27 mei 2014

Cooking for cynics

Ik kan me voorstellen dat er onder jullie, lieve lezers, zich enkele cynici bevinden die iets hebben van 'Jaja, dat is allemaal goed en wel wat je daar in je boekje beweert maar daarmee hebben we nog niet gezién of geproéfd wat je écht kan'.
(Cynici hebben de neiging klinkers te beklemtonen om hun standpunt duidelijk te maken, vandaar het overvloedige gebruik van accenten).
 
Tegen die mensen zeg ik nu: 'Dat is waar. Daar heb je gelijk in. En wat meer is: Ik ga daar zelfs iets aan doén!' (zo'n mensen kan je het bést een koekje van éigen déég géven! Dat zal zé léren!)
 
Dus zo gezegd, zo gedaan. Ik heb samen met de charmante Lieve Byttebier (van de gelijknamige winkel te Kortrijk en auteur van deze prachtige blog ) een kookworkshop op poten gezet.


foto van een stijlvol gedekte tafel (door Lieve gedaan, wat dacht je?) met op de achtergrond een bescheiden deeltje van haar culinaire bib

De workshop biedt ons de gelegenheid elkaar wat beter te leren kennen, samen gezellig wat te kokerellen en achteraf alles lekker op te eten onder het genot van een geestrijk drankje. En mocht achteraf blijken dat dat hapje tegen valt, dan zeg ik gewoon dat dat komt doordat jouw kooktalenten zich nog niet ten volle ontwikkeld hebben... It's a win-win situation.
 
Waar vindt nu al dat feestgedruis plaats? Bij Lieve thuis (in haar prachtige loft!) te Kortrijk. Mocht je na een aantal minuutjes naar mijn zoetgevooisd stemgeluid geluisterd te hebben denken van  'Mens, hou nu toch gewoon eens je klep', dan kan je jezelf entertainen door te snuisteren door Lieves' persoonlijke culinaire bibliotheek. Qua sfeer en gezelligheid gaan we namelijk voor een dikke tien.
 
De eerste workshop gaat door op woensdag 11 juni. Denk je nu: 'Top! Daar schrijf ik me voor in', dan zeg ik daarop: 'Goh, bedankt voor de interesse. Erg flatterend! Alleen jammer voor jou dat die al volzet is en je er dus niet meer bij kan'.
Maar misschien kan je wel op maandag 23 juni? Dan organiseren we namelijk een tweede sessie. Ja?? Super! Helaas is die ook volzet... '
 
Echter, nu ik weet dat je eventueel geïnteresseerd bent, wil ik je zeker op de hoogte houden van de nieuwe reeks die dit najaar van start zal gaan. Dan komt namelijk het boek van Lieve uit en kan je haar cynisch benaderen.



20 mei 2014

Banoffee pie

Iedere familie heeft zo zijn eigen manieren om verjaardagen of andere heugelijke gebeurtenissen te vieren. Wij, in onze familie, doen dat hoofdzakelijk door te bingedrinken maar noemen het 'een etentje organiseren'.
 Tentmans' familie van herkomst is niet zo van de booze (dat heb ik er gelukkig al uitgekregen) en vierde Blijde Dagen het liefst met bananentaart. Van Decroos.
Decroos is een bakkerij in het liefelijke Menen waar ze volgens mijn schoonfamilie de allerlekkerste bananentaart verkopen. Ik dacht: daar zal ik zélf wel over oordelen en proefde ettelijke jaren terug mijn eerste stukje.
Toegegeven: Mijnheer Decroos weet hoe hij een bananentaart moet bakken. De korst is bros en krokant met een vleugje zout, de vulling bestaat niet uit ordinaire pudding maar uit een luchtige room die het midden houdt tussen pudding en mousse. Daarop schikt hij schijfjes banaan (wat gezien de benaming van de taart voor niemand als een verrassing mag komen) en af en toe proef je op je culinaire queeste ook een toefje slagroom. Al bij al een puike prestatie van bovengenoemde bakker.
Afgelopen weekend vierden we één van de Grootste Gebeurtenissen van het jaar: Tentmans' 33ste verjaardag, ook wel bekend als De Jezusleeftijd.

Ik dacht: hier moeten we iets mee doen. Deze verjaardag moet iets speciaals worden, een soort van mijlpaal in Tentmans' leven. Ik besef terdege; de meeste mensen maken een dergelijke reflectie bij ronde getallen zoals '30' maar toen Tentman dertig werd, zaten we midden in wat de geschiedenisboeken omschrijven als Het Zwarte Jaar (onze verbouwingen) en was hij ons waskot aan het plaasteren. Later die dag vertrok hij dan nog eens op tournee met het theatergezelschap waarvoor hij werkt en moest hij de trein nemen naar Amsterdam.
Er zijn weinig zekerheden in het leven maar als je van één ding op aan kunt, dan is het wel dat de NMBS pertinent weigert om zijn treinen stipt te laten rijden. Volgens mij is het voor hen zelfs een erezaak of zo maar goed, een dergelijke discussie zou ons te ver leiden.
Feit blijft:  daar zat Tentman dus 3 jaar geleden, 30 jaar oud, op het perron van Antwerpen, te wachten op zijn trein naar Amsterdam, zich in een vlaag van decadentie verwennend met een pintje. Aan zijn voeten een eenzame duif die een kruimeltje kwam meepikken. Dat hij zich daar en toen niet prompt op de sporen heeft geworpen vind ik nog steeds verbazingwekkend.
Het leek me dus niet al te moeilijk om een dergelijk spectaculaire feestelijkheid te overklassen. Ik besloot het desalniettemin groots aan te pakken en een verrassingsverjaardagsfeest te organiseren. Het feest zou doorgaan op een pittoreske plek (de charmante boerderij van een vriend gelegen temidden van malse groene weiden, zo ver als het oog strekt), met vrienden van vroeger en nu, liters frisse pintjes en hapjes die Tentmans' mannelijke hart sneller doen slaan (worsten allerhande). Alle ingrediënten waren aanwezig en via facebook verzocht ik anderhalve maand geleden de gelukkige invités ons met hun komst te vereren.
 Ik verkneukelde me reeds bij de gedachte aan Tentmans' verbaasde blik: eerst verrast, misschien een tikkeltje ongemakkelijk maar uiteindelijk zou hij me in zijn armen nemen, me stevig tegen zich aandrukken en plagerig zeggen 'Je bent me er eentje, mevrouw Dikomitis', onderwijl grijnzend naar zijn vrienden en het glas heffend op een prachtig 33ste levensjaar. Iedereen zou lachen en vieren, grappen en grollen en er zou gefeest en gedanst worden tot het ochtendgloren.
De realiteit en mijn blond-zijn staken daar een stokje voor. Ik weet niet of ik de laatste persoon op de wereld ben die weet hoe een Macbook precies werkt maar voor de enkelingen onder u die net zoals mij zijn: een waarschuwing.
Als je op het rode kruisje van een pagina klikt, met de duidelijke bedoeling die pagina af te sluiten, dan denkt Macbook: 'Nee nee, daar doe ik niet aan mee. Ik ga gewoon die pagina minimaliseren zodat de volgende die de website wil openen, prompt op jouw pagina terecht komt. Precies ja, jouw pagina waar je stiekem een verrassingsfeestje aan het organiseren bent, waar de volledige gastenlijst vanaf te lezen valt en ja, waarom ook niet? Waarop ook het perfecte cadeau dat je hebt uitgezocht hebt, in het lang en het breed besproken wordt.'
Apple- fuckers.
Zo kwam het dus dat, een luttele 8 uur nadat ik besloten had een verrassingsfeestje te organiseren, de verrassing naar de ruk was en enkel het concept 'feestje' overbleef. En ook dat bleek een twijfelachtig gegeven te zijn daar Tentman helemaal niet 'verrukt en plagerig' reageerde bij het vooruitzicht van de gebeurtenis maar slechts met moeite zijn walging en gêne kon verbergen bij het gegeven dat hij een hele avond én nacht in het middelpunt van de belangstelling zou staan en dat iedereen dingen zou roepen als 'Hé, jij, 33 jaar oud feestvarken, proficiat hé!!'
Elf jaar samen en ik weet nog steeds niet wat mijn man leuk vindt. Ik moet wel een gewéldige psychologe zijn.
Maar goed, zoals het een liefdevolle echtgenote betaamt instrueerde ik hem dat hij moest stoppen met zagen en memmen, dat iedereen nu al op de hoogte was en dat hij zich maar moest zien te amuseren. Einde discussie.
En al bij al bleek hij dat ook wel te doen hoor. Mits enkele frisse pintjes en worsten allerhande.
(Eetbare worsten hé, stelletje zieke geesten)
Nu ben ik natuurlijk geen complete frigo en voelde ik me wel een tikkeltje schuldig over het hele gedoe dus besloot ik te doen wat ik het beste kan: mijn grote klep houden en dingen oplossen door eten te maken.
Ik bakte voor hem de meeste decadente taart die ik maar kon bedenken: een Banoffee Pie.
Onder ons gezwegen: niet heel moeilijk hoor, je hebt er alleen een beetje geduld voor nodig maar het resultaat is grandioos. Mijnheer Decroos, uw taart mag de ster geweest zijn op Tentmans' eerste 33 levensjaren maar I'll take it from here.
Banoffee Pie

'Banoffee' is een samenvoegsel van 'banana ' en 'toffee'. Een ludiek concept dat zijn oorsprong alleen maar kan vinden in een doldwaas land als de VS. De bodem bestaat uit korstdeeg (ik maakte het mezelf gemakkelijk en kocht een pakje Herta maar je kan je natuurlijk ook uitsloven en werken met homemade deeg). De vulling is een heerlijkheidje dat we 'dulce de leche' noemen. Een Zuid-Amerikaanse lekkernij dat je maakt door zoete gecondenseerde melk een paar uur te koken waardoor je de romigste karamel OOIT krijgt, cfr; het 'toffee' deel. Het 'banana' stuk wordt vertegenwoordigd door een paar plakjes banaan en om het allemaal nog een tikkeltje zotter te maken, top je het geheel  met een genereuze laag vers geklopt slagroom.
Ik heb nooit beweerd dat dit gezond was hé mensen. Het is taart. Maar als je er mini-taartjes van maakt en je beschikt over een bovennatuurlijke discipline waardoor je maar 1 mini-taartje naar binnen speelt, dan valt het denk ik allemaal wel mee.
Ingrediënten voor 7 kleine taartjes:
- 1 pak korstdeeg van Herta
- 2 bananen
- een klein doosje volle room
- een blikje zoete gecondenseerde melk (verkrijgbaar in de supermarkt, bij de melk. Merk: Nestlé)
- twee eetlepels poedersuiker

Werkwijze:
Begin met het maken van de Dulce de Leche:
Plaats een kom met water op het vuur en zet daar het ongeopende blikje gecondenseerde melk in. Breng het water aan de kook. Zorg ervoor dat het blikje TEN ALLEN TIJDE volledig onder water blijft staan want anders kan het ontploffen en mag je de dulce de leche van je plafond gaan schrapen. Laat het blikje 2.5-3 uur koken. Ga dus af en toe eens kijken en voeg water toe indien nodig.
Na 3 uur zet je het vuur uit, haal je het blikje eruit (ovenwanten zijn hier geen slecht idee) en laat je het blikje volledig afkoelen. Pas dan open je het en kan je het wonder 'Dulce de Leche' genaamd aanschouwen (en proeven natuurlijk. Proeven is belangrijk hé, als kok)
Dan neem je dat velletje korstdeeg en steek je er met behulp van zo'n handig ringetje rondjes uit. Die rondjes plak je in een muffinvorm en die muffinvorm plaats je op zijn beurt in een voorverwarmde oven op 180° tot het deeg krokant en goudbruin is geworden. Reken zo'n 20 minuten.
Vul de vormpjes taartbodem met een laagje dulce de leche. Schik daarop wat schijfjes banaan.
Klop nu de room met de poedersuiker tot slagroom en werk hier de taartjes mee af.
Enkele tips:
- Dulce de Leche kan je een eeuwigheid in de koelkast bewaren. Gezien dit goedje gegarandeerd een nieuwe verslaving wordt, raad ik ten stelligste aan een paar blikjes gecondenseerde melk tegelijkertijd te koken en de karamel in weckpotten in je koelkast te bewaren 'voor noodgevallen' (zoals daar zijn: nachtelijke cravings, ochtend-cravings, emo-eetaanvallen, 'ik-heb-nood-aan-een-verwennerij-bui, 'ik-denk-dat-ik-maar-eens-een-dulce-de-leche-badje-ga-nemen-bui, etc.)
- de hele taart kan je zo goed als volledig op voorhand prepareren. De vormpjes taartbodem kan je een dag op voorhand maken en in een tupperware op een warme en droge plaats bewaren. Wat de dulce de leche betreft: zie boven en de slagroom, ja dat is een minuutje werk dus move that lazy ass).


5 mei 2014

Mijn baby

 
Natuurlijk is het een beetje raar (of ziek?) om iets waar je met je eigen kop opstaat 'mijn baby' te noemen, maar zo voelt het wel.
 
Vanaf morgen (06.05.2014) in de boekwinkel.
Dat wil zeggen: die boekwinkels die via grote verbindingswegen te bereiken zijn. Blijkbaar wordt Zuid-West-Vlaanderen nog steeds een beetje als de brousse van België beschouwd want hier zal het iets langer duren.
 
Ik hoop dat jullie het leuk vinden (indien niet, wil ik het niet weten :) ) 
 
 

4 mei 2014

Crazy Catlady

Stel aan een willekeurig iemand de volgende vraag: 'Ben je een honden-of een kattenmens?', dan zullen de meesten daar wel een duidelijk antwoord op kunnen geven. Het is haast uitgesloten om de twee te zijn. Ik ben duidelijk een kattenmens maar omwille van twee redenen was het de afgelopen elf jaar uitgesloten om een dergelijk dier in huis te halen.
 
De eerste reden was deze hond met identiteitsstoornissen. Hera maakte er een halszaak van om zich op dit vlak zo honds mogelijk te gedragen en een gloeiende hekel aan katten tentoon te spreiden. Durfde een kat haar territorium betreden, ging ze totaal 'lös' en achtervolgde ze het beest alsof haar leven ervan af hing. Dat mag je letterlijk nemen. Meestal waren de katten snel genoeg om aan haar vervaarlijke tanden te ontsnappen maar ik herinner me één diepdroevig dierenvoorval waarbij de blinde (!) kat van de buren in onze tuin was gesukkeld en er niet meer uit kon. Het arme beest had haar toevlucht gezocht in een boom waar Hera haar niet kon bereiken. Dus deed onze hond waar ze het best in was: blaffen tot haar slachtoffer schijnbaar zelfmoordneigingen kreeg want de kat besloot op een bepaald moment uit haar veilige schuilplaats neer te dalen en haar kans te wagen. Helaas botste ze met haar blinde kopje pardoes tegen onze afsluiting aan alwaar Hera haar bij haar nekvel greep en met een paar korte, doch doeltreffende hoofdschuddingen het kleine nekje van het kansloze slachtoffer brak.
 
Ik zou mezelf graag beschouwen als een rechtschapen persoon die in tijden van crisis haar verantwoordelijkheden neemt en alle moeilijkheden die haar pad kruisen heldhaftig het hoofd biedt. Helaas. Mijn eerste impuls was om Tentman een schop zijn handen te duwen met de instructie 'Het is jouw hond, deal with it'. Maar aangezien de helft van de straat getuige was geweest van dit gruwelijke misdrijf, was een cover-up operatie hier niet aan de orde. Aldus togen Tentman en ik met ons meest schuldbewuste gezicht naar de buren om hen het trieste nieuws mee te delen en hen bij te staan in hun rouwproces.

plaats van het misdrijf

Nu u dit weet, kunt u zich wel voorstellen dat Hera zich gisteren in haar graf moet hebben omgedraaid toen ze deze indringer vanuit de Hondenhemel spotte:

kat van de buren aan de andere kant
Enkele weken na Hera's tragische overlijden moet deze lefgozer beseft hebben dat het gevaar geweken was waarop ze prompt besloot haar dagen op ons terras te slijten.
 
 
Er is echter nog een tweede reden waarom ik de afgelopen elf jaar kat-loos heb doorgebracht en die reden is Tentman zelf. De meeste mensen die mijn echtgenoot persoonlijk kennen, weten dat hij quasi 'fearless' is. Liggen we 's nachts in bed en horen we beneden verdachte geluiden, schrikt hij er nimmer voor terug om- enkel gewapend met een boxershort- eventuele inbrekers het hoofd te bieden. Daarnaast beschouwt hij 'duiken tussen haaien' als de ultieme ontspannende vakantie-activiteit en kraait hij van geluk wanneer hij op zijn moto aan het rijden is en zij knie aan een snelheid van 100km/h het asfalt kust.
Maar duw een klein katje in zijn gezicht en hij gilt als een klein meisje.
 
Yep. Tentman is van niets of niemand bang behalve van katten. Hij beschouwt deze dieren als de reïncarnatie van het kwaad op de wereld, wantrouwt elke beweging die ze maken en haat hun onvoorspelbaarheid. Enkel de blik van de hierboven afgebeelde kat is genoeg om hem te laten sidderen van angst. Tentman is wat je noemt 'een hondenmens'.
 
Echter.
 
Ik niet. Let op, ik hield van Hera, ik mis haar nog elke dag en als mijn leven op mijn laatste dag hier op aarde aan me voorbij flitst, dan zal ik de licht-mongoloïde blik in haar bruine oogjes zeker voor me zien. Maar ik kan het niet helpen, ik vind katten de max. Ik hou van hun hautaine houding, hun zelfstandigheid, hun vermogen om 5 keer zo hoog te springen als hun eigen lengte en de blik waarmee ze hun achterste in  je gezicht duwen en zeggen 'Ja, jij hebt de eer om me te strelen'. Een klein katje vind ik het toppunt van schattigheid en toen ik afgelopen week deze foto op facebook spotte, was ik helemaal verkocht:

                                                 zo één wil ik en als ik 1 heb, dan ben ik van plan ze
                                                                    elke dag in water onder te dompelen.  

Zonder overdrijven, ik heb hier een kwartier aan 1 stuk hardop mee gelachen. En hoe langer je kijkt, hoe grappiger het wordt. Of misschien ligt het gewoon aan mij... Soit. Tentman en ik zijn tot een overeenkomst gekomen: Ik mag een kat houden op voorwaarde dat hij een halfjaar later een hond in huis mag halen.
Dit met de achterliggende gedachte dat wie het eerst in huis komt, de baas is en we op die manier de kans op een nieuwe slachtpartij tussen beide huisdieren tot een minimum kunnen beperken.
 
Dit hele verhaal omdat:
1. ik nog eens een reden had om naar het natte katje te kijken
2. ik naadloos de link kan leggen naar onderstaande recept voor zeebaars in zoutkorst. Immers, iedereen weet dat katten gek zijn op vis.
 
Niet dat je dit gerecht moet maken voor een kat hé, dat zou al te gek zijn. Daar is het veel te lekker voor. Maar je kan wel de graatjes aan je kat geven. En dat is dan weer mooi meegenomen want de restanten van zo'n visje gaan na een paar dagen in je vuilbak stinken als de pest. Aan een hond heb je op dat vlak niets want zij zouden kunnen stikken in graten. Zie je, Tentman: kat vs. hond: 1-0.
 
Ingrediënten voor vier personen:
 
 
- 1 zeebaars van anderhalve kilo van ingewanden ontdaan maar niet ont-schubd (dit is belangrijk omdat de schubben als een 'schild' dienen tegen het zout en voorkomen dat je vis naar de Rode Zee smaakt)
- 2 kilo grof zeezout
- 100 gram water
- 1 el venkelzaad
- 3 takjes tijm
- 3 schijfjes citroen
- 1 takje rozemarijn (*)
 
Meng het zout met het water en het venkelzaad in een grote kom. Neem een ovenschotel. Spreid de helft van het zout uit over de bodem van de ovenschotel. Schik de vis erop. Vul de buik van de vis met de tijm, citroen en rozemarijn. Bedek de vis met de andere helft van de zout-watermengeling en druk overal goed aan zodat het zout de vis helemaal omhult.
Verwarm de oven voor op 180°. Plaats de vis in de oven gedurende 22 minuten en laat hem daarna nog tien minuten rusten uit de oven. Dien de vis in de schotel op aan tafel en breek de korst open voor het oog van uw gasten. Diner AND a show!
 
(*) Nee, je hoeft de vis niet af te kruiden met extra zout .
De zoutkorst zal ervoor zorgen dat je vis gaart in zijn eigen sappen en op die manier krijg je een super-natuurlijk gerecht. Een beetje een culinair onderlegd iemand beseft dat een dikke kwak mayonaise niet bepaald de ideale compagnon voor dit gerecht vormt. Een kruidenolie is hier dan ook de betere keuze.
Als basis voor de olie kan je in principe elke soort vers, groen kruid gebruiken. Je kan het soort olie  ook aanpassen aan je persoonlijke smaak. Verkeer je in Italiaanse sferen, dan is een basilicumolie een goed plan. Ken je je klassiekers, dan kan je de Provençaalse toer opgaan met een olie op basis van tijm en rozemarijn of ben je- net als Sergio- verknocht aan de frisse smaak van citroenverbena, leef je dan daar maar eens mee uit.
 

 
Het principe blijft in elk geval altijd hetzelfde:
1 grote bos verse groene kruiden naar keuze
-        1 dl olijfolie
-        Sap van ½ citroen
Mix de kruiden fijn samen met het citroensap en de olie. Passeer door een fijne zeef. Serveer de olie in een sauskannetje en giet wat olie over je vis bij het serveren.

1 april 2014

Het Gat in de Markt

Er zijn verschillende redenen voor mijn stilzwijgen van de afgelopen maand(en). De één al belangrijker dan de ander maar laten we ze samen eens overlopen.


Dit zijn sobanoedels. Die doen er voorlopig nog niet toe maar straks wel. Ik dacht gewoon dat u het wel aangenaam zou vinden mocht er af en toe eens 'een prentje' tussen staan.


1. Ik heb moeten onderduiken omdat er schijnbaar een soort van huurmoordenaar op pad is met maar één doel: mij van mijn fiets rijden en het op vluchtmisdrijf doen lijken.
 
 Ik weet niet wie deze persoon is, waarom hij mij moet hebben of wie hem ingehuurd heeft maar één ding is zeker: hij is gewiekst. Zo vermomt hij zich constant. De ene keer is hij een oude man die achteloos zijn portier open zwaait terwijl ik gezwind kom aanrijden. De andere keer een vrouw die onder het populaire motto 'vrouw aan het stuur, bloed aan de muur', zonder te kijken het rondpunt op rijdt waar ik juist kom aansjezen.
 
Wanneer het regent of donker is, is mijn kwelduivel bijzonder actief. Iedereen haast zich om zich te kunnen verschansen in de behaaglijke warmte van hun huisjes en hij kan ongestoord zijn gang gaan: zijstraatjes uitrijden zonder te kijken of juist een zijstraat inslaan en heel slim geen pinker gebruiken zodat anticiperen van mijn kant quasi onmogelijk lijkt.
Evenmin deinst hij ervoor terug om subtiel van zijn rijvak af te wijken, zich op het fietspad te begeven en me als dusdanig van de baan te rijden. Heel af en toe schuwt hij de grove middelen niet en tracht hij mij met een oplegger te pletten.
 
Gezien de vrees voor mijn leven, deze moordritten mijn constante waakzaamheid vereisten en ik me niet al te zeer in de spotlights wilde stellen, besloot ik dan ook me eventjes uit het publieke leven terug te trekken.
 
Maar nu is het lente en is alles wat eens donker, somber en duister was, licht, vrolijk en vol leven. Donkere, natte avonden komen nog maar zelden voor en ontdoen mijn kwelduivel aldus van zijn sluwe dekmantel. Misschien vindt u me een beetje paranoïde maar geef toe: gemiddeld drie keer per week bijna omver gereden worden? Dat kan geen toeval meer zijn. Ik weiger te geloven dat automobilisten een dermate onverschilligheid tentoon spreiden ten aanzien van de zwakke weggebruiker....
Toch?
 
(voor de moeilijke verstaander onder u: Dit ben ik, elk greintje menslievendheid in mijn ziel aansprekend. Wat ik heel subtiel wil vragen is het volgende: Of je verd**me een beetje beter uit je doppen wil kijken als je je op de rijbaan begeeft. Ik ben tegen fysiek geweld en in principe ook tegen verkeersagressie maar als ik nog 1 keer bijna over een portier gesmeten wordt omdat iemand weigert de spiegel naast zijn kop te gebruiken, dan sta ik niet in voor de gevolgen).
 
Bedankt.
 
Goh, ik voel me al veel beter.
 
2. Ik heb me tijdens mijn afwezigheid ook een beetje onledig bezig gehouden met marktonderzoek. U weet wel, het soort waarbij je 'De Bedenkers-gewijs' op zoek gaat naar Het Gat in De Markt zodat je rijk kan worden en de rest van je leven op een wit strand cocktails kan gaan slurpen. Ik heb het gevonden denk ik.
 
Goed opletten.
 
Hier komt het.
 
Een KOOKBOEK!!!
 
Stel je voor: een naslagwerk waar allemaal recepten in staan en dat je kan gebruiken om inspiratie op te doen, om bij te watertanden of eventueel -voor de durvers onder ons- iets uit klaar te maken en aldus vrienden, geliefden of familie (drie aparte, niet overlappende categorieën) te verwennen. 
Ik heb er dan maar meteen een patent op genomen en er werk van gemaakt.
 
Half mei ligt het in de winkel: mijn kookboek.
 
Het wordt wel een beetje vervelend zoeken natuurlijk. U zal naar de boekhandelaar moeten gaan en vragen naar 'een naslagwerk waar recepten en foto's van die recepten instaan' en dan zal die arme man/vrouw eens diep zuchten en het opdiepen van onder de toonbank omdat er natuurlijk nog geen sectie in de winkel bestaat waar dergelijke nieuwigheden kunnen uitgestald worden....
 
... 
 
Kijk, ik besef terdege dat een kookboek nu niet bepaald dé uitvinding van de eeuw is maar ik persoonlijk kan er maar niet genoeg van krijgen. Van kookboeken in het algemeen hé, niet specifiek van het mijne. Dat zou narcistisch en onsympathiek overkomen mocht ik zoiets beweren (want ik heb me natuurlijk gewéldig populair gemaakt door elke automobilist daarnet uit te kafferen en dat positieve effect wil ik niet teniet doen).
 
Mensen gaan altijd blijven eten toch? En dus ook blijven koken. Ik zie het fenomeen 'kookboeken' een beetje gelijkaardig aan het fenomeen 'mode'. Tenzij je een statement wil maken en vanaf nu naakt door het leven hupst, zal je ook altijd kleren nodig hebben. Je kan kiezen om elke dag worst met appelmoes aan te trekken (jeans en t-shirt) of je kan de ene dag kiezen voor een  quinoasalade met rode biet en prei (skinny jeans en cropped t-shirt), de andere dag voor een in aromatische olie gekonfijte zalm (little black dress) of misschien volledig 'lös gehen' en je baden in de weldaad van een chocoladetruffel (baggy jogging en hoodie).
 
De persoonlijke meerwaarde van dit eigenste boek? Het is niet enkel ingrediëntenlijstjes en lekkere foto's wat de klok slaat. Nee, minstens de helft zal bestaan uit verhaaltjes zoals u ze kan lezen op deze blog:
Persoonlijke levensbeschouwingen over het nut van tahin in onze samenleving/ Mijn eerste ontmoeting met de schoonfamilie en hoe die dag nog steeds te boek staat in de Dikomitis archieven als 'Zwarte Zondag' / en natuurlijk eindeloos gewauwel over mijn eigenste kindertrauma's.
 
Als ik nu niet in aanmerking kom voor 'verkoper van de maand', dan weet ik het ook niet meer hoor...

(*) Jep, al deze recepten zijn terug te vinden in het boek.

Heel spannend allemaal.



In afwachting daarvan, moet ik jullie misschien nog wel een receptje meegeven. Niet één uit het boek maar wel eentje dat afgelopen maand in de Krant van West-Vlaanderen is verschenen (ook wel bekend als de enige krant die er écht toe doet). Daarin post ik maandelijks een paar receptjes en  afgelopen editie bracht ik dit noedellekkernijtje. Een gerecht waar de lente simpelweg van af spat: De kleur! De ingrediënten! De smaak! Dit is Vivaldi op je tong. Gewoon maken.
 
Ingrediënten
-          twee handenvol morieljes (of meer als je rijk bent)(*)
-          een pakje groene asperges of aspergepunten
-          een bosje kervel
-          een handvol bladpeterselie
-          een handvol jonge bladspinazie
-       een koffiekopje groentenbouillon (of water met half blokje groentenbouillon in)
-          een pak sobanoedels (dit zijn boekweitnoedels dus ideaal voor onze glutenintolerante medemens. Je vindt ze in de biowinkel. Neem anders gewone noedels uit de supermarkt)
-          peper en zout
-          optioneel: een beetje truffelolie (als we dan toch decadent gaan doen, dan beter ‘all the way’gaan)
 
Maak de morieljes grondig schoon en dep ze voorzichtig droog (Morieljes mag je -in tegenstelling tot andere champignons- wat wassen. Ze bevatten namelijk tonnen zand.)
 
Snij de asperges in drie (in de breedte snijden is hier praktischer dan in de lengte).
 
Maak de kervelsaus: Mix de kervel, de spinazie, de bladpeterselie en de bouillon tot je een felgroene saus bekomt. Kruid af naar smaak.
Kook je noedels.
Verhit wat olie en een nootje boter in de wok. Stoof hierin kort de asperges beetgaar en voeg de morieljes de laatste minuut toe. Bak ze kort aan op een hevig vuur.
Schep de noedels in een kom, lepel er de groenten over en nappeer met de saus.
 (*) Dit zijn morieljes:
 
 
Zo ongeveer de aantrekkelijkste champignon ter wereld. Maar helaas ook de duurste. Stel dat je iets hebt van: ik houd bij voorkeur ook nog wat geld over om de rest van de maand te kunnen eten, dan kan je de morieljes natuurlijk vervangen door shiitakes, kastanjechampignons, van die dunne Aziatische dingetjes... Dat is geen ramp. Ik heb mijn morieljes ook niet zelf betaald hoor (in tegenstelling tot wat algemeen aangenomen wordt, is de sociale sector niet de aller-lucratiefste). Het was een cadeautje van mijn favoriete groentewinkel.
 
En nu we toch aan de sponsering bezig zijn: Mocht je je afvragen waarom mijn voedsel er eens niét uitziet alsof de kat het heeft uitgekotst, dat komt onder meer door het prachtige servies waarop het geserveerd wordt. Servies dat tevens in mijn boek te bewonderen zal zijn of hier.
 
 

29 januari 2014

Over Don Quichot, vallen en weer opstaan

Allerhande cowboyverhalen doen de ronde over sport en hoe dat je gelukkig kan maken. De mediërende factor hier zouden 'endorfines' zijn. Een soort van natuurlijke drugs die je hersenen vrijgeven tijdens het sporten waardoor pijn onderdrukt wordt, je je minder vermoeid voelt en algemeen beschouwd dus gelukkiger bent.
 
Er bestaan mensen die graag uitspraken doen als 'Goh, man, lopen is toch ZO verslavend, ik kan écht niet meer zonder!'
Zo'n mensen zijn eerder griezelig en kijk je best niet rechtstreeks in de ogen. Ik, persoonlijk, zou met geen stokken te bewegen zijn wanneer je van hangen in de zetel en brownies eten strak en slank zou worden.
Maar dat is dus niet het geval en daarom ga ik lopen. Niet altijd met even veel goesting maar wel plichtsgetrouw. Toegegeven, achteraf voel ik me steevast blij en opgeruimd maar dat kan evengoed te maken hebben met het feit dat ik 'er weer vanaf ben voor een paar dagen'.

 
 
Echter.
 
Af en toe gebeurt het wel degelijk dat mij tijdens het lopen een soort van euforie overkomt. Je voelt het al tijdens de eerste meters: de benen zitten goed, je hebt een vlot ritme te pakken, de muziek in je oren is aanstekelijk. Kortom je lichaam werkt als een perfect-geoliede machine. Je voelt je atletisch, sterk, gezond en onkwetsbaar. Het sporten gaat gepaard met iets wat verdacht veel op 'plezier' lijkt.
 
Zo ook vrijdagmorgen laatstleden. Het lopen ging fantastisch vlot, de douche achteraf was verkwikkend en het weekend stond voor de deur. Dus sprong ik energiek op mijn fiets en peddelde aan een rotvaart richting werkplek (ik voelde me nog steeds atletisch en goed-geolied). Nu had ik die morgen al wel een paar keer op de radio horen passeren dat de wegen er gevaarlijk glad bij lagen en dat iedereen dus een beetje moest opletten. Om de één of andere reden besloot ik daar absoluut geen aandacht aan te schenken, nam ik gezwind mijn bocht en ging vervolgens keihard op mijn bek.
 
Hierbij enkele bedenkingen over 'vallen':
 
- Heb je ook al gemerkt dat, wanneer je valt, je in die extreem korte tijdsspanne toch altijd de tegenwoordigheid van geest lijkt te hebben om tegen je zelf te zeggen: 'Shit, ik ben aan het vallen'? Vreemd fenomeen, vind ik dat.
 
-  Als ik val, dan doe ik dat bij voorkeur op plaatsen waar veel mensen zijn. Die vrijdag koos ik voor een zeer strategisch kruispunt waar s' morgens heel mijn hometown passeert, op weg naar de autostrade.
 
- Ondanks die zorgvuldig uitgekozen plekken, valt het me op dat er zelden iemand zal stoppen om te vragen of het een beetje met je gaat. Dat is een meevaller omdat ik op zo'n moment niet per sé in de spots hoéf te staan.
 
- Behalve vrijdag. Het betrof dan ook een eerder spectaculaire val. Mijn fietsband schoof weg over een ijsplek waardoor ik met mijn heup tegen de grond kwakte (waarlijk een prachtig kleurenspel ter grootte van een meloen siert mijn rechterdijbeen momenteel), daarna boorde het stuur van de mountainbike zich in mijn ribben om tenslotte met mijn hoofd tegen de stoeprand te slaan. Kwestie van het hele gebeuren nog dat tikkeltje méér mee te geven, koos ik ervoor neer te gaan ter hoogte van een wegverzakking waar zich een plas modder en gruis met een diepte van 15 centimeter had opgehoopt. 
 
Het beeld dat je nu eventjes voor ogen moet nemen: ik, in kreukels op een kruispunt, een fiets onder mij (waarschijnlijk met zo'n wiel dat maar blijft draaien), natte strengen haar tegen mijn hoofd geplakt en een gezicht dat beklad is met zwarte vegen modder.
Op dat flatterende moment stopt een auto, draait een mevrouw haar raam open en maakt volgende scherpe observatie: 'Zije gevallen tè?'
Wat zeg je daarop? 'Nee, ik ben een beetje aan het uitrusten...'
Dat doe je niet want die mevrouw is duidelijk een lief mensen-exemplaar, begaan met haar soort dus   mompelde ik: 'Ja maar 't zal wel gaan hoor, bedankt'.
 
Nu, los van de gekneusde rib, gaat het allemaal prima dus waarom vertel ik dit allemaal?
 
1. omdat mensen die tegen dek gaan altijd grappig zijn (net zoals dansende huisdieren en kindjes die van de trampoline vallen) en we allemaal een beetje humor kunnen gebruiken in deze donkere maanden.
2. omdat ik een parallel wil trekken naar een recente faalervaring in de keuken.
 
Net als op mijn fiets vrijdagmorgen, heb ik de laatste tijd de neiging nogal overmoedig te zijn op culinair vlak. Een zeker zelfvertrouwen heeft zich in mij genesteld waardoor ik denk dat, alles wat ik onderneem, een smaakvol succes wordt.
Wanneer ik iets wil maken, dan gaat daar eerst een bepaald denkproces aan vooraf. Toegepast op de specifieke faalervaring:
 
Zondagmiddag. Zus komt op bezoek. Ik denk: 'Ik wil iets voor bij de koffie. Pannenkoeken zijn altijd lekker maar ik wil niets dat vergeven is van suiker en vet.' Idee: ik maak van die Amerikaanse 'pancakes' maar dan met pompoenpuree in plaats van suiker en boter en ik vervang de bloem door havermoutbloem'.
Vervolgens sla ik aan het googelen op van die gezonde hippie kookblogs waar zeewier en onkruid ten overvloede bejubeld worden, maak ik een synthese van de meest aantrekkelijke recepten en ga ik aan de slag.
Een halfuurtje later ben ik ronde dingen aan het afbakken die er wel degelijk uitzien als 'pancakes'.

 
 
Zuslief (ok, toegegeven, niet bepaald een avonturier op smaakvlak) komt binnen, breekt een stuk pancake af en kotst de hele boel nét niet weer uit.
 
Ik stamel: 'Jah ,euhm, tis met pompoen, maar ze zijn héél gezond hoor...' en snij met een rood hoofd vlug een plakje botercake in stukken..

 
 
'Waar zit nu de parallel?', hoor ik u denken. Wel, die is ver te zoeken. Maar ergens heeft het te maken met af en toe op je bek (kunnen) gaan en dat dat eigenlijk niet erg is. Dat je zo'n dingen wel overleeft. Dat je daar zelfs waardevolle lessen uit kan trekken. In mijn geval:
 
Les 1. Het is niet omdat je 'on a runners' high' bent, dat je immuun bent voor ijsplekken op de weg. Een minimum aan voorzichtigheid is altijd aangewezen.
Les 2: Winterbanden zijn ook praktisch op tweewielers.
Les 3. Sommige zaken in het leven zijn nu eenmaal niet geschikt om in een gezonde versie te gieten. Pannenkoeken zijn wat ze zijn: gebakken plakjes vet en koolhydraten, bestrooid met suiker en dat is OOK goed.
Les 4: Een dergelijke filosofie past perfect in mijn voornemen voor 2014, namelijk om te stoppen met vechten tegen windmolens en de dingen te aanvaarden zoals ze zijn.  
Les 5: Iets wat niet bijzonder lekker is, kan er wel nog altijd smakelijk uitzien. (Geef toe?)
Les 6: Als je iets dik besmeert met Nutella, dan wordt het altijd lekker.
 
Behalve kak, denk ik.
 
Mocht je alsnog de behoefte voelen om een pompoen-pancake te bakken, dan raad ik aan te vertrekken vanuit een basisrecept voor pannenkoeken (dus bloem, eieren en melk) en daar een beetje pompoenpuree aan toe te voegen. 
Succes ermee.

Ps: op de laatste foto zie je hoe ik de hele boel nog heb proberen te redden door er een sausje van Griekse yoghurt en honing op te smeren. Helaas.

 





16 januari 2014

Ode aan het schaap dat zich hond waande

Een tiental jaar geleden, toen Tentman amper enkele weken mijn leven verrijkte met zijn aanwezigheid en we beiden nog aan het parasiteren waren in ons ouderlijke huis, togen we samen na één of ander feestje in de vroege uurtjes naar zijn casa. Tentman hield even halt voor de poort en sprak de woorden:
 
'Niet schrikken hé, maar ik heb een hond. Ze ziet er een beetje gevaarlijk uit maar dat is ze niet, hoor! Ze zal nogal enthousiast naar je toe komen lopen en ze zal ook blaffen maar je moet gewoon niét in haar ogen kijken en vooral niét tonen dat je bang bent'.
 
Een paar bemerkingen kwamen toen bij me op:
 
1. Als iemand tegen je zegt 'niet schrikken', geven ze je prompt daarop een perfecte reden geven om je wezenloos te schrikken.
2. Echt iederéén met een hond zegt 'ze ziet er gevaarlijk uit maar ze is braaf hoor' en ik geloof dat dus  nooit. Honden zijn dieren, dieren zijn onvoorspelbaar, honden zijn onvoorspelbaar dus IK zal wel uitmaken of ze gevaarlijk is of niet.
3. 'niet in haar ogen kijken en niet tonen dat je bang bent'.... Prachtige uitspraak, Tentman en qua haalbaarheid op gelijke hoogte met wat ze je in de natuurparken in Amerika meegeven voor het geval je een puma tegen komt: 'If it attacks, fight back'.
 
Indien ik toen niet onder invloed was geweest van een hevige en irrationele verliefdheid, had ik onmiddellijk mijn kar gekeerd, de volledig driehonderd meter naar mijn huis gestapt en nimmer meer omgekeken.


Maar ik wilde Tentman en die kwam blijkbaar in een twee-in één-pakket. Dus ik raapte al mijn moed bijeen, haalde diep adem en stapte hem achterna in de donkere garage. Ongeveer 1 seconde na mijn intrede vlamde er een zwarte schaduw op me af, wild blaffend, met vurige ogen en een bek vol vlijmscherpte tanden.
 'Niet tonen dat je bang bent', was geen optie.
Ik sprong op Tentmans ' rug en smeekte hem me te redden maar dat was zo ongeveer het domste wat ik kon doen. Bleek dat ik niet zijn enige 'bitch' was en dat het harige monster aan zijn voeten geen enkele intentie had om Tentman met mij te delen.
 
Dat was mijn eerste kennis making met Hera, Tentmans' hond. Liefde op het eerste gezicht? Not so much...
 
Maar wat Hera en ik van elkaar niet wisten was dat, wanneer het om Tentmans' hart ging, we twee koppige pitbulls waren die niet zouden lossen. Indien we in zijn leven wilden blijven, moesten we het maar leren doen met elkaar.
 
 
 
Maanden verstreken en mijn lichaam bleef intact. Bleek dat Hera veel liever knauwde op een gedroogd varkensoor dan op mijn vingerkootje/scheenbeen. Haar bloeddoorlopen, wilde ogen waren bij nader inzien eerder zacht hazelnootbruin en ik kreeg een licht vermoeden dat haar roekeloze bestorming van iedere bezoeker geen aanval was maar eerder een enthousiaste begroeting.
Langzaam maar zeker ging onze relatie over van 'elkaar dulden' naar 'stille waardering'. Zo leerde ze bijvoorbeeld dat, wanneer ik in de keuken stond, er meestal wel iets te rapen viel en ook dat ik een verborgen talent had voor 'achter-het-oor-strelingen'. Op dergelijke momenten lag ze onbeweeglijk op haar matje, tong uit haar bek, oren plat en hield ze zich zo stil mogelijk. Je zag ze gewoon denken 'niet bewegen en dan stopt ze waarschijnlijk nooit, niet bewegen en dan stopt ze waarschijnlijk nooit'.
 
Helaas was 'niet bewegen' quasi onmogelijk voor haar. Ziet u, Hera leed namelijk aan ADHD. Daar kon ze natuurlijk zelf niets aan doen maar het maakte het leven met haar er niet altijd makkelijker op.
 
Stel u het volgende tafereel voor: Man, vrouw en hond liggen op een lome zondagmiddag te soezen in het zomerzonnetje. Man ligt reeds vredig een boompje te zagen want hij heeft dan ook niet veel nodig, vrouw zakt langzaam weg, omgevingsgeluiden verdwijnen naar de achtergrond, de zon verwarmt haar huid en maakt haar slaperig, gras-en zomergeuren prikkelen haar neus, alles is rustig en vredig tot opeens:
 WAFWAFWAFWAF
Hera recht springt, als een zot over het grasplein begint te crossen en zich te pletter blaft tegen, ja, wat? Een vlieg of een mier wiens kop haar niet aanstond waarschijnlijk. Dag vredevolle, soezerige bui. Hallo bijna-hartaanval.
 
Verder had ze de reputatie eerder dominant te zijn. En dat mag een understatement heten. Hebt u wel eens een koe van dichtbij gezien? Dat zijn redelijk grote beesten. Nu is een Duitse Herder niet bepaald iets wat je chihuahua-gewijs onder je voetzool kan pletten maar wanneer het louter op  volume aankomt, moeten honden over het algemeen de duimen leggen tegen vee. Grootheidswaanzin of een perceptiestoornis, ik laat het in het midden maar feit is dat Hera absoluut niét onder de indruk was van een gemiddeld koebeest. Wat zeg ik? Een kudde koebeesten. Ergens in de Ardennen moet nog steeds een boer die hondsdolle herder vervloeken die zijn 20-koppige veestapel de stuipen op het lijf joeg en verantwoordelijk was voor een wekenlange productie van karnemelk.
 
In die optiek mogen we de man met het -voormalig- witte hondje die dacht: 'Ik maak eens een rustige wandeling langs de Leie op een kalme zondagmiddag', ook niet vergeten.
 
Kort geschetst: zondag, regen, Leie. Veel modder. Oude man die het gore lef heeft om me een prettige dag te wensen. Wit, klein hondje dat het zich intussen permitteert om aan de kofferbak te snuffelen. Diezelfde kofferbak waarin Hera ongedurig zit te wachten om haar wandeling te beginnen. Stephanie laat man + hond laat passeren en opent vervolgens de kofferbak. Woeste, Duitse Herder stormt op man + witte hond af,  tackelt beide in één vlotte beweging en start aldus een moddergevecht waarbij herder + hondje + oude man zeker vijf minuten in de natte, bruine drek aan het worstelen zijn. Aan de zijlijn: uw nederige blogster die tevergeefs haar hond tot orde tracht te roepen.
Resultaat? Oude man + trauma. Wit hondje dat niet meer wit is en zich op bevende pootjes van de scène verwijdert. Meisje met schorre stem, de schaamte voorbij en tenslotte Duitse Herder die met zo'n 'opgeruimd-staat-netjes-attitude' trippelend aan haar wandeling begint.
 
Echter, een relatie werkt aan twee kanten. Ik mocht mijn bedenkingen hebben bij bepaalde van haar karaktereigenschappen. Zij van haar kant was zeker en vast ook niet onverdeeld enthousiast over mijn persoontje.  
 
Zo vond ze bijvoorbeeld dat Baas en Vrouwtje (of hoe ze ons ook mocht noemen in gedachten, Kluns en Klungel waarschijnlijk), lang niet voldoende deden in het huishouden. Gelukkig stond ze, zoals het een trouwe viervoeter betaamt, altijd paraat om ons daarbij te helpen.
 
Een voorbeeld. Op een doordeweekse avond vond Hera blijkbaar dat er wel eens een stofzuiger over de vloer mocht gaan. Daar ze mij al een beetje kende en wist dat een spontane stofzuigeractiviteit even zeldzaam was als een witte tijger in het Leiebos, beraamde ze een gewiekst plan. Ervaring leerde dat het kussen waarop ze uitrustte, een verzameling van duizenden isomobolletjes was, slechts omgeven door een dun, nylon omhulsel. Niets waar haar scherpe nagels makkelijk korte metten mee zouden maken. Dus bekeek ze het koppel luiwammesen in de zetel nog eens neerbuigend, nam ze een fikse aanloop en liet ze zich met haar volle 35 kilo op het desbetreffende kussen neerploffen. Het effect had iets weg van de Vesuvius die isomobolletjes spuwt in plaats van vuur. Mission Accomplished.
 
 
Of die keer waarop ze dacht dat ik als zelfverklaarde hobbykok mijn echtgenoot wel iets beters mocht voorschotelen dan een stapel crocques en ze de nobele taak op zich nam om ze zelf allemaal op te vreten. Een hondenjob, zeker,  maar iémand moet het doen....
 
U merkt, zoals in iedere lange relatie hadden Hera en ik onze ups en onze downs. We waren vrouwen van dezelfde man en durfden wel eens om zijn aandacht te vechten maar wanneer we gezellig met zijn tweetjes waren, begrepen we elkaar vaak met één enkele blik.
 
En dan nu even een woordje tot de hond in kwestie (ja, ik weet dat honden over het algemeen niet kunnen lezen maar ook honden gaan naar de hemel en daar kunnen ze het vast en zeker wel. Zeker een uitzonderlijk begaafd exemplaar als Hera. Zie foto hieronder, de intelligentie straalt er gewoon van af):
 
Je (opvallende) aanwezigheid in huis was voor mij even vanzelfsprekend als die van Tentman dus mag je wel stellen dat ik vandaag bijzonder veel moeite heb om een decennium 'Hera' af te sluiten.
 
 
Dag schaap, het was een waar genoegen.