helemaal gaan. Bedoeling is je gehakt een lekker (aziatisch) smaakje te geven. De wontons komen met twee dipsauzen dus je moet het ook niet over-doen maar een goede balans tussen pittig-fris kruidig en zout is waar we op mikken.



Maak eerst je vulling door het gehakt te mengen met smaakmakers naar keuze. Neem een (ontdooid) wontonvelletje en schik in het midden een koffielepeltje gehakt. Overdrijf niet met de vulling want de tere wontonvelletjes scheuren gemakkelijk en dan mag je de boel weg gooien. Vouw het velletje toe en druk de randjes goed aan zodat je een halve maan krijgt. Nu kun je ze zo laten. Maar je kan ook je beste origami-skills boven halen en zotte vormpjes creeën. Ga maar eens uit de bol maar onthou dat de wontons overal goed toe moeten zijn. Straks kook je ze en als er dan water in je wonton komt, dan loopt de vulling eruit, smaken ze naar niets en is al je moeite voor niets geweest.
Eens je alle wontons gevouwen hebt, kan je ze onder een droge, propere handdoek bewaren tot gebruik. Of je kan ze direct in het sop gooien. Ik maak meestal een soort van snelle bouillon zodat de wontons nog wat meer smaak mee krijgen.
Dat doe je zo: je neemt een kom met water, mikt er een kippenbouillonblokje in, samen met een stukje gember, wat limeleaves en een paar peperbolletjes. Eens het water kookt, vlei je teder en voorzichtig je wontonnetjes erin. Loop vooral niet weg want die dingen zijn in minder dan een minuut klaar. Opnieuw; ik ben slechts menselijk en dus één en al gebreken. Ik kan je niet de precieze kooktijd meegeven maar de stelregel is dat, wanneer de deegflapjes boven komen drijven, ze klaar zijn. Giet ze af, schik ze op een bordje en serveer met onderstaande sausjes. Of andere.

Voor de dipsauzen:



Ook hier geldt: vertrouw op je smaak en smijt maar samen wat jij lekker vindt. Wanneer ik wontons maak, dan serveer ik die traditioneel met twee dipsausjes: ééntje fris-zuur en ééntje zout. Mijn gasten krijgen dan de instructie de wonton te doppen in alle twee de sausjes om zo die typische smaakcombinaties te krijgen. Ik ga je hier een aantal ideetjes meegeven maar wijk gerust af van het voorgestippelde pad. Wat je doet is gewoon alles samen kappen en proeven. Is het te zout? Voeg een beetje sushi azijn of limoensap toe. Smaakt het te 'dof?' Voeg wat verse koriander of thaise basilicum toe. Is het te pittig? Leng wat af (met sushi azijn. Sushi azijn is eigenlijk de oplossing voor alles. Behalve voor oorlog. Of tsunami's).
Wanneer je alles samen hebt gekapt, dan laat je het gewoon zo staan, in het kommetje, gedurende een paar uur (of tot e gasten arriveren). Eens alle smaken goed vermengd zijn, haal je de hele boel door een fijne zeef zodat alle brokjes (gember, citroengrasstengel, peper ed) eruit zijn en je enkel nog de 'essence' over houdt.

Voor het fris-zure sausje:
- sushi-azijn
- limoensap
- lente-ui
- koriander
- gember (liefst vers)
- chilipepertje
- limoenblaadjes (moeilijk vers te verkrijgen maar meestal in diepgevroren versie te vinden in de exotische  supermarkt) en/ of stukje citroengras

Voor het zoute sausje:
- pindakaas
- ketjap (zoete sojasaus)
- oestersaus
- misopasta (verkrijgbaar in de chinese winkel)
- limoensap
- sushi-azijn
- gember
- citroengras

Bovenstaande combinatie gebruikte ik voor de wontons met gehakt. Wanneer ik er met scampi of kip maak, gebruik ik andere ingrediënten. Ik zou bijvoorbeeld geen sausje op basis van pindakaas combineren met scampi maar eerder dan werken met oester-en sojasaus voor de zoute dip. De fris-zure blijft eigenlijk altijd een beete hetzelfde. Met gember, limoen, sushiazijn  en koriander kan je niet missen.

OF: je kan ook iets hebben van: steek die sausjes maar waar de zon niet schijnt en dan kan je een geut sojasaus in het ene potje mikken en wat sushiazijn+limoensap en koriander in het andere. Klaar.
En ze leefden en lang en gelukkig leven met veel gehaktdagen.

2 juni 2013

Napels zien en (bijna) sterven

Vaak hoor ik van mensen die me in Het Programma bezig zien dat ze zich verwonderen over mijn 'cool'. Hiermee bedoel ik dat ik schijnbaar stressvrij over kom en op een relatief relaxte manier aan de potten en pannen sta.
Dit is een heel mooi compliment, waarvoor dank.
Misschien kunnen we hier even verder op in gaan en kan ik jullie nog wat van mijn Ander Domein (psychologie) meegeven?
In een eerdere blogpost had ik het al over de verschillende manieren waarop mensen op stress situaties reageren (roken, snoepen, wenen, noem maar op). Dit zijn eerder psychologische omgangsvormen. Je kan echter ook met je lichaam reageren op stress en daar ben ik het perfecte voorbeeld van.
Kijk, jullie zien een schijnbaar relaxed meisje maar jullie zien niét hoe in mijn hals rode vlekken (type 'schurft') aan een opmars bezig zijn richting mijn hoofd. Wanneer de situatie stresserend genoeg is, blijf ik, in mijn hoofd, weliswaar nog steeds gefocussed maar mijn kop imiteert op perfecte wijze een genetisch gemanipuleerde tomaat.
Sexy.
In Italië was ik ook kalm. Maar dat had een andere reden. Volg me even op dit reisverslagje en u komt er alles over te weten.
Dag 1.
Napels. Zo typisch Italiaans dat het elk cliché aanvinkt : vespa's die je rakelings voorbij scheuren hierbij de typisch Italiaanse rijstijl tentoonspreidend (als iemand hier in België zo zou rijden, zouden we hem in mijn vakjargon als 'suïcidaal' bestempelen), wasgoed dat tussen de huizen hangt te drogen, dramatisch geroep van de ene 'mamma' naar de andere, een gelateria op iedere hoek en bovenal de verleidelijke geur van heerlijk, eerlijk eten in de Napolitaanse straten.
Opdracht 1. Pizzadeeg maken. Tevens een perfecte illustratie van waarom ik zo van de Zuiderse keuken hou. Je voegt maximaal 4 ingrediënten bij elkaar. Je bewerkt dat een beetje, je rust een beetje en tadaaaa! Pizzadeeg!
Ik ben niet heiliger dan de paus en ik ga zeker niet beweren dat ik me nooit schuldig heb gemaakt aan het kopen van zo'n rolletje deeg uit de supermarkt maar echt, lieve mensen, het is géén moeite. Je hebt alleen een beetje tijd nodig maar je wordt beloond met een deeg dat in de verste verte niet vergeleken kan worden met wat je uit dat plastiekzakje rolt. Probeer het eens. Gewoon één keer. Niet voor mij. Voor u zelf. Omdat u het waard bent.



Op naar opdracht twee. Met de boot, langs de Vesuvius, naar Sorrento waar we in een trattoria aan de slag gingen met zee-egel en inktvis. Die zee-egel bleek de uitdaging van de dag. Ik had die dingen wel al eens op de bodem van de zee zien liggen tijdens het snorkelen en ik wist dat er mensen bestonden die het aten. Tot daar de aandacht die ik in mijn 28-lentes tellende leven aan het object 'zee-egel' had besteed. Net zoals Carla had ik die film van Bram niet gezien en wist ik niet goed hoe ik zo'n ding moest openen. Het plat slaan leek om voor de hand liggende redenen geen goed idee en de reeds beproefde methode der 'liesoperatie' scheen ook hier niet opportuun.
Gelukkig stond Bram op zo'n 60 centimeter naast me en kon ik netjes spieken.
Eens sesam zich had geopend, vertoonde die iets zwart en iets oranje. Uitdaging nummer twee bestond eruit te beslissen met welk kleurtje ik mijn pasta'tje zou opfleuren. Een proeftest leerde me dat het zwart niet te vreten was en dat het oranje dus wellicht de delicatesse was waarvan sprake.


De rest kent u.


Bijschrift toevoegen


's Avonds in het hotel was er tijd voor ontspanning. De crew, de productie, mijn twee collega's en ikzelf vleiden ons neer op het prachtige terras en nipten van een welverdiend glaasje limoncello. Of twee. Drie. Misschien vier. Het kunnen er ook vijf geweest zijn. Maar zéker niet meer dan zeven. Of zo.
's Nachts werd ik gewekt door een draaierig gevoel in mijn maagstreek. Ik ga u de details besparen maar in het kort: ik heb die nacht meer boven de pot gehangen dan dat ik in mijn bed heb geleden. De dag erna was ik een wrak en ik zwoer nooit of te nimmer nog het gele vergif  te drinken. Ook zou ik alles wat met citroenen te maken had afzweren voor de komende weken.
Hierbij dus volledig voorbij gaand aan het feit dat we aan de Amalfi kust zaten en dat ze daar bij wijze van spreken de citroenen naar je kop gooien.
Gelukkig waren er Sergio en Gert om me daaraan te herinneren. Tijdens het 'heerlijke ontbijt', waarbij ik enkel voorzichtig kon nippen van een glaasje water, werd opeens een gigantische citroentaart voor mijn neus neergepoot. Of ik deze wilde aansijden? En ervan proeven? En nog eens? Want van een hobbykok wordt toch verwacht dat ze er alle smaken uithaalt?
Het kruimeltje taart dat ik met geveinsd enthousiasme naar binnen werkte, zwelde in mijn keel op tot de grootte van een golfbal en de citroenzestes triggerden mijn maagsappen. Met alle beheersing die ik in mijn gerad-braakte lichaam had, onderdrukte ik een nieuwe golf van misselijkheid en concentreerde ik me op de eerste taak van dag 2. Torta Caprese al limone.
De citroenhemel waarvan sprake in de aflevering was subjectief gezien eerder de citroenhel. Sergio propte wat citroenzestes in mijn mond, duwde een citroen onder mijn neus en dwong me buiten de camera's om een bidon cirtroensap leeg te drinken.
Ok, dat laatste is niet waar maar het zou gekund hebben.
Ondanks dappere pogingen om mijn genante misselijkheid voor mezelf te houden, hadden de chefs al snel door dat ik niet optimaal aan het functioneren was. Schoorvoetend mompelde ik iets over 'mogelijks mispakt aan de limoncello' wat voor hen het teken was om mij keihard uit te lachen en onder het taartdeeg maken, bemoedigende dingen toe te roepen als: 'Ei, Stephanie, zou je niet een beetje limoncello aan je deeg toevoegen? Ei, proef maar eens hoor! Ik meen het hoor: proeven, proeven en nog eens proeven is de boodschap!'
Er bestaat een prachtig Italiaans woord voor mensen zoals zij. Hoe ging het ook alweer? Ahja: Bastardi!!

Eens de taart in de oven zat, zocht ik het eerst nabij gelegen toilet weer op en terwijl de hele ploeg aan het genieten was van verse buffelmozarella; fijn gesneden proschiutto en knapperig vers brood, besloot ik nog een beetje gal uit mijn maag te persen.

Next stop: de pizzeria waar het beslissende gevecht zou geleverd worden. De combinatie: busrit (van Sorrento naar Napels), torta Caprese-deeg en de charmante Italiaanse rijstijl van onze chauffeur maakten dat ik dacht dat mijn laatste uur geslagen had.
Men placht wel eens te zeggen 'Napels zien en sterven'. In mijn geval, beste lezer, mocht u dat welhaast letterlijk nemen.

Terwijl Carla een nieuw recept voor pizza-pap aan het creëren was (een gat in de markt wat babyvoeding betreft, lieve Carla!), hing ik weer maar eens boven het porselein.
Mocht iemand ooit een essay willen schrijven over het Italiaans sanitair, u mag mij steeds contacteren. Ik heb een schat aan informatie voor u!
Tijdens mijn vijftiende toiletbezoek die dag zat, rees het vermoeden dat de zeven glaasjes likeur nooit een dergelijk effect kunnen teweeg brengen. Ik vermoed dat ze, in combinatie met het mysterieuze stukje zwarte zee-egel verantwoordelijk zijn voor mijn fysieke toestand.
Nu goed. Over het hoe en waarom kunnen we uren speculeren maar feit bleef dat, toen het mijn beurt was om de arena te betreden, ik enkel nog kon denken: 'Niet op de pizza kotsen! Niet op de pizza kotsen!'

Bijschrift toevoegen

En dat, beste lezer, bleek mijn redding. Ik was zo kalm, zo gefocust, zo spuugmisselijk dat er gewoon geen ruimte meer was voor paniek of stress. Dat ik aan het spelen was voor een finaleticket kwam niet eens bij me op. Ik wilde gewoon zo snel mogelijk die pizza in de oven zodat ik weer mijn vertrouwde vriend De Pot kon gaan omarmen.
Veel vijven en zessen: All is well that ends well. Opeens bevond ik me in de finale van De Beste Hobbykok van Vlaanderen. Om maar eens een cliché te gebruiken: Nooit gedacht dat het zo ver zou komen. Toen ik me inschreef voor het programma, dacht ik: Wow, Gert en Sergio gaan iets proeven dat ik gemaakt heb. Hopelijk spugen ze het niet weer uit (om maar in het thema van de dag te blijven).
Toen bleek dat ik de eerste proef gewonnen had met Boer zkt. exotische Vrouw, dacht ik: ok, dit is een duidelijk geval van beginnersgeluk maar kom, een mooi verhaal om later aan de kleinkinderen te vertellen.
Maar de week erna lag ik er niet uit, de week daarna evenmin en zo ging dat maar door en door. Enkele uitschuivers buiten beschouwing gelaten, verliep de rit best vlotjes.
In tegenstelling tot jullie weet ik al hoe het dinsdag zal aflopen. Benieuwd wat jullie ervan gaan vinden. Kijken maar. Of niet. Je mag kiezen.



26 mei 2013

E viva Catalunya

Toen ik hoorde dat we naar Barcelona vlogen zou je kunnen denken dat volgende gedachten mn eerste waren:

- Machtig! Tapas!
- Super! Een culinaire verkenningstocht met twee van de beste chefs ter wereld!
- Goh, al die plekken waar ik ga komen waar een doorsnee toerist nooit geraakt!

Maar in werkelijkheid dacht ik:

So long suckers! Gimme that vitamin D-shot. Right now!

Niet dat ik de 50 tinten klimatologisch grijs van de laatste maanden niet leuk vind hoor. Ik vind het zo ongeveer even opwindend als zijn literaire equivalent.

Er zijn echter geen zekerheden meer in het leven. Eventjes koesterde ik, vanuit het vliegtuig, nog de ijdele hoop dat het dikke, grijze wolkendek boven Barcelona een hardnekkige vorm van ochtendnevel was, maar niets bleek minder waar. Een luttele tien graden 'verwarmde' de stad en een ijzige regen zeikte de hele dag op ons neer.

Familie en vrienden kennen mij als een onverbeterlijke positivo. Het credo 'there's no place like home' indachtig, voelde ik me al snel helemaal thuis in de Catalaanse contreien.

Mensen die me laatstleden een duif zagen verkrachten (niet letterlijk, dat zou echt foute tv hebben opgeleverd) en het mooiste lelijke supermarkttaartje zagen creëren, zullen misschien ook wel begrijpen dat het zelfvertrouwen een beetje zoek was. Ik kampte met levensvragen als:

'Kan ik dit wel?'
'Waren de opdrachten daarvoor misschien gewoon dingen die me lagen en zal ik nu eindelijk door de mand vallen?'
en
 'Zou het rattenvergif dat ik in het park van Wevelgem heb uitgestrooid ook zijn werk doen bij mijn gevederde vriendjes?'

Maar opgeven was geen optie (echt, letterlijk hé, dat staat in het contract) dus sprak ik mezelf coachend toe: 'Coorevits, ofwel blijf je neuten als een seut en lig je er binnen de kortste keren uit. Ofwel zie je het voor wat het is en dat is een gratis tripje naar Barcelona met twee sterrenchefs om te gaan doen wat je het liefst doet in de wereld: eten (en nog iets... ahja, koken...). So: enjoy the ride while it lasts.'

Bovendien, ik mocht nog gigantisch op mijn bek gaan, die cocktail en sferische olijf konden ze me alvast niet meer afnemen.

Eerste stop: Priorat. Aka de Heilige Graal van de olijfolie. Ik weet niet hoe het met jullie zit maar ik persoonlijk had nog nooit olie gedronken. Nu zou ik niet onmiddellijk compleet uit de bol gaan en een fles Alijfolie drinken (Aldi-olie) maar als je zo'n slokje van dat Priorat-stuff aangeboden krijgt: niet aarzelen! Lekker fruitig, pittig in de keel en heerlijk geurend naar vers gemaaid gras (iets wat ik er zelf natuurlijk ook al lang uit gehaald had maar kom, je moet die chefs ook iets gunnen hé... ahem)

Vervolgens was het tijd om te doen waar we voor gekomen waren: een beetje koken. Het was alsof de Goden me weer gunstig gezind waren want die romesco, dat is nu eens iets waar ik me volledig kan ik laten gaan.

Kijk, even een persoonlijke noot: ik ken mijn zwaktes. Ik wéét dat ik niet de (levens)ervaring van Carla of Bram heb. Evenmin beschik ik over de finesse van Sara maar ik weet ook wat ik wel kan. En dat is schaamteloos kopiëren.

                            

Nadat ik meer dan de helft van die pot saus had leeggelebberd wist ik ongeveer wel hoe de balans zoet-zuur-zout zat en aangezien de vereiste ingrediënten voorhanden waren, was het enkel nog een kwestie van puzzelen. En vijzelen.

Ik zou jullie graag het exacte recept van de romesco meedelen maar het probleem is dat ik voor zo'n dingen nooit met concrete hoeveelheden werk. Ik proef, en proef nog een beetje en net op het moment dat ik denk: 'ik ga kotsen als ik nog één zo'n lepel naar binnen moet stouwen, komt het allemaal netjes bij elkaar (in mn hoofd dan, ook vanuit mijn maag naar mijn keel maar hoofdzakelijk in mijn hoofd).
Na deze aantrekkelijke handleiding kan ik me voorstellen dat jullie staan te popelen om zelf aan de slag te gaan dus geef ik jullie de nodige instructies mee voor 'mijn' romesco:
- gepelde en geroosterde amandelen (sorry mijnheer de commentatorstem, hazelnoten heb ik er niet in gedaan)
 - een verse tomaat
- een teentje look
- een geut sherryazijn
- een snede getoast wit brood
- het vruchtvlees van die gedroogde pepers ('Nyora')
- geroosterde pepers
- een shitload aan olijfolie (maar dan wel de goeie soort hé)
- peper en zout
Vooral goed vijzelen zodat je een min of meer gladde massa krijgt en dan proeven en bijkruiden waar nodig. De overheersende smaak is eerder zoet maar op het einde moet er zo'n 'kick' aanwezig zijn.
Volgende scène was een persoonlijke favoriet: nietsdoen en zuipen in 41°. Jaja, ik wéét dat ik zou moeten zeggen dat we weer enthousiast onze schorten aanbonden om een nieuwe culinaire uitdaging aan te gaan maar kom: ons vliegtuig was om 5 uur 's morgens vertrokken en ik had die nacht amper een uurtje geslapen.

Ik wijt het aan 'het schoolreis-syndroom'. Je weet wel, je bent negen jaar, je mag op schoolreis naar Bellewaerde en de hele nacht ervoor doe je geen oog toe. Je wil namelijk als eerste de overbevolkte bus op om op de laatste rij te gaan zitten tussen al je vriendinnetjes met uitzicht op het jongetje waarvan je dan wéét dat hij later Je Aanstaande wordt.
Zo verging het de populaire meisjes.
Kleine Stephanie verging het als volgt: Ze kon niet slapen van misselijkheid bij de gedachte dat er 'no way in hell was dat de populaire meisjes haar op de achterbank zouden toelaten. Dus zou ze tien tegen één naast de wiskundeleraar met zijn witte kousen en contrasterende jezussandalen mogen plaats nemen en de enige prille liefdesverklaring zou van Rosse Ronald komen.
Maar we dwalen af. Ik had dus niet veel geslapen en ik was een klein beetje moe. Ok, ik was kapot. Als ze hadden moeten vragen om dan dat drie gangenmenu te maken,  was ik waarschijnlijk met mijn gezicht plat in de fédua beland.
Maar mijn angst bleek dus ongegrond want we werden getrakteerd op een lekker informeel cocktailtje aan de toog. Met de chefs. Gezellig. Intiem. Met zijn zessen. En met de barman. En de drie cameramannen. En onze lieve coach Leslie. Een stuk of drie geluidstechniekers, twee interviewers en een art director.
Los daarvan: cocktail was superbe. Sferische olijf was goddelijk en die tentakels, daar mochten ze me wel een ketel van serveren.
De combinatie: booze+ vermoeidheid + gezonde portie stress+ buitenlandse lucht eiste intussen zijn tol en ik wist dat ik, om gênante taferelen te voorkomen, beter tussen de lakens zou duiken. Ik schijn namelijk in semi-slaaptoestand de filosofische toer op te gaan maar dan op de schizofrene-step-away-from-the-crazy-woman-manier. Of ik begin te dansen. Niet zoals Beyonce, helaas. Meer zoals dronken nonkel Rudy op de nieuwjaarsreceptie.
                                 
Luttele uurtjes slaap later, doch: fris als een hoentje (hoentjes hebben toch ook van die zandzakken onder hun oogjes hé?) stond ik klaar om de 'bocqueria' stormenderhand te veroveren.
Eén technisch probleem: Ik spreek geen woord Spaans en Spanjaarden bleken om de één of andere mysterieuze reden ook onze wereldtaal niet machtig. Gebaren dan maar.
Eerder kon u al lezen dat ik deze alternatieve vorm van communicatie uitstekend beheers dus dat werd 'a walk in the park'. Ik had heerlijke inktvis (verkregen door met mijn stompe vingertje te priemen naar de desbetreffende delicatesse. Het inktzakje moest er van mij nog inzitten dus heb ik heb mijn gestomp in de lucht laten vergezellen door 'nero! nero! si?'). Vermoedelijk had de lieve Spaanse verkoopster een mindervalide kindje want ze snapte mij meteen.
Verder had ik chorizo (toevalligerwijs zelfde benaming in Nederlands), pomodoro (Italiaans maar kom, wat voor andere rode bollen kunnen ze je aansmeren?), herbas (weer veel gepriem: 'no, no', a cotédas!!') en asperges (ik had ze al in mn knuisten voor ze kon reclameren).
Jaja, ze noemen me ook wel Stephie 'de talenknobbel' Coorevits....



Nog eventjes paniek toen bleek dat we in anderhalf uur een 3-gangenmenu moesten voorbereiden (echt een 'hobby' hoor, dat hobbykok-gedoe) maar al bij al bleek het nog mee te vallen. In de toekomst misschien nog even de mixer door mijn gazpacho halen alvorens die te serveren en een beetje minder enthousiast sproeien met chorizo-olie maar los daarvan ben ik binnenkort helemaal klaar voor zwoele, hete Spaanse dinertjes met vrienden. Rond de kachel.








15 april 2013

Seks-en toer-isme

Onder het motto: Kom met je kop op tv en strooi kwistig seksistische uitspraken in het rond, misschien nog even kort:

- Ik ben zeker niet van mening dat vrouwen géén topchef kunnen worden
- Ik vind ook niet dat vrouwen enkel in de keuken thuis horen
- Waarmee ik niet wil zeggen dat ze niet in de keuken mogen staan
- Vrouwen moéten ook geen topchef worden
- Als ze dat niet willen, moeten ze zich zeker niet slecht voelen omdat ze geen topchef zijn
- Ook moeten ze zich niet slecht voelen als ze niet graag of niet goed kunnen koken
- Mannen zijn even goed geschikt om thuis in de potten te roeren
- Dat maakt hen zeker niet minder man
- Mannen kunnen even goed koken als vrouwen
- Mannen moéten niet per sé even goed kunnen koken als vrouwen
- Ze kunnen bijvoorbeeld heel goed zijn in de vuilbakken buiten zetten
- De vuilbakken buiten zetten is op huishoudelijk vlak even belangrijk als koken
- Als je geen één van de twee doet, is dat ook ok
- Ik haat TV

Ik hoop dat jullie mij niet gaan beschouwen als het domme wicht dat zestig jaar strijd tegen seksisme kapot heeft gemaakt in één zin, maar in de hele reeks schijnt het wel 'een topic' te worden: De Mannen versus De Vrouwen.

Ik snap niet goed waarom. Misschien wordt het wel betere televisie wanneer je zo'n eeuwenoud strijdpunt in de schaal werpt? Op die manier kan iedere sekse voor 'het eigen team' supporteren. Je weet wel: de meiden met een glaasje wit tussen de vingertjes, kirrend dat het nu voor eens en voor altijd duidelijk mag wezen dat zij het über-geslacht zijn, onderwijl schalks naar hun wederhelft lonkend. Waarop deze zich prompt met de knuist op de brede bast slaat en op zoek gaat naar een mammoet (of bij gebrek aan beter: de trouwe viervoeter des huizes) om te kelen en aldus te bewijzen dat hij, en hij alleen, de jager des huizes is.

Wie weet is dat wel de reden waarom Sergio mijn mannelijke collega's op het oorlogspad stuurt om 'de vrouwen kapot te maken'. Evolutionair gezien dan misschien een minder interessant gegeven maar goed, we hebben het hier over 'de beste hobbykok van Vlaanderen' niet over 'de beste zich zelf voortplantende hermafrodiet van Vlaanderen.  

Verder kan deze aflevering de geschiedschriften in als 'de aflevering waarop Stephanie te pas en ten onpas gaat verkondigen dat ze de finesses van de Oost-Europese keuken zo goed als volledig onder de knie heeft'. Ik kon evengoed naar de chefs toe stappen met de melding: 'Mij kan je eigenlijk niets meer leren maar als je zelf nog vragen hebt, kom gerust eens langs!'

Tssss.

Sergio en Gert en op de voorgrond bruine worst-achtige dingen
 waarvan ik alleen maar kan hopen dat het 'fuzzy' dadels zijn
Dat arrogantie immer ten val komt werd maar weer eens bewezen toen we de opdracht kregen: 'Lamb goes Morocco (and gets slaugtered).' 

Volgende gedachtegang drong zich aan mij op: Lam is vlees. Vlees is ook een koe. Een koe heb je in je klauwen gehad in Anderlecht. Het bord dat je toen presenteerde leek op diarree . Als je dat nu opnieuw doet, ga je, met je arrogante kop, af voor heel Vlaanderen.  Dus toen Sergio zijn instructies doorgaf en ik een perfecte imitatie van een knikkend dashbord-hondje tentoon spreidde, was ik inwendig in een papieren zakje aan het blazen.

'Must not kill lamb twice' leek het devies van de dag. Alle energie ging aldus naar een mooie cuisson met als resultaat een redelijk aanvaardbaar bord dat door kon naar de volgende ronde.

Tot zover het kookrelaas. Met uw permissie ga ik nu even de culinair, culturele toer op.
                           
Al eens naar Marrakech geweest? Moet je zeker doen. Daar ligt zo'n plein (Djemaa El Fna) waar je overdag keihard in't zak gezet wordt als toerist (Tip: Als je een man met een aap ziet afkomen: Lopen! Gewoon keihard gaan lopen!) maar 's avonds als de Marokkaanse zon in de okergele woestijn is verdwenen, alle toeristenlokkers weer in hun donkere holletjes zijn gekropen en een zwoel, zomernachtbriesje je tweedegraads verbrande velletje verfrist...  Wow.

Dan stoken donkere, mysterieuze mannen de vuren op onder hun supersize -bbq's en vullen de straten in en rond de souks zich met de verrukkelijkste geuren: kruidige köfte, geroosterd lam en zinnenprikkelende  harira. Tientallen lange tafels nodigen uit om aan te schuiven en je onder te dompelen in dit duizend-en-één nachtelijke sprookje.

De smaken van het Midden-Oosten mogen dan niet de meest evidente zijn, de tongstrelende beloning van een romige humus, een verfrissende baba ganoush of zoet wegsmeltende beghrir, maken het je culinaire exploraties meer dan waard. 


een stukje Marokko (en China) in Antwerpen
Morgen allen present voor De Koelkast-test aka: een compilatie van de meest inventieve vloeken, known  to men. Kijken maar.

26 februari 2013

Kortrijkse Parels

Afgelopen kerst kreeg ik van mijn dierbare schoonzus een boek getiteld 'Will write for food'. Het boekje is geschreven door Dianne Jacob en functioneert als een soort gids voor al wie zich bezig houdt met de combinatie: voedsel-schrijven, waaronder dus de foodblog.
Enthousiast ging ik aan het lezen, onderlijnen en noteren want het boekje bevat ongelofelijk veel handige tips voor al wie zijn foodblog wil onderscheiden van de duizenden andere blogs die op het net circuleren. Eén heel belangrijke tip luidde als volgt:

'Zorg in het begin van je carrière als foodblogger minstens drie keer per week voor een blogpost.'

Onnodig om te zeggen dat mijn Pad Naar Eeuwige BlogRoem zo goed als gelegd is...
Ik zou natuurlijk met allerhande excuses kunnen afkomen over het waarom en hoe van mijn afwezigheid maar daar heeft niemand iets aan. Laten we gewoon de draad weer oppikken, elkaar vergeven en hand in hand de ondergaande zon tegemoet huppelen. Deal?

Nu dat geregeld is, gaan we over tot de volgende teleurstellende mededeling:

Ik kan u vandaag geen receptje meedelen.

Dat komt vooral omdat ik de laatste tijd bijna niet meer in mijn keuken te vinden ben en wat ik dan wel produceer, is vermoedelijk net iets minder interessant (een recept voor een gesneden droog worstje iemand?)

Als goedmakertje dacht ik jullie een lijstje te schenken bestaande uit enkele van mijn favoriete voedsel-gerelateerde winkels doorheen Vlaanderen. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar persoonlijk word ik altijd blij van zo'n lijstjes. Hebben jullie dat niet dat, wanneer je aan het rondzwerven bent doorheen Onbekende Vlaamse Landschappen, je het gevoel hebt op een soort van queeste te zijn. Een Zoektocht naar Het Perfecte Brood. Of Het Lekkerste Drankje.
Stap het eerste, beste toeristencentrum binnen en ze smijten de lijsten met musea/kerken/fonteintjes naar je kop maar vraag eens naar de lekkerste bakker? Of de beste slager? Of de verleidelijkste chocoladewinkel? Ho maar.
Als ik aan het citytrippen ben, dan is dat de info waar ik naar op zoek ben en jammergenoeg word je op dat vlak zo vaak het slachtoffer van die smerige toeristenvallen.
Vandaar mijn oproep: lezers aller foodblogs, verenigt u en speel uw favoriete, geheime, adresjes door zodat wij nimmer nog een culinaire teleurstelling het hoofd hoeven te bieden!

Onderstaande lijst bevat enkele schatkamers in het lieftallige, pittoreske Kortrijk. Gent en Leuven kunnen volgen op aanvraag (of wanneer ik mijn gasfornuis blijf verwaarlozen).
- Ridder en Hove: absoluut met stip op nummer 1 mijn favoriete patissier in West-Vlaanderen. Eddy en Tom, de twee profs, bieden je 'duizend-en-één-lekkernijen' en oh my god, ze liegen echt niet. In het theesalon kun je altijd terecht voor een ontbijt of een afternoon-koffie. Uit de bakkerij zelf kan ik ten zeerste volgende parels aanbevelen:
* hun soesjes (romige, op je tong smeltende vanillekleurige crèmevulling, doorspikkeld met zwarte vanillepuntjes, omhuld door een luchtig soezendeeg, afgetopt met een blinkende chocoladeganache)
* hun chocoladekoeken met pudding (opnieuw die heerlijke crème patissière deze keer in knapperige laagjes bladerdeeg die verder twee krokante staven echte chocolade herbergen)
* hun boter-en appelcake (stevige plakken zachte cake met een intense botersmaak omhuld door een krokant amandelkorstje)
* hun bruin, Frans stokbrood (dunne 'flutes' extreem krokant gebakken, doorspekt met volle granen)

Adres: Voorstraat 7, 8500 Kortrijk

- Slagerij Mylle: Marc Mylle runt samen met zijn vrouw deze klasse slagerij/traiteur. Als je de winkel binnen stapt, waait een enthousiast begroeting van de vakman himself je tegemoet. Een slim (doch slinks!) 'wandelpad' leidt je langsheen een tentoonstelling van bereide gerechten en een kaasafdeling om dan uiteindelijk in het slagersgedeelte terecht te komen. Mr. Mylle spreidt graag zijn liefde voor het vak ten toon en geeft je niet enkel tips met betrekking tot het product maar ook over de bereiding ervan.Wanneer je het heel lief vraagt, krijg je misschien wel eens een rondleiding in 's mans schatkoelkamers. Persoonlijke favorieten zijn de 'ouderwetse kipsalade', de gemarineerde côte à l'os, de Kortrijkse boetenpaté en de steak hotel. Mr. Mylle's echtgenote heeft een gedegen kaaskennis en zal je met veel plezier iets adviseren uit desbetreffende toonbank.

Adres: Gentsestraat 10, 8500 Kortrijk
- Eet-en broodhuis De Trog: gelegen aan het rustige Plein in Kortrijk bevindt zich één van mijn favoriete lunchadressen. Naast heerlijke biologische broden, kan je in het stijlvolle herenhuis ook terecht voor een lekkere, lichte lunch. Je slaat de bal nooit mis wanneer je gaat voor een huisgemaakte quiche (steeds vergezeld van een weelderige, kleurrijke en knapperige salade). Maar mijn persoonlijke favorieten zijn de pasta met champignons en spekjes en de vegetarische hamburger. Let daarnaast zeker op de 'daily specials' (want van zo'n verse tartiflette zou ik op een kille winterdag wel een ketel opkunnen)
Adres: Plein 12, 8500 Kortrijk

- Vishandel Lanckman. Mijn vaste visleverancier én bron van info wanneer ik ideeën nodig heb voor een etentje. Man en vrouw Lanckman zul je nooit betrappen op het verkopen van ondermaatse vis. Zelfs wanneer je hun makreel/zalm/skrei in je neusgat boort, zul nog geen hinderende visgeur kunnen ontwaren.

Adres: Voorstraat 22, 8500 Kortrijk

- Stel, je hebt iets van: laat ik eens een klein, schattig lammetje in mijn creusetpot smijten om er een heerlijk stoofpotje van te maken, dan ben je bij Dujardin aan het juiste adres. De gigantische, luxueus aandoende slagerij/traiteurzaal herbergt de fijnste vleeswaren met als specialiteit lamsvlees en wild (in het seizoen). Daarnaast verkopen ze een selectie uitgelezen kazen en ligt in het verlengde van de slagerij een delicatessen/groentenzaak. Zéér moeilijk om hier de knip op je portefeuille te houden.

Adres: Wijngaardstraat 38, 8500 Kortrijk

- Charlou. Ik weet niet goed hoe ik volgend snoepgoed kan benoemen zonder racistisch te klinken. Laat ons er dus van uitgaan dat jullie weten dat ik helemaal pro multiculturele samenleving ben en dat ik het nooit in mijn hoofd zou halen om onze zwarte medemens denigrerend te benaderen. Dit gezegd zijnde: lang leve de ngerinnetetten van de Charlou. Echt, mellow cakes uit de supermarkt hebben geen lap aan wat Isabel in haar Oord Des Verderfs verkoopt. Volg me even: een knapperige, brosse koekbodem, afgetopt met een fluffy, vederlicht schuimpje, overgoten met knapperige melkchocolade. En dat kingsize!
Daarnaast zéker ook aan te schaffen: de originele 'paardenkoppen' en de 'florentines'. Wat deze laatste betreft: dit is een relatieredder, geacht publiek. Wat ik mijn liefste echtgenoot ook mag aandoen, onmiddellijke vergiffenis zal me geschonken worden wanneer ik hem nederig om absolutie smeek met een zakje van dit witte goud in mijn handen.

Adres: Voorstraat 39, 8500 Kortrijk

- Pomodoro. Ik ben een hardcore pasta fan. Dat mag geweten zijn. Als moderne vrouw strijd ik natuurlijk (halfhartig) mee in de moderne oorlog tegen de koolhdraten maar laat me binnen stappen in Pomodoro en ik stap zó over naar De Donkere Zijde. De toonbank in deze Italiaanse traiteur zaak bulkt van de heerlijkste tortellini's. Te proeven zijn: de tortellini met boschampignons, de tortellini met asperges en de variant met vier kazen. Stel, je bent geen lui wijf en je maakt zelf je pasta maar je zoekt nog naar een lekkere, Italiaanse kaas om je gerecht af te werken, dan zal je hier de lekkerste fontina, pecorino of taleggio aantreffen.

Adres: Onze-Lieve-Vrouwstraat 6, 8500 Kortrijk


Dit gezegd zijnde, ga ik nu mijn gratis producten gaan claimen die bovenstaande winkeluitbaters mij beloofd hebben. Veel shopplezier in Kortrijk, beste mensen.




30 oktober 2012

Herfstimpressies

Ik zou zo ongeveer 24 uur aan één stuk alle kwaliteiten van mijn echtgenoot kunnen opnoemen. Ik hoop wel dat hij het me nooit vraagt maar goed, te onthouden: mijn echtgenoot is een toppertje.
Eén van zijn grotere meerwaarden is bijvoorbeeld dat hij Cypriotische roots heeft. Niet alleen zorgt dit ervoor dat hij gezegend is met dat typerende, sexy, zuiderse uiterlijk (veel haar en een bierbuik op 50) maar vooral dat, wanneer iemand uit de familie trouwt, we het eerste vliegtuig opspringen richting Aphrodite's Eiland.

Zo ook afgelopen week. Lieve dames en heren, ik presenteer u: Een Cypriotische Herfst:

Misschien even een klein sfeerbeeldje om op te warmen? En dat mag u gerust letterlijk nemen want op het moment van foto-opname was het dertig graden (*kwaadaardige lach vol leedvermaak*)

Daarnaast zou ik u graag inwijden in één van Cyprus' best bewaarde geheimen. Mijn tweede lievelingsplaats op deze aardbol (nip verloren van Koning Bed). Mocht ik de Pioneer Woman van België zijn en gemiddeld 20 000 comments per post krijgen, zou ik hierover zwijgen maar ik ben bereid een berekend risico te nemen en u deelgenoot te maken van: Agios Georgios.


Agios Geogios (uit te spreken als: Ajos Jorgos) is een klein haventje, op een kilometer of twintig van Paphos, een populaire badplaats in het zuiden van Cyprus.

Wat is er te beleven? Geen hol.

U vindt er: een kerk, een vissersbootje of 10 en een man die vastgeroest is aan zijn  keramiekkraampje.


                          


U vindt er echter ook: Een Betoverend Mooi Terras. Dat terras hangt vast aan een iets minder betoverend mooi eetetablissement maar dat is allemaal van ondergeschikt belang. Wat je moet weten: dit terras bevindt zich op een rotsplateau en biedt je op die manier gratis en voor niets een panoramisch zicht op de saffierblauwe Mediterraanse zee.

Wanneer u zich in de gezellige plastieken stoeltjes nestelt en u uw armen te ruste legt op de lichtjes plakkerige plastieken tafelnapjes, dan daalt een rust over u waar u op zijn minst 20 uur voor moet mediteren, wil je een soortgelijke sensatie ervaren.

Palmbomen ritselen zachtjes in een Zomers Zeebriesje (sorry; Herfstig Zeebriesje), het goud bespikkelde zeewater klotst melodieus tegen de rotsen en de zon verwarmt, naast je bleke neus, ook je ziel.

Tot zover de Neckermann crap. Let's talk business: the food!


                       

PS tussendoor: de gespierde, donkere halfgod die dromerig (maar toch Mannelijk en Stoer) het landschap in zich opneemt, is mijn betere helft.


Op tafel zeven onderaan aanschouwt u ondermeer een lekkere, frisse Keo. Dit is het plaatselijk bier en altijd een goed idee wanneer het buiten 30° is. Het alcoholpercentage ligt iets lager dan onze doordeweekse pils maar dat draagt alleen maar bij aan het 'klokt-lekker-weg-gehalte'.
Verder ziet u een broodmandje met daarin, ja, brood dus, we kunnen niet over álles lyrisch gaan doen. Maar het onderscheidt zich wel van ons 'wit bakje' doordat de korst een subtiel aroma van anijszaadjes mee krijgt.
De roze kwak in het bordje is tarama. Een soort tapenade, gemaakt van visseneieren en voor u nu helemaal kokhalzend naar het kleinste kamertje holt: het is heerlijk.
Samen met 'tzaziki' (komkommer-yoghurtsalade) en 'tahini' (sesamsaus) vervolmaakt het De Griekse Gouden DipDriehoek'.



Als lichte snack kies ik op mijn Liefste Terras steevast voor verse, gegrilde octopus. De frieten maken nu eenmaal deel uit van het obligatoire Mediterraanse snackbordje maar mogen ze wat mij betreft achterwege laten. Een drupje citroen en ik ken alvast één octopus die geen sportuitslagen meer zal voorspellen.




De warmte van de zon, het zilte van de zee (en ook een beetje van je eigen zweet) de geur van gegrilde vis, de stilte van de verborgen haven en de frisse smaak van een Keo:  Move Over, Mickey Mouse, wat mij betreft is Agios Georgios de happiest place on earth.

Goed, nu ik er met mijn relaas voor gezorgd heb dat jullie mij allemaal collectief haten, wil ik alsnog graag een receptje met jullie delen.

Misschien past het meer bij mijn Indian Summer ervaring van afgelopen week dan bij het gure herfstweer in onze contreien maar dit vanille ijs wil ik jullie toch niet onthouden.

Het 'beslag' ervan maakte ik een avondje van tevoren en toen ik er 's morgens een vingerdopje van proefde, wist ik meteen: It's gonna be huge.
En dat was het ook. Na het afdraaien in de machine verscheen voor mij: een vanille ijs zo romig, zo vol van smaak, zo smeuïg van textuur en zo perfect dat het nooit mijn eigen recept kon zijn.

Ik haalde het van deze site. En zij haalde haar inspiratie weer bij Mr. D. Lebowitz. Kan niet slecht zijn, denk ik dan.



Wat hebben we nodig voor een lepeltje zomer op een donkere herfstdag?

- 250 ml volle melk
- 500 ml volle room
- 130 gram witte suiker
- 1 vanillestok
- 5 eierdooiers
- 2 eetlepels (zelfgemaakt) vanille extract
- een snuifje fleur de sel

Ik heb gezegd dat het lekker zou zijn hé, ik heb niets gezegd over eventuele hartaandoeningen na het verorberen ervan.

Hoe doen we het?

Melk+ suiker+ 250 ml room + zout + zaadjes van vanillestok+ vanillestok zachtjes opwarmen op een vuurtje. Eens opgewarmd, zet de pot van het vuur en laat het mengsel rustig trekken. Minstens een halfuurtje maar meer mag ook.

Intussen doe je iets anders hé. Een beetje tv kijken. Een dansje placeren. Kijken of je met je tenen nog altijd aan je neus kan zoals 20 jaar geleden en pijnlijk constateren dat dat niét het geval is.

Moving on: Klop daarna de eierdooiers met de mixer schuimig. Verwarm het melkmengsel opnieuw en giet een pollepel warme melk op de eierdooiers. Mix goed en tracht het omelet-effect te vermijden. Giet het eiermengsel nu in de opwarmende pot met de rest van de melk en roer rustig maar trefzeker! met een houten lepel tot het mengsel ingedikt is.

Al wie wel eens naar Komen Eten heeft gekeken kent intussen wel het trukje: haal uw houten lepel uit de pot en trek met uw vinger een streep in de crème anglaise die aan de lepel plakt. Als je de streep blijft zien (en de crème anglaise dus niet meer naar elkaar toeloopt) dan zit je goed.

Wanneer tot nu toe alles is verlopen zoals beschreven, mag u zich bijna gaan verheugen op een ware smaaksensatie. U hoeft enkel nog de resterende 250 ml room in een kom te gieten en door een zeef de crème anglaise bij die room te gieten. Roer alles vervolgens mooi door elkaar en proef vooral eventjes.

Nu is het zaak om uw basis zo snel mogelijk af te koelen. Mensen doen dit door de kom met de crème in een grotere kom gevuld met ijswater te plaatsen. Maar ik vind dat persoonlijk een heel gedoe.
Dus heb ik mijn kom kortstondig in de diepvries geplaatst tot het afgekoeld was.
Eens afgekoeld (maar dus niet bevroren hé!!!) haal je de kom uit de diepvries en verhuis je hem naar de gewone koelkast waar je je mengsel een nachtje te slapen legt.

's Morgens (of 's avonds of 's middags: alles kan maar ik zou 'zes maanden later' vermijden) haal je de kom uit de koelkast en proef je vooral nog eens.
Ik persoonlijk hoorde hoorngeschal en engelengezang maar ik weet niet of u ook een psychotische kwetsbaarheid met zich mee draagt.

De machine doet de rest. Wanneer het ijs is afgedraaid, zou u over een heerlijk, romig, smakelijk vanille-ijs moeten beschikken dat zich uitstekend leent als partner van een moelleux of een stukje tarte tatin maar die u evengoed met klauwenvol tegelijk uit de pot kan scheppen richting mond.





12 september 2012

Fichiconfituur

Meer smokkelwaar uit het Zuiden! Ik weet niet hoe het zit met jullie maar ik ben verslaafd aan vijgen en zéker wanneer ze gerijpt zijn in een mediterraans klimaat met een gemiddelde van 9 uren zon per dag. Wetende dat de vijgen die nu bij ons in de winkel liggen slechts een fractie van de smaak bevatten van hun zuiderse broertjes (of zusjes? ...'Androgyne siblings' bekt niet echt goed hé?), ben ik me er in Toscane dan ook te buiten aan gegaan.

's Morgens huppelde ik vrolijk door de Lucchese straten richting 'alimentari' (kruidenierswinkel) om daar heel zelfzeker om 'figo' te vragen. Nu dacht ik wel dat ik niet onmiddellijk het juiste woord zou te pakken hebben, maar ik had ook niet verwacht dat de kruideniersvrouw me zou aanstaren alsof ik mentaal geretardeerd was. Ik kon zo niet onmiddellijk op een alternatief komen dus bleef ik maar datzelfde woord uitbalken in de hoop dat het op miraculeuze wijze opeens wél iets zou beteken (Figo! Figo! Figo!). Om het allemaal nog een beetje genanter te maken ben ik dan ook maar gebaren beginnen maken. 
Een echte aanrader voor je volgende Pictionary-avond trouwens: 'Beeld eens een vijg uit'. Lachen!
Soit, na een paar minuten kreeg ze klaarblijkelijk medelijden met mij want toen deed ze haar best in mijn gebrabbel iets Italiaans te herkennen en stootte ze uit: Ah!! Fichi!
De opluchting bij beide partijen was immens.
Ze vroeg me hoeveel ik er wilde, ik duwde een stomp handje met gespreide vingers in haar gezicht (en bevestigde daarmee defintief haar vermoedens omtrent mijn cognitievevermogens), gooide lukraak wat euro's op de toonbank en vluchtte met mijn buit de winkel uit. De schaamte deed gelukkig niets af aan het daaropvolgende genot: mijn tanden zetten in een sappige, onnoemelijk zoete, dieppaarse vijg waarvan de knapperige zaadjes knisperden in mijn mond.
Toen, na vele vijgovergoten ochtenden, een terugkeer richting Grijsland zich opdrong, gritste ik in de supermarkt nog een doos of drie vruchten mee en bewaakte ze tijdens de terugrit met mijn leven (ik besloot dat ze in mijn mond het veiligst van al waren).
Met de resterende paar heb ik dan maar vijgenconfituur gemaakt. Nu nog een blokje wildpaté erbij en zo dragen de komende regenachtige herfstavonden toch nog een vleugje Toscane met zich mee.




- 500 gram verse vijgen
- 200 gram (confituur)suiker
- zeste van een halve appelsien
- sap van een halve appelsien
- sap van een halve limoen

Snij de steeltjes van de vijgen. Snij de vijgen zelf in grove stukken en laat op een zacht vuurtje stoven met de suiker. Voeg de zeste en de sappen toe. Roer het geheel geregeld om om zo aanbranden te vermijden. 'Plet' intussen de grote stukken met je lepel of vork zodat je een min of meer egale substantie krijgt.
Steriliseer een confituurpot en giet er de confituur in. Laat afkoelen en bewaar in de koelkast.

5 september 2012

Focaccia

Ik weet niet of het iets typisch is voor mensen met een obsessie voor lekker eten maar voor mij is het alvast een bekend verschijnsel: Als ik op reis ga, dan raak ik haast panisch bij de gedachte aan alle lekkernijen die ik niét heb kunnen proeven en al diegene die ik moet achter laten zonder er nog meer van te kunnen proeven. Dus hamster ik. Schaamteloos. Ik plunder plaatselijke markten, vlieg aan een rotvaart met een volle kar door exotische supermarkten en sleur kisten wijn mee richting kofferbak.
Ik deed het in Amerika dus je kan gaan denken wat een duw ik de plaatselijke economie in Toscane heb gegeven (enkel in Senegal heb ik opgelucht de marktjes vaarwel gewuifd vanachter een vliegtuiraampje).

Quasi onmiddellijk bij thuiskomst (ok, er zaten zes uurtjes slaap tussen) toog ik aan het werk en verwerkte ik mijn Italiaanse tomaten in tomatenpuree en échte ragu. Mijn vijgen gingen afwisselend in mijn mond en in de pot om er vijgenconfituur van te maken en de focacciamix die ik meenam, resulteerde al in drie verschillende focaccia's.


Als je de mix hebt is het poepsimpel (en gelukkig maar want de uitleg staat er in het Italiaans op)

- 250 gram mix
- 150 ml water
- 2 el olijfolie
- look
- grof zeezout
- rozemarijn

Meng alles tot een elastisch deeg en rol uit. Dat laatste blijkt nog het moeilijkste te zijn omdat Italiaans elastisch ook écht elastisch is als in: haal de hamer uit de garage en klop je een ongeluk tot het ver**mde deeg op die bakplaat wil blijven liggen. Maar goed. Poepsimpel dus.

Ik besmeerde de ovenschotel in met olijfolie, 'vleide' (ahum) mijn deeg erin en besprenkelde ook de bovenkant kwistig met olijfolie. Vervolgens smeer ik er een teentje of twee geroosterde look over uit* en ik werk af met grof zeezout en rozemarijn. Gedurende 20 minuten in een voorverwarmde oven op 220 graden et voila: Italiaanse smaken in een Belgische herfst.

En dan nu de variaties: basisdeeg+ gehalveerde kerstomaatjes/tomatenschijfjes --> afbakken
                                   basisdeeg + garamelliseerde ajuin --> afbakken (vooral deze versie vind ik heerlijk)
                                   basisdeeg waar je gehalveerde en ontpitte olijven onder mengt

Stél nu dat je niét beschikt over een focacciamix uit de 'Coop' in Toscane, dan blijkt het ook te werken met 250 gram fijne bloem (bij voorkeur die '00' Italiaanse bloem die je gebruikt voor pasta) en een volle theelepel gedroogde gist. In tegenstelling tot de kant- en klare mix moet je dit deeg wel nog minstens drie kwartier op een warme plaats laten rijzen.

Het brood is overheerlijk, vers uit de oven, gewoon zo. Maar wanneer je wat olijfolie mengt met 'dipperkruiden' van Oil en Vinegar wordt het helemaal en traktatie.
Of wanneer je ze gebruikt als dip bij tomatentapenade. Of bij olijftapenade. Of als je het brood doormidden snijdt en belegt met fijne sneetjes taleggio en dan even tusssen de grill. Of....

* noot: de tweede keer heb ik twee tenen warm geroosterde look onder het deeg gemengd en het dan pas uitgerold. Dan krijg je dus een 'lookbrood' zoals men in het vakjargon placht te zeggen.

Elisa en de Toscaanse Crostini

Zoals in een eerdere post beloofd, ben ik u nog een aantal Italiaanse culinaire geheimen verschuldigd. Laat ons die belofte maar onmiddellijk inlossen en beginnen met het verhaal van een meisje genaamd Elisa en haar enoteca ('wijnbar') in San Miniato.

Misschien eerst een saaie, doch noodzakelijke geografische duiding alvorens over te gaan tot meer interessante, culinaire bespiegelingen. San Miniato is een klein, Middeleeuws aandoend dorp in de provincie Pisa, zoals ze je er in Toscane mee naar het hoofd smijten. Weliswaar ongelofelijk charmant en pittoresk maar geen hol te beleven. Waarom wij er dan naartoe zijn gegaan? Omdat we twee leeghoofden zijn en de verkeerde naam in de GPS hebben ingegeven (in plaats van San Maximiliamo of iets dergelijks. Details...). Waarom u er naartoe zou moeten gaan? Omwille van Elisa.


Een sfeerbeeld: twee Belgen, gestrand in San Miniato met hun witte bestelwagen. Zoals het twee gestrande toeristen betaamt, wordt de Lonely Planet erbij gehaald als ware het een baken van licht in een Toscaanse duisternis. Gelukkig: San Miniato schijnt te beschikken over een restaurant, aanbeloven door De Gids. Voldoende reden om er een nachtje te vertoeven dus.

Maar eerst: apero-time! (Noot: Apero- Time is Heilig op vakantie en situeert zich zo ongeveer tussen 10h30 's morgens en 23h 's avonds). Maar waar te gaan voor een goede apero in San Miniato? De dorpsparking leek ons dé plaats bij uitstek. Niet omwille van de topscore voor sfeer en gezelligheid maar wel omdat het de enige plaats was waar er in het dorp überhaupt iets geestesrijk kon genuttigd worden.

Prompt werden we verwelkomd door een guitig uitziende Italiaanse schone genaamd Elisa (maar dat wisten we toen nog niet). De Echtgenoot en mezelf moeten ons op dat moment wel in een overmoedige bui bevonden hebben want toen de lieftallige dame onze bestelling kwam opnemen zeiden we gewoon: 'due vino bianchi per pavore' (dat was de enige zin die ik in het Italiaans min of meer kon uitstoten want ik liet ze volgen door): We'll take whatever you recommend! We nipten van haar suggestie en vonden dat het goed was.


Gezien Italianen genieën zijn op culinair vlak, hebben ze de neiging hun aperitivi van een hapje te laten vergezellen. alsook bij Elisa. Ze bracht ons de Toscaanse klassieker Crostini Di Fegatini (of crostini met kippenlever). Nu gebiedt de eerlijkheid me te zeggen dat ik geen fan ben van alles wat ingewanden betreft. Meer zelfs; ik heb de neiging ingewanden te vermijden. Maar confer de overmoedige bui nam ik enthousiast een hapje van het ons aangeboden toastje. En echt: hmmmmmmmm. Lang leven Kippen en hun Levers. Lekker hoor. Zeker in combinatie met Elisa's wijntje, een Bianco Del Borgo, Viognier van 2011.

Het verhaal gaat verder. Zoals wel meer gebeurt tijdens Apero-time leidt één drankje al snel tot een tweede en opnieuw bevond Elisa zich aan ons tafeltje op de dorpsparking met een nieuwe suggestie, een Italiaanse Greco di Tufo uit 2010. Zo mogelijk nog tongstrelender dan de eerste! (we hebben de Greco di Tufo dan ook en masse geïmporteerd naar onze hometown).

Ik haalde Elisa er bij en vroeg haar of ze haar 'recommendations' kon opschrijven en of ze mij eens wilde uitleggen hoe zo'n kippenlevertoastje precies tot stand kwam. Dat deed ze met verve. Uit haar hele uitleg sprak een enorme passie en toewijding voor alle Toscaanse lekkernijen en ik wist dat we in uitstekende Italiaanse Foodie-handen waren.

Al nippend en proevend opperde mijn onverschrokken echtgenoot opeens het wilde idee om van de platgetreden Lonely Planet paden af te dwalen en het aanbevolen restaurant te laten voor wat het was. Misschien kon Elisa ons inwijden in de Toscaanse keuken? Na nog een een flinke slok Toverdrank besloten we het erop te wagen: Of Elisa ons misschien, los van wat de kaart te bieden had, een Toscaans plateautje kon bereiden met daarop wat plaatselijke lekkernijen, eventueel begeleid met meer van die lekkere drankjes die ze in haar kelder bewaarde? Ze kreeg volledige carte blanche.

Zo gezegd, zo gedaan. En als ik u één advies mag meegeven: Durf op reis eens de gids te laten voor wat hij is. Die mensen doen hun best maar ze weten ook niet alles hé. Onze intuïtie heeft ons die avond naar culinaire hoogtepunten gevoerd waarvan de herinnering eraan me nog steeds doet watertanden. De eenvoud! De puurheid! De sublimiteit! Perfect.

Wij kregen

3 crostini's waaronder:
- 1 met tomaat en ansjovis. Ja echt, dat was het. Maar oordeelt u vooral niet vooraleer u de zoete, volle smaak van een Italiaanse tomaat hebt geproefd. En zéker niet wanneer u  diezelfde tomaat nog niet hebt gedegusteerd met knapperig brood, goudgele olijfolie en zilte ansjovis.
- 1 met Taleggio (Italiaanse kaas, hier ook wel verkrijgbaar) en knapperig gebakken pancetta. Laat ons het de 'betere crocque' noemen (of voor onze noorderburen: Een Top-Tosti)
- 1 met tong (niet de vis, het mondonderdeel) en gekaramelliseerde zilveruitjes. Ik persoonlijk had me nog nooit eerder aan koeientong gewaagd maar: Where were you all my life???? Superlekker!!!!


Verder werd ons een broodzakje aangeboden, gepaard gaande met een bord vol Toscaanse charcuterie.

Wij proefden en smikkelden van :
- pecorino (drie soorten: een oude, een jonge en één die gemasseerd werd met olijfolie tijdens het rijpingsproces en daardoor een rode korst kreeg)
- finocchiona (salami subtiel geparfumeerd met venkel)
- soprassata (andere soort salami)
- toscaanse gedroogde ham
- taleggio
- parmezaan


Dit alles werd weggespoeld met enkele (of meerdere) slokjes Insoglio 2010. Een rode, Toscaanse wijn uit Bolgheri en door verschillende kenners omschreven als 'één van de beste Italiaanse wijnen'. (Exact mijn mening!)

Ik besef terdege dat u misschien niet even hard onder de indruk bent van bovenstaande beschrijving als ik van de eigenlijke culinaire beleving maar u moet me geloven dat ik op het moment zelf Culianir Engelengezang hoorde. Alles was zo eenvoudig maar zo ongelofelijk lékker en harmonieus dat op dat moment geen één Peter G of Sergio H mij van die parking had kunnen doen opstaan.

Wat mij betreft verstaat Elisa de kunst van het combineren van al het goede wat Toscane te bieden heeft (vriendelijkheid, wijn en eten) en is zij alleen al de omweg naar San Miniato meer dan waard.

Bij wijze van afsluiter geef ik u nog het ultra-geheime-op-en-top-authentieke recept mee voor Crostini di Fegatini. Zelf nog niet gemaakt maar dat is enkel een kwestie van tijd.

- brood (daar was het van dat typisch ongezouten Toscaans brood maar elke dikke snede boerenbrood will do the trick)
- kippenlevers (hoeveelheid afhankelijk van hoeveel personen je voedt)
- 2 dikke vleestomaten (ontveld en in grote stukken)
- 2 ajuinen, gesnipperd
- een geut Vin Santo (dat is een typische Toscaanse likeurwijn waar de biscotti in worden gedopt. Hier nog niet onmiddellijk gespot maar ik denk dat je dit wel kan vervangen door een andere zoete witte wijn of door witte porto)
- olijfolie
- kruiden: peper, zout en salie

Hak de kippenlevers grof. Verhit in een pan een goeie scheut olijfolie en kleur de ajuin aan. Voeg daarna de grof gehakte kippenlevers toe. Voeg de tomaat en de wijn toe en laat alles heel rustig op een zacht vuurtje sudderen tot het geheel gaar is (volgens Elisa spreken we hier over slow food dus kan je het wel een uurtje op het vuur laten staan). Kruid af met peper, zout en salie en mix het geheel in de blender tot je een paté krijgt.
Besprenkel de snedes brood met olijflie en wrijf ze in met een teentje look. Grill ze en smeer er de paté op.

Volgens internet zijn er versies waar je gedroogde porcini/kappers/ansjovis in moet verwerken. Kan volgens mij allemaal maar ik denk dat ik van start ga met deze basisversie. Als ik één ding geleerd heb van de Toscanen is het immers dat eenvoud siert.